De Klerk, Jos

Merksem, 08/01/1885 > Haarlem (NL), 05/11/1969

Biografie

Jos De Klerk

door Adeline Boeckaert

De Klerk startte in 1900 als vijftienjarige met fluit-, zang- en compositiestudies aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen. Voor zang kreeg hij ondermeer les van Henry Fontaine en de befaamde Wagnerspecialist Ernest Van Dijck. Contrapunt en harmonie studeerde hij bij Heinrich Zöllner, maar ook met de latere conservatoriumdirecteur Jan Blockx had hij, naar verluidt, veel contact. Theofiel Anthoni was zijn leraar fluit. De Klerk was niet alleen in muziek geïnteresseerd, ook toneel boeide hem: in 1902 stichtte hij in zijn geboortedorp de toneel- en letterkundige kring De Nachtegaal.

Na zijn studies dirigeerde hij enkele Antwerpse muziekverenigingen: de Sint-Bartholomeusharmonie en de fanfare van 'de Dam', een volkswijk in Antwerpen-Noord. In 1910 volgde er een officiële aanstelling als muziekleraar aan verschillende gemeentelijke scholen. Ondertussen componeerde hij tientallen liederen, waarvan De vink, Ik weet een huisje staan en Wie kan u ooit vergeten? het meest bekend bleven. In het voorjaar van 1914 begon De Klerk aan de voorbereiding van een grootse opera Baas Gansendonck naar het boek van Hendrik Conscience. De oorlog strooide echter roet in het eten en verplichtte het gezin De Klerk om naar Nederland te vluchten.

Hij kwam terecht in Haarlem, waar hij al de eerste avond van zijn verblijf de Nederlandse componist Hendrik Andriessen leerde kennen: een ontmoeting die een grote invloed zou hebben op De Klerks arbeidsmogelijkheden in Nederland. Zo werd hij vrijwel onmiddellijk aangesteld als koordirigent in de katholieke Sint-Josephskerk (waar Hendrik Andriessen organist was) en volgde hij in 1916 Philip Loots op als muziekmedewerker en recensent bij De oprechte Haarlemsche Courant. In die hoedanigheid was hij trouwens werkzaam als jurylid bij verschillende muziekwedstrijden en examens van conservatoria, zowel in Nederland als België. In 1918 was hij medestichter van de Nederlandse Klokkenspelvereniging. Een jaar later werd hij aangesteld als leraar aan de Maatschappij der toonkunst in Haarlem.

De Klerk werkte Baas Gansendonck af in 1919: de première zou plaats vinden op 1 januari 1920 in de Vlaamse Opera in Antwerpen. Daarnaast schreef hij verschillende cantates die soms Vlaamse onderwerpen (Vlaanderens herwording), soms Nederlandse onderwerpen (Herboren Holland) beroerden. In 1937 componeerde hij de openluchtcantate Zo zong de Gouden Eeuw voor koor, orkest en klokkenspel,  met bewerkingen van 16de en 17de eeuwse volksliederen. De Klerk schreef ook toneelmuziek bij werken van onder andere Henri Ghéon, Reinhard Johannes Sorge en van zijn schoonbroer Anton Van de Velde. Hij slaagde er ook in om de Rubenscantate van Benoit uit te voeren op de Haarlemse Grote Markt. Het Vaderland berichtte op 23 juni 1936: "Op 13 Juli zal te Haarlem op de Groote Markt een openluchtuitvoering worden gegeven van Peter Benoits Rubenscantate, op initiatief van den Nieuwen Haarlemschen Kunstkring, onder leiding van Jos. de Klerk aldaar. Bijna alle zangers van de Haarlemsche zangvereenigingen werken aan deze uitvoering mede, evenals de H.O.V. versterkt met blazers uit de verschillende muziekcorpsen. Het carrillon op den toren der Groote Kerk zal bespeeld worden door Staf Nees, beiaardier van de St Romboutskerk te Mechelen."

De Klerks belang ligt - naast zijn werk als componist - voornamelijk in zijn muziekrecensies, die een accuraat beeld geven van de muzikale omstandigheden waarin men tijdens die periode werkte. Naast een grote hoeveelheid artikels schreef hij ook een aantal boeken zoals Uit de schatkamer der Oud-Nederlandse Polyfonie, waarin koorwerken met toelichtingen zijn opgenomen, het boek Muzikale speurtochten in Haarlems historie en Het Haarlems muziekleven in de loop der tijden, waarover het NRC-Handelsblad in 1965 volgende lovende woorden schreef: "Het 360 bladzijden dikke boek is een treffend bewijs voor De Klerks eruditie en speurzin, niet minder voor zijn altijd nog jeugdig frisse ontvankelijkheid voor het wonder muziek, hoe dat wonder zich ook openbaart."

Voor zijn werk kreeg De Klerk verschillende medailles, waaronder de herdenkingsmedaille van de gemeente Merksem, en werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek - Adeline Boeckaert