Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

De Brabander, Karel

Geel, 31/03/1913 > Watermaal-Bosvoorde, 20/11/1984

Biografie

De Brabander, Karel

door Kim De Brabander

Muziekregisseur, dirigent en componist Karel De Brabander werd geboren op 31 maart 1913 in Geel. De interesse voor kunst groeide bij Karel reeds op vroege leeftijd. Tijdens de humaniora - hij volgde Grieks-Latijn aan het St.-Aloysiuscollege - uitte dit zich voornamelijk in het schrijven van gedichten. Vooral in zijn laatste jaar ontpopte de 17-jarige knaap zich als een talentvolle dichter. Karel’s belangstelling voor muziek werd vooral aangewakkerd door zijn vader, Florimond De Brabander, een groot muziekliefhebber. Hij zette zijn eerste stappen in de muziek in de academie van Geel, waar zijn vader directeur was.

Na zijn humaniora, in 1930, begon De Brabander met een kandidatuur in de wijsbegeerte en letteren aan de universiteit ‘Notre Dame de la Paix’ in Namen. In het daaropvolgende jaar maakte hij een einde aan deze studie en besloot hij om zich toe te leggen op de muziek. Na een jaar aan het Lemmensinstituut studeerde hij van 1932 tot 1935 aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium van Antwerpen. Daar kreeg hij pianoles van Emmanuel Durlet, harmonie van Edward Verheyden en contrapunt van Flor Alpaerts. Nog in het jaar dat hij afstudeerde maakte Karel De Brabander zich kenbaar als componist: hij won de internationale compositieprijs ‘Henry Le Boeuf’ met zijn Didactische Suite voor kamerorkest.

Na zijn hogere studies, in 1936, ging De Brabander aan de slag bij het Nationale Instituut voor Radio-omroep (NIR), waar in die tijd veel aandacht was voor de muziek van Belgische componisten. Hij werd er aangenomen als geluids- en muziekregisseur bij de dienst hoorspelen. Dit was voor hem een periode van grote muzikale activiteit. Hij schreef heel wat werken, voornamelijk kamermuziek of voor kleinere ensembles, die in die tijd als vooruitstrevend werden beschouwd.

Over zijn leven tijdens de oorlogsperiode en de jaren daarna is weinig bekend. Zeker is dat de oorlog de normale gang van zaken vertroebelde en bijgevolg ook een invloed had op de muzikale keuzes van de componist. Uit een interview met Maurice De Wilde kwam het volgende naar boven over zijn leven, en over de werking van het NIR.

Tijdens de bezetting kwam het NIR in handen van de Duitsers en vanaf 31 juli 1940 werd het vervangen door een Duitse militaire organisatie: ‘Zender Brussel’ voor het Vlaamse publiek en ‘Radio Bruxelles’ voor het Franstalige publiek. Het grootste deel van de ex-NIR-medewerkers trad opnieuw in dienst van het radiostation. De meesten onder hen stelden er zich niet al te veel vragen bij en kozen hiervoor enkel om professionele redenen. Ook De Brabander bleef in dienst, ditmaal als muziekreferent voor de lichte muziek. Later deed hij ook dienst als koor- en orkestdirigent.

In 1941 was De Brabander voor korte tijd bij de militaire eenheid het ‘Vlaamse Legioen’. Hij stond in voor de ontspanning van de oostfrontstrijders. In die tijd schreef hij ook het strijdlied voor het Vlaams legioen op tekst van Bert Peleman en onder de gelijknamige titel Het Vlaamsch legioen. Een andere activiteit was de muzikale begeleiding van de Nationaal- Socialistische Jeugd in Vlaanderen (NSJV). In deze jeugdbeweging was hij leider van de meisjesspeelschaar, een muziekeenheid opgericht met als doel het aanwakkeren van het culturele bewustzijn van de jongeren.

De Brabander bleef in het NIR tot 1944. Enkele dagen voor de bevrijding in België (september 1944) trok hij met een groep collega’s van het voormalige NIR naar het oostfront. Na de oorlog volgde immers de epuratie of vervolging van (vermeende) collaborateurs, wat ook voor deze NIR-medewerkers gold. De Brabander verbleef in het Rijnland in verschillende dorpjes, waar hij voor de zogenaamde vrijheidszender werkte. Toen deze zender ontbonden werd, ging het grootste deel van de groep naar Berlijn. Karel besloot op dat moment terug naar België te trekken, waar hij tot 1947 ondergedoken bleef.

Van 1950 tot 1973 had De Brabander een voltijdse betrekking bij het ‘International Visual Aid Centre’ (IVAC), een bedrijf gespecialiseerd in didactisch en audiovisueel materiaal. In deze periode legde hij zich hoofdzakelijk toe op deze job en was hij weinig actief als componist. Het is pas later dat hij zich terug aan de compositie wijdde. In de jaren ’80 werden enkele werken van hem uitgevoerd door het filharmonisch orkest van de BRT. Bovendien liet hij zich in 1983 nog opmerken als laureaat bij de compositiewedstrijd ‘Baron Flor Peeters’ met zijn Triptiek voor orgel.

De Brabanders brede interesse voor kunst reikte hem heel wat boeiende gezichtspunten aan. Hij toonde een grote belangstelling voor de moderne stromingen en had een voorliefde voor muzikale modernisten als Bela Bartok. In zijn eigen composities vertrok hij steeds vanuit een eenvoudig klassieke structuur, waarmee hij een sereen evenwicht trachtte te bereiken. Opvallend is dat hij klassieke tonaliteit wist te verbinden met de harmonische verworvenheden van zijn generatie (bijv. Variaties, koraal en fuga op een 12-tonenreeks voor blazerskwartet). Dit aspect kwam vrijwel consequent in zijn werken voor. Ook in zijn vocale werken gebruikte hij een tonale harmonische basis die hij vermengde met een expressieve zangstijl, die wat meer buiten de lijntjes kleurt.

Het oeuvre van De Brabander is zeer gevarieerd. Zijn muzikale nalatenschap bevat orkestwerken, piano- en orgelwerken, kamermuziek en een groot aantal koorwerken (gewijde en wereldlijke koorliederen) en liederen. Ook schreef hij enkele werken voor toneel en een ballet getiteld Reinaert. In totaal zijn er een honderdvijftigtal werken van hem bekend.

Vanaf 1980 begon De Brabander zijn werken systematisch te bundelen met de bedoeling om ze aan de Koninklijke Bibliotheek te schenken. Sinds zijn overlijden zijn, behoudens een 15-tal handschriften van jeugdwerken in de bibliotheek van de VRT, alle autografisch handschriften in de afdeling Muziek van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel bewaard.

De betekenis van Karel de Brabander ligt niet alleen in het werk dat hij als muziekregisseur voor het NIR heeft verricht, maar ook in zijn composities die heel wat progressieve ideeën bevatten en die hem een plaats geven tussen de avant-garde van de jaren ‘30 in Vlaanderen, met componisten als Jef van Durme, Karel Albert, Marcel Poot en Willem Pelemans. Hierbij is zijn Didactische suite het meest gekende en toonaangevende werk.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Kim De Brabander