De Mol, Willem

Brussel, 01/03/1846 > Marseille (FR), 07/09/1874

Biografie

De Mol, Willem

door Annelies Focquaert

Willem De Mol, broer van François-Marie, was de beroemdste telg van de familie De Mol. Zijn vader Jean-Remi, die professioneel muzikant was, gaf hem zijn eerste muzieklessen. Door zijn reeds vroeg opgemerkte talenten en mooie altstem was hij al gauw actief als koorknaap in verschillende Brusselse kerken. Hij behaalde aan het Conservatorium van Brussel achtereenvolgens een tweede prijs 'lecture musicale' in 1858 (hij was toen twaalf) en de eerste in 1859, de eerste prijs harmonie bij Bosselet (1863), een accessit (1863) en de tweede prijs piano bij Dupont (1866), en tot slot de tweede prijs van compositie bij Fétis (1867). Daarnaast volgde hij ook orgelles (waarschijnlijk bij Lemmens) en cellolessen bij Servais.

Al vanaf zijn 17e was hij organist van de St.-Rochuskerk in Laken en van de St.-Katharinakerk in Brussel. Door de ziekte van zijn vader en het overlijden van diens tweede vrouw, stond Willem grotendeels in voor de zorg van het grote gezin. In 1869 werd hij toegelaten tot de Prix de Rome-wedstrijd, waar hij Faust' laatste nacht toonzette maar er enkel een vermelding voor kreeg. Dat had hij voor een deel aan zichzelf te danken doordat hij Jean Van den Eeden, de gedoodverfde winnaar, te hulp was geschoten toen deze onverwacht geen zangers of pianist had voor de uitvoering van zijn cantate - De Mol zocht de zangers bij elkaar uit zijn eigen koor en gaf zo'n formidabele zichtlezing aan de piano, dat Van den Eeden won.

In 1870 werd De Mol benoemd tot dirigent van het koorgezelschap Les Artisans réunis. Met zijn cantate Columbus' droom behaalde hij op 25-jarige leeftijd in 1871 de Prix de Rome en trok hij op studiereis naar Duitsland, waar hij verbleef in Hannover, Berlijn, Dresden, Weimar, Kassel en waar hij onder meer Liszt, Joachim en von Bülow ontmoette. In 1873 huwde hij: het echtpaar zette de studiereis voort naar Oostenrijk en Hongarije. Na een kort verblijf in België zou de reis verdergaan naar Frankrijk en Italië, maar de geboorte van hun dochter vertraagde dit alles; De Mol vertrok alleen naar Frankrijk. In Parijs ontmoette hij Ambroise Thomas en Félicien David, daarna reisde hij door naar Marseille, waar hij zijn broer François bezocht. Tijdens dit verblijf werd hij getroffen door een hersenvliesontsteking, die hem op drie dagen tijd fataal werd: hij was pas 28 toen hij overleed.

Met zijn muziek sloot hij zich aan bij de Vlaamse stroming van Peter Benoit, en hij werd gezien als één van de grootste Vlaamse beloften. Hoewel hij veel te jong stierf, liet hij toch een kwalitatief hoogstaand en omvangrijk oeuvre na. Het meeste succes kende hij met Ik ken een lied, dat in 1921 aan een 33e druk toe was en opgenomen werd in zowat alle beschikbare liederenbundels van de tijd.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek - Annelies Focquaert