Denyn, Jef

Mechelen, 19/03/1862 > Mechelen, 02/10/1941

Biografie

Denyn, Jef

door Karolien Selhorst

Wie beiaard zegt, zegt Jef Denyn (of Denijn). Het belang van deze Mechelse beiaardier, leraar en componist kan nauwelijks overschat worden.

Jef Denyn studeerde aanvankelijk voor ingenieur. Zijn vader Adolf Denyn was stadsbeiaardier in Mechelen, maar toen hij blind werd, moest Jef hem vervangen, vanaf Pasen 1881. Later besloot Jef Denyn zich volledig toe te leggen op het instrument. In 1887 werd hij benoemd tot stadbeiaardier van Mechelen, als officiële opvolger van zijn vader. Op enkele muzieklessen en raadgevingen van zijn vader na, bleef hij autodidact.

De beiaardkunst, die een grote bloei had gekend in de 17e en aan het begin van de 18e eeuw, onderging in de 19e eeuw een dramatisch verval, als gevolg van oorlogen, revoluties, klokkenroof, maar ook door de moraal van de nieuwe burgerij, die zich meer aangetrokken voelde tot de concertzaal dan tot het volkse instrument dat de beiaard was. Zowat driekwart van de klokkentorens in Vlaanderen werd onder de Franse bezetting leeggeroofd, om er muntstukken of wapens van te maken. Daarbij kwam dat de gieters het geheim van het zuiver stemmen van de klokken niet meer kenden. Bijna was de beiaardkunst ten dode opgeschreven. Maar halfweg de 19e eeuw was met Adolf Denyn in Mechelen de kunst weer opgeleefd. Hij bracht het muzikale aspect van de beiaard weer op de voorgrond. Jef Denyn zette het werk van zijn vader verder en bracht het tot een hoogtepunt. Dat Denyn wordt beschouwd als de patriarch van de hedendaagse beiaardkunst, is te danken aan verschillende vernieuwingen die hij in beiaardspel en -techniek doorvoerde.

Jef Denyn promootte een nieuw verbindingssysteem, aangebracht tussen toets en klepel. Met deze zogenaamde tuimelaars kon de verticale beweging van de toets worden omgezet in een horizontale beweging van de klepel. Denyn verbond ook de klepels van verschillende klokken onderling, om zijdelingse bewegingen van de klepels te voorkomen. Tot slot bracht hij bladveren aan om de klepel onmiddellijk na de aanslag weer van de klokwand weg te trekken. Deze nieuwe beiaardinrichting maakte furore; ze stond een virtuozer spel toe. Volgens dit Denynstelsel zijn sindsdien zowat alle beiaarden in Europa en Amerika gebouwd. Het stelsel werd de laatste decennia weliswaar verbeterd, maar is in essentie nog steeds de standaard voor beiaardinrichting.

Behalve technisch vernieuwer was Denyn ook een begaafd virtuoos. Hij beschikte over een soepele techniek en fijn muzikaal aanvoelen. De zogenaamde gebonden zang - waarbij de beiaardier de beiaard laat 'zingen' door het snel afwisselen van twee of meer noten - werd door toedoen van Jef Denyn zowat het handelsmerk van de Vlaamse beiaardkunst. Door zijn ongeëvenaarde spelkwaliteiten wist hij de aandacht opnieuw te vestigen op het bijna vergeten instrument. Hij werd geregeld als gastspeler gevraagd, en trad in binnen- en buitenland op met een steeds groter succes. Vanaf 1892 organiseerde hij de zomeravondconcerten in zijn geboortestad. Deze concerten op de Sint-Romboutsbeiaard werden na verloop van tijd een begrip: duizenden toehoorders kwamen de concerten bijwonen, zelfs vanuit het buitenland. Op het programma stonden geregeld (bewerkingen van) werken van Peter Benoit, Karel Mestdagh, Emiel Hullebroeck, Joris De Bom, Jef Van Hoof: eigentijdse componisten dus van eigen bodem. Omgekeerd zorgde de invloedrijke Peter Benoit er met composities als Daar zal de beiaard klinken uit de Rubenscantate mee voor dat de beiaard weer eigentijds werd, na een lange verbanning naar de sfeer van de folklore.

Denyn was zo populair dat zijn zilveren jubileum als beiaardier in 1912 uitgroeide tot een volksfeest. De koning benoemde hem tot ridder in de Leopoldsorde. In de Mechelse beiaard werd een minderwaardige klok vervangen door een jubelklok die als opschrift draagt: aan den grooten beiaardier Jef Denyn, het bewonderend volk (1912).

Jef Denyn ondernam een ware kruistocht tot herstelling en verbetering van tal van klokken, in België, Nederland, Oostenrijk, Duitsland, Schotland,.... Bij restauratiewerken of nieuw op te richten beiaarden was zijn advies doorslaggevend. Zijn aandacht ging steeds naar het geheel van de inrichting: de toren, klokken, klokkenkamer, klavier, verbinding van toets naar klepel. Hij bracht de onderdelen in harmonisch verband tot elkaar. Denyn publiceerde enkele technische werken over de beiaard (zoals Inrichting en behandeling van het klokkenspel uit 1919), en legde de maten vast van het 'standaard-klavier'.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vertrok Denyn met zijn familie naar Tunbridge Wells in Engeland. De draad werd weer opgepikt bij zijn terugkeer in 1919. Vier jaar later, in 1922, werd in Mechelen de Internationale beiaardschool opgericht, waarvan Jef Denyn directeur werd (en bleef tot aan zijn dood in 1941). De prospectus die Jef Denyn reeds in 1913 had opgesteld voor de nieuwe beiaardschool, toont onmiskenbaar invloeden van Benoits Algemeen Leerplan, in 1898 ontworpen voor het Antwerpse Conservatorium. Kenmerkend is het programmeren, naast de traditionele disciplines, van vakken die de musicus een bredere culturele ontwikkeling moeten geven. De school zou talloze vooraanstaande beiaardiers opleiden en heeft tot op vandaag een grote internationale bekendheid. Staf Nees en Kamiel Lefèvere verwierven in 1924 als eersten het laureaatsdiploma. Dertig jaar lang kon de Mechelse beiaardschool zich er op beroemen de enige school in haar soort ter wereld te zijn.

Jef Denyn componeerde ook zelf enkele werken voor de beiaard. Hij schreef onder meer een Ave Maria, Andante cantabile, en Siciliano, en enkele preludes.

Op 2 oktober 1941 overleed Jef Denyn, één maand vóór de Duitse bezetter het decreet uitvaardigde voor de inbeslagneming van de klokken in België. Een decreet dat gelukkig slechts gedeeltelijk werd uitgevoerd - dankzij de overeenkomst die de Commission pour la sauvegarde des cloches en Belgique met de bezetter wist te sluiten.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Karolien Selhorst