Blockx, Jan

Antwerpen, 25/01/1851 > Kapellen, 26/05/1912

Biografie

Blockx, Jan

door Jan Dewilde

Jan Blockx studeerde aan de Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen bij Frans Aerts (piano), Joseph Callaerts (orgel) en Peter Benoit (harmonie, contrapunt en fuga, compositie). Blockx werd algemeen beschouwd als Benoits favoriete leerling en als zijn opvolger. Toch wou hij zich onafhankelijk van Benoit opstellen en ook los van de Vlaamse muziekbeweging ontwikkelen. Op aanraden van Jan van Beers trok hij daarom in 1879 naar Leipzig, waar hij bij Carl Reinecke studeerde en contacten had met Edvard Grieg. In tegenstelling tot Benoit had Blockx met zijn muziek geen volksverheffende intenties en richtte hij zich eerder tot de burgerij in de concertzaal en de opera dan tot het volk tijdens openluchtuitvoeringen.

Door het internationale succes van zijn opera's droeg componist Jan Blockx bij tot de verspreiding van de Vlaamse muziek. Blockx kende zijn muziek echter geen volksopvoedende taak toe en was daarom binnen de Vlaamse muziekbeweging zeer gecontesteerd.

Blockx schreef verschillende symfonische werken, waarvan enkele met Vlaamse onderwerpen, zoals de populaire Vlaamse dansen (1884), maar hij is ook de componist van meer abstracte werken als Symfonie in D (1885), het Symfonisch drieluik (1905) en de Suite in den ouden vorm (1907). Het was echter vooral met zijn romantisch-realistische opera's dat Blockx succes zou hebben. Zijn succesopera's Herbergprinses (1896) en Bruid der zee (1901), beide op libretto's van Nestor de Tière, werden opgevoerd tot in Zuid-Afrika en de Verenigde Staten toe.

Niettegenstaande hij met deze opera's veel betekend heeft voor de internationale verspreiding van de Vlaamse muziek en er de jonge Vlaamse Opera mee van het bankroet heeft gered, kreeg hij vanuit flamingantische hoek scherpe verwijten vanwege zijn verbintenissen met de Parijse muziekuitgeverij Heugel. Er ontstond een ware anti-Blockxcampagne, waarvan vooral Edward Keurvels op de achtergrond de animator was. Dat Heugel in de partituur van Herbergprinses alleen de Franse tekst had afgedrukt, dat hij aan Blockx een Franse librettist had opgedrongen voor zijn opera Thijl Uilenspiegel en dat hij bovendien aangedrongen had om deze opera op 16 januari 1900 in de Brusselse Muntschouwburg in het Frans te creëren, twee dagen voor de Antwerpse première, werd beschouwd als een verloochening van de Vlaamse muziekbeweging. Daarenboven werd Blockx ervan beschuldigd dat hij Benoit tegenwerkte in zijn strijd voor een koninklijk conservatorium. Toch schreef Blockx ook nog sporadisch gelegenheidswerken voor de Vlaamse Beweging (zoals Hulde aan Conscience en Klokke Roeland) en bleef hij als repetent meewerken aan de grote uitvoeringen van Benoits cantates en oratoria.

Als leraar harmonie (vanaf 1885) was hij mede verantwoordelijk voor de opleiding van een nieuwe generatie Vlaamse componisten (met onder anderen Lodewijk Mortelmans, Julius Schrey en Flor Alpaerts). Dit alles belette niet dat in 1901 zijn benoeming tot conservatoriumdirecteur als opvolger van Benoit fel werd gecontesteerd. En niettegenstaande hij het conservatorium verder in de geest van Benoits leerplan uitbouwde, bleef de hetze voortduren. Naar aanleiding van de creatie in 1908 van zijn opera Baldie (opnieuw op een libretto van De Tière) publiceerde Jef van Hoof samen met enkele gelijkgezinde vrienden twee nummers van het krantje De Ploege, waarin ze Blockx een onwaardige opvolger van Benoit noemden. Victor Resseler beweerde in twee pamfletten dat Blockx' thema's uit Herbergprinses van Benoit had overgeschreven en dat hij met immorele libretto's en vulgaire muziek de smaak van het publiek verknoeide. Alleen buiten Antwerpen kreeg Blockx steun van onder anderen Florimond van Duyse en Paul Gilson.

Blockx' carrière is symptomatisch voor de evolutie van de Vlaamse muziekbeweging. Als eerste leerling van Benoits school behaalde hij internationale successen en dit met composities die doordrongen zijn van de eigen volksmuziek. Maar voor de Benoit-aanhangers woog dat niet op tegen het feit dat hij zich niet hield aan de strikte taalregels van Benoit.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Jan Dewilde