Huberti, Gustave

Brussel, 14/04/1843 > Schaarbeek, 28/06/1910

Biografie

Huberti, Gustave

door Jan Dewilde

Gustave Huberti studeerde al op zijn zestiende af aan het Brusselse Conservatorium met vijf eerste prijzen, waaronder een eerste prijs compositie bij directeur François-Joseph Fétis.

In 1865 won hij met de cantate La fille de Jepthé de Prijs van Rome, waarna hij drie jaar in Duitsland verbleef. Hij schreef er onder meer op poëzie van Johann Uhland de cyclus Wanderlieder, die hij opdroeg aan zijn vriend Emiel Blauwaert. Daarna werkte hij in Italië aan een Histoire de la musique religieuse des Italiens et des Néerlandais.

Bij zijn terugkeer in België kwam hij in contact met Emanuel Hiel en via hem met Peter Benoit en de hele Vlaamse muziekbeweging. Huberti werd een overtuigd aanhanger van Benoits nationalistische leer en componeerde verschillende werken op (Nederlandse) teksten van Hiel, onder andere het oratorium Een laatste zonnestraal (1870), Willem van Oranjes dood (een cantate voor een vrijmetselaarsplechtigheid in 1878), het mannenkoor Van Maerlantszang en meerdere liederen.

Na enkele jaren directeurschap aan de Muziekschool van Mons (1874-1877) werd Huberti muziekinspecteur bij de Antwerpse stadsscholen. Hij schreef toen composities voor kinderen, waaronder, opnieuw op tekst van Hiel, het oratorium Kinderlast en Leed. In Antwerpen leidde hij het Grisar-koor en tijdens de Wereldtentoonstelling van 1885 werkte hij mee aan de muziekuitvoeringen en dirigeerde hij onder meer de tweede symfonie van Alexander Borodin. Als Wagneriaan van het eerste uur begeleidde hij tijdens de Bayreuther Festspiele van 1889 in Villa Wahnfried Blauwaert aan de piano, in fragmenten uit Benoits De Oorlog en in enkele eigen liederen.

Niettegenstaande zijn Franstalige afkomst wordt Huberti beschouwd als een Vlaamse componist: op de viering van het tienjarige bestaan van De Distel in 1891 werd naast muziek van Richard Wagner ook het werk van Vlaamse componisten uitgevoerd, onder wie Edgar Tinel, Benoit, Willem de Mol en Huberti.

In 1893 werd Huberti directeur van de Muziekschool van Sint-Joost-ten-Node, waar hij werken programmeerde van Benoit  en Jan Blockx. Zijn belangrijkste orkestwerken zijn het symfonisch gedicht Hymne à la science (voor de 25ste verjaardag van de 'Université libre de Bruxelles'), Triomffeest (voor orgel en orkest), een pianoconcerto en de onder invloed van Hector Berlioz geschreven Symphonie funèbre.

Daarnaast schreef Huberti ook muziekkritieken voor verschillende tijdschriften. Als leider van de Muziekfeesten der Onderrichtsbond, van de Vlaamsche Kunstkring en als directeur van de muziekschool in Sint-Joost-ten-Node zette hij zich in voor de uitvoering van het werk van Vlaamse componisten in het Brusselse concertleven.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Jan Dewilde