Gregoir, Edouard

Turnhout, 07/11/1822 > Wijnegem, 28/06/1890

Biografie

Gregoir, Edouard

door Annelies Focquaert

Edouard-Georges-Jacques Gregoir (Grégoir) was muziekauteur, pianist en componist. Nadat hij zijn eerste muziekopleiding in eigen land had gekregen (waarschijnlijk van zijn vader), vertrok hij in 1837 naar Biebrich in Duitsland, waar hij net als zijn oudere broer Jacques-Mathieu-Joseph les kreeg van Christian Rummel, die kapelmeester was van de hertog van Nassau. In 1841 maakte Edouard zijn debuut als pianist in Londen, om het jaar nadien een concerttournee te ondernemen met de beroemde violistes Teresa en Maria Milanollo.

Vanaf 1844 hield hij zich bezig met de hervorming van de onderwijsmethoden en -systemen in de lagere scholen; de Belgische regering gaf hem kort nadien de opdracht om het kooronderwijs in het Belgische leger te organiseren. In 1847 en 1848 liet hij eigen werk horen in Amsterdam en Parijs. Rond 1850 werd hij muziekleraar aan de Normaalschool van Lier (Frederiks en van den Branden vermelden hiervoor de periode 1844-1856), om zich kort nadien definitief in Antwerpen te vestigen.

Gregoir zou zich hierna intens met de muziekhistoriografie gaan bezighouden. Hij werd vooral bekend door zijn historische geschriften over de muziek in België en over Belgische componisten, zoals Galerie biographique des artistes musiciens belges du XVIIIe et du XIXe siècle, Schetsen van Nederlandsche toonkunstenaars, en L’art musical en Belgique sous les règnes de Léopold I et Léopold II. Zijn bronnen worden niet steeds even getrouw geacht. Zo nam Pougin in de aangevulde heruitgave van Fétis’ Biographie universelle heel wat nuttige nota’s van Gregoir op (dat staat te lezen in Pougins biografie van Gregoir), maar Pougin zegt er wel bij dat hij ‘overigens aan Gregoir de volledige verantwoordelijkheid laat voor deze inlichtingen’.

Ernest Closson en Charles Van den Borren zijn het er in hun boek La musique en Belgique (1950) zelfs over eens dat de boeken van Gregoir van generlei waarde zijn: "Le manque d’idées générales, l’absence totale du sens des valeurs colorent au surplus, cette littérature d’une teinte de médiocrité telle que l’on a pu qualifier Gregoir de "chiffonier" de la musicologie." Dat strenge oordeel wordt intussen minder juist gevonden, getuige de lovende woorden van Doris Pyee in de RIPM-inleiding op het tijdschrift La Renaissance musicale (Parijs, 1881-1883), waar de ‘excellent collaborator’ Gregoir aan meewerkte: "There is also a valuable series entitled “Notices et biographies - Recherches sur la vie et les œuvres d’artistes-musiciens, facteurs d’orgues, historiens, etc.” by Édouard Grégoir. These articles consist of notices about musicians omitted by Fétis and Arthur Pougin in the Biographie universelle des musiciens. Their corrections are exceptionally rich in content and include many important bibliographical references." Vandaag de dag blijken Gregoirs boeken stuk voor stuk van onschatbare waarde voor het onderzoek naar Vlaamse en Belgische componisten uit de negentiende eeuw.

Gregoir was een vruchtbaar componist, hoewel de meeste bronnen zijn oeuvre over het algemeen niet hoog inschatten. Naast een groot aantal opera's, ‘odes-symphonies’, oratorio's, ouvertures, koorwerken, piano- en harmoniumwerken, kunst- en volksliederen, schreef hij ook verschillende religieuze werken, zoals missen, motetten en een Te Deum. Zijn composities werden tijdens zijn leven vrij vaak uitgevoerd, zowel in binnen- als in buitenland. In 1847 beleefde zijn historische symfonie Les Croisades, na de première te Antwerpen in 1846 een tiental uitvoeringen in Amsterdam. Gregoirs symfonisch oratorium Le Déluge werd in 1849 eveneens een tiental keer uitgevoerd in Parijs en stond daarna nog op het programma in Amsterdam. Gregoir schreef ook verschillende zang- en instrumentenmethodes waarvan L’Histoire de l’orgue uit 1865 nog herdrukt werd in 1972. Hij schreef als journalist onder meer voor Le guide musical, La Belgique musicale, La plume, La Fédération artistique, Caecilia, De Vlaamsche School, Noord en Zuid en De Vlaamsche Kunstbode. Gregoir was ook een collectioneur van muziekboeken en partituren.

Na zijn dood werden zijn muziekbibliotheek en zijn partituren aan de bibliotheek van het Antwerpse Conservatorium geschonken.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert