ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Nieuwsbrief 2 (september 2002)

1. Tentoonstelling Bedreigde klanken

De tentoonstelling Bedreigde klanken II. Een nieuwe toekomst voor het Vlaams muzikaal erfgoed?, georganiseerd door de Alamire foundation en het Studiecentrum voor Vlaamse muziek, loopt nog tot 15 september. De bedoeling van deze tentoonstelling is nog eens te wijzen op de problematiek van bedreigde of slecht bewaarde muziekcollecties. De tentoonstelling overspant zowat de hele muziekgeschiedenis: van een bifolio met gregoriaanse gezangen uit het begin van de 11de eeuw, over manuscripten van Peter Benoit tot documenten van Karel Goeyvaerts.

De tentoonstelling is nog enkele dagen te bezichtigen in de Universiteitsbibliotheek, Mgr. Ladeuzeplein 21 in Leuven en is elke werkdagen gratis toegankelijk van 9u00 tot 17u30.

2. Vlaamse componisten als toerist in eigen land

Met de zomervakantie achter de rug is dit het ideale moment om vakantiesouvenirs van Vlaamse componisten op te halen. Velen reisden graag door eigen land en brachten daar muzikaal verslag van uit.

Nadat Marcel Poot Goede reis heeft gewenst (piano - 1937) en na Een luimig reisje van Maurits Schoemaker (kamerorkest - 1914) arriveerden veel componisten aan de kust. Peter Benoit gebruikte de zee als achtergrond voor passionele drama's in Liefdedrama aan zee (bariton, strijkkwintet, hoorns, harmonium, piano en strijkers - 1872-1874). Bruggeling Joseph Ryelandt componeerde de Noordzee. Vijf schetsen (piano - 1901) en Renier Van der Velden goot zijn zee-impressies in het ballet Indruk aan zee (orkest - 1930). Nogal wat componisten hebben zeeliederen geschreven. Een kleine selectie: Joseph Grégoir (Au bord de la mer); Lieven Duvosel (Drie liederen gewijd aan de zee) Karel Mestdagh (In zee); Theophiel Peeters (Bedoomde zee); Hendrik Waelput (In de duinen); Emile Wambach (Zeemanslied). Maar de zee is vooral in de opuslijst van Arthur Meulemans sterk vertegenwoordigd: Aan zee (kinderkoor en orkest - 1918); Zielen in de branding (vrouwenkoor, twee piano's en harmonica); Noordzeetriptiek (mannenkoor en piano of fanfare - 1937); Zeenacht (lied - 1938); Zee-symfonie (alt, gemengd koor en orkest - 1939) en Zeecyclus (lied - 1940).

Meulemans' favoriete kustplek was Het zwin (orkest - 1963), maar bij slecht weer trok hij van de kust naar Brugge. Aan die stad wijdde hij de Brugge-suite (thebaanse trompetten - 1939), het koor Brugge (gemengd koor en piano of fanfare) en 'k Zie Brugge 't liefst (verschillende versies als lied, koorwerk en orkestwerk - 1950). En ook Renaat Veremans was gecharmeerd door Brugge: Brugse feestklanken (koperensemble - 1963). En op het einde van de zomer zei François-Auguste Gevaert Adieu à la mer (koor en strijkers - ?). Een andere geliefde vakantiestek waren de Ardennen, zoals bij Ryelandt met En Ardenne (piano - 1905). En Jef Van Durme stak vanuit de Ardennen even de grens over en kwam zo tot de vijfdelige suite Indrukken uit Groothertogdom Luxemburg (piano - 1930).

Anderen zochten het dan weer in eigen streek. Veremans bijvoorbeeld met Nacht en morgendontwaken aan de Nete (orkest - 1957) of Demerlandschap (trio voor fluit, klarinet en piano - 1965). En na het Metereologisch instituut (orkest - 1951) te hebben geraadpleegd, trok Meulemans voor een daguitstap naar het Middelheim (orkest - 1961) of naar de heide: Heideschetsen (kamerorkest - 1922).

3. Documenten Peter Benoit teruggevonden

Het Studiecentrum heeft tijdens de zomermaanden een aantal belangrijke documenten van Peter Benoit teruggevonden. Het gaat om een veertigtal, meestal ongepubliceerde en onbekende, brieven en geschriften over uiteenlopende onderwerpen, zoals bijvoorbeeld:


  • ontwerpen voor toespraken en voordrachten
  • beschouwende teksten over muziek
  • een tekst over dichter Emanuel Hiel
  • een brief uit 1875 aan Edmond van Herendael, de tekstdichter van Benoits koor De Vlaemsche leeuw
  • correspondentie en teksten over de oprichting van een Vlaamse Opera
  • briefwisseling uit 1899 met de bevoegde minister in verband met het Antwerps conservatorium
  • verschillende teksten over de interne organisatie van het conservatorium

Deze vondst haalde het tv- en radiojournaal van de VRT, het tv-journaal van WTV en de kranten. Wie weet heeft van bedreigde muziekarchieven of van personen die hun muziekarchief willen wegschenken, mag dit altijd aan het Studiecentrum melden.

4. Vlaamse muziek in de rand van Brussel

Het Festival van Vlaanderen - Vlaams Brabant organiseert in de rand van Brussel zes concerten met drie verschillende programma's Vlaamse muziek uit de romantiek. Het Studiecentrum heeft voor de laatste twee concerten enkele programmasuggesties gedaan.


  • Kamermuziek van Joseph Ryelandt, Jef Van Durme, Gabriël Fauré en Antonin Dvorák
    uitvoerders: Henry Raudales - Marie Hallynck - Levente Kende
    > 20 september - Sint-Genesius-Rode
    > 21 september - Kraainem
  • Pianomuziek van Edgar Tinel, Lodewijk Mortelmans, Robert Schumann en Johannes Brahms
    uitvoerder: Dejan Lazic
    > 2 oktober - Wezembeek-Oppem
    > 3 oktober - Linkebeek
  • Liederen en pianomuziek van Eduard Lassen, Frank Vanderstucken en Franz Liszt
    uitvoerders: Istvan Kovács en Levente Kende
    > 10 oktober - Wemmel
    > 11 oktober - Drogenbos
    Meer inlichtingen: www.festivalvlaamsbrabant.be.

5. Herdenkingsconcerten Lodewijk Mortelmans

Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het overlijden van Lodewijk Mortelmans (1868-1952) worden in de nabije toekomst enkele herdenkingsconcerten georganiseerd. In de reeks lunchconcerten van de Vlaamse Opera brengen sopraan Anne Cambier en pianist Jozef De Beenhouwer een mooie selectie uit het werk van Mortelmans. De concerten vinden plaats in Antwerpen op 25 september en in Gent op 27 september, telkens om 12u30. Meer informatie: www.vlaamseopera.be.

Dezelfde uitvoerders vertolken op zaterdag 5 oktober om 11u00 in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen meer werk van Lodewijk Mortelmans. Dit recital is dan ook de opening van de tentoonstelling van 25 schilderijen van Frans Mortelmans, Lodewijks broer, die in het KMSK wordt georganiseerd en die loopt tot 10 november. Meer informatie: www.lodewijkmortelmans.be.

6. Cd's met Vlaamse pianomuziek

Op het onvolprezen label Phaedra (In Flanders' Fields vol. 27) verscheen een cd met de Miniaturen van Lodewijk Mortelmans en de Sonate van Lodewijk De Vocht, aangevuld met enkele prachtige pianowerken van Joseph Jongen. Alle werken verschijnen voor de eerste keer op cd. Uitvoerder is Hans Ryckelinck.

Ook Peter Vanhove ging grasduinen in de Vlaamse pianoliteratuur en maakte een mooie selectie van werken van Peter Benoit, Lodewijk Mortelmans, Prosper Van Eechaute, Joseph Ryelandt en Arthur De Greef. De opnames van de werken van Van Eechaute zijn cd-premières. Deze opname - Flemish romantic and impressionist piano music - verscheen op het label Pavane records.

7. Karel Albert over Lodewijk De Vocht en Darius Milhaud

De componist Karel Albert (1901-1987) heeft vele decennia lang muziekartikels en recensies gepubliceerd in bladen als Herleving, Pogen, Hoger leven, Vrij Nederland, De Radiobode en De Standaard. Een aantal van die artikels werd later opnieuw gepubliceerd in De evolutie van de muziek van de oudheid tot Beethoven aan de hand van gramofoonplaten (1947) en in Over muziek gesproken… Selectie uit de artikelen en essays in de laatste zestig jaar gepubliceerd (1982). Deze laatste selectie verscheen op aandringen van Denijs Dille. Albert had een open blik en schreef met kennis van zaken, zodat veel van zijn artikels zo vele jaren na dato nog interessant zijn en/of historische betekenis hebben.
Een artikel dat niet in de hierboven vermelde boeken werd gerecycleerd, staat hieronder. Het is een van de vele artikels waarin hij zijn bewondering uitspreekt over wat Lodewijk De Vocht met zijn koor Chorale Caecilia en het orkest van de Maatschappij der Nieuwe Concerten tijdens het interbellum presteerde. Hier gaat het om een artikel dat op 23 maart 1930 verscheen in zijn rubriek Gramofonische tijdingen van De Standaard. De Vocht had toen al met zijn Antwerpse ensembles een internationale reputatie verworven met uitvoeringen en opnames van werk van Arthur Honegger en Darius Milhaud.
Albert looft hier ook de Franse zangeres Claire Croiza (1882-1946), die tussen 1906 en 1913 in de Munt schitterde - Dalila was een van haar favoriete rollen - en later uitgroeide tot een van de belangrijkste verdedigers van de nieuwe Franse muziek. In die hoedanigheid werd ze regelmatig door De Vocht geëngageerd. Hun gezamenlijke opname van Milhauds werk wordt in Frankrijk nog altijd als een belangrijk evenement beschouwd. Een fragment van die opname uit 1928 is, samen met fragmenten uit 1929 van de opname door De Vocht en Croiza van Honeggers Judith, uitgebracht op het gespecialiseerde Marston-label (Claire Croiza. Champion of the modern french mélodie. - www.marstonrecords.com.)

GRAMOFONISCHE TIJDINGEN: DARIUS MILHAUD - 'ORESTIE'

Het is natuurlijk dat de Grieksche tragedie niet meer beantwoordt aan den geest van onzen tijd. Het is echter onloochenbaar dat ze niets van haar prestige verloren heeft en dat ze nog steeds geldt voor een der sterkste uitingen van den menschelijken geest. Men kan er nu eenmaal geen afstand van doen: regisseurs beproeven ze te redden door moderne, dynamische insceneering (tot gruwel der literators) dichters beproeven de stof in anderen vorm om te werken (tot gruwel van al de andere literators) en komponisten worden voortdurend aangetrokken de lyrische dramatiek dier eeuwenoude verzen in klanken om te zetten. Zoo dichtte Paul Claudel Eschyles' Oresteïa na en Darius Milhaud leverde voor deze omwerking eenige muzikale fresken wier waarde niemand ontgaan kan.

Het werk bestaat uit drie deelen: De Choëphoren (getoondicht 1915), Agamemnon (1913) en De Eumeniden, waaraan de auteur werkte van 1917 tot 1924. De Agamemnon is het minst belangrijke (slechts één fragment werd getoonzet), De Eumeniden het meest uitgebreide der drie. Columbia biedt ons deze maand de belangrijkste fragmenten uit De Choëphoren en het Processionnal uit De Eumeniden aan (D. 15242 - 43).

De fragmenten uit De Choëphoren: Vocifération funèbre; Libation; Exhortation; Conclusion, worden algemeen als de sterkste bladzijden der partituur aanzien. Geschreven in 1915, op 't oogenblik dat de komponist nog aan den aanvang stond van een rij gewaagde experimenten die hem de verbluffende technische zekerheid zouden bezorgen, die wij van hem nu kennen; is het niet te verwonderen dat men hier en daar in de partituur de onzeker tastende hand gewaar wordt; deze fragmenten echter zijn tenvolle gelukt; niettegenstaande de ingewikkelde schrijfwijze, gevolg van de polytonale bewerking der stemmen, voelt men dat de komponist het reusachtige apparaat, tot hetwelk hij zijn orkest omgevormd heeft, tenvolle meester blijft. De aangewende middelen zijn verre van eenvoudig, maar ze zijn in verhouding tot het geweldige doel dat de toondichter zich voorgesteld heeft, en dat hij bereikte. Kunstenaars uit vorige en uit onze dagen hebben vaak tragische momenten in hun werk gelegd, maar nooit hebben we de grootsche tragiek van het Grieksche treurspel zoo doorvoeld als voor deze partituur van Milhaud. Bij het aanhooren dezer muziek vraagt men zich onrustig af of het neerdrukkende "Anankè"-begrip in onzen opwaarts strevenden tijd plots gaat herboren worden. Die grootsche tragiek bereikt de toondichter niet door het omvangrijke klankgehalte van zijn orkest maar ze groeit uit het kontrast tusschen de solo stem, diep menschelijke verschijning van het individu, en de brutaal bovenmenschelijke koren, incarnatie der gansch in de hand der Goden zijnde massa. Opmerkelijkst is dit in de Exhortation, rythmische voordracht onderlijnd door slagwerk en kooraccenten, waarin de toondichter dramatische vondsten deed, die benauwend werken door hun barbaarsch realisme.

In 1924 werden De Eumeniden voleind. De toondichter staat thans op heel wat vasteren grond. Maar de stijl is er niet eenvoudiger door geworden. Men voelt hoe de komponist vecht met de materie om die overweldigende emotie in hem te veruiterlijken. Het bruist en klinkt langs alle kanten; het krioelt van stemmen die om den voorrang twisten en dan weer overvleugeld worden door het in onmenschelijke tessituur gehouden koor. En juist uit dit meebeleven van dien reuzestrijd, uit het meevoelen der physieke inspanning van het koor, om zich in dien klankenchaos recht te houden, groeit weer in den toehoorder hetzelfde aanvoelen der Grieksche tragiek, zooals De Choëphoren ze reeds leerden kennen. Dit is geen muziek meer om met gesloten oogen, half afwezig (sommigen heelemaal) te aanhoren. Hier geen methaphysiek, geen symbolisme, geen filosofie. Deze muziek blijft werkelijkheid: een klankenkonstructie in tijd en ruimte. Maar doordat de toondichter u het creatieve proces doet meebeleven, doordat hij u doet meevoelen de inspanning der uitvoerders, zet hij het emotioneele apparaat in u met een onfeilbare zekerheid in werking.

De uitvoering van dit gewrocht is een heksenwerk, maar het hier bekomen resultaat is schitterend. Mevr. Croiza, als soliste bereikt in de rythmisch voorgedragen gedeelten oogenblikken dat een huivering door u heen vaart; de nuanceering dezer passages is zoo verzorgd, het stemtimbre zoo gevarieerd, dat men dadelijk voelt dat alleen een groote zangeres, die, als Mevr. Croiza over een voordracht en een dictie beschikt die de perfectie naderen, voor een dergelijke taak opgewassen is. Ook het Orkest der Nieuwe Concerten, onder leiding van Lode De Vocht heeft hier voor altijd het bewijs geleverd van zijn degelijke training en van zijn virtuositeit. Maar het meest verdienen zeker de koren bewonderd te worden. We beweren niet dat onze Caecilia Koraal het enige goede koor ter wereld is. Maar de fono laat echter gemakkelijk toe te vergelijken met wat elders gepresteerd wordt, en aan de hand van een dergelijke vergelijking kan men gerust zeggen, dat mogelijk andere prima-koren het werk even goed aankunnen als Caecilia, maar dat geen enkel het beter kan. En dan zijn we overtuigd dat we de prestatie van onze landgenoten heel zedig en vrij van alle parochie-geest beoordeeld hebben. Een dergelijk resultaat is enkel te bereiken met een koor waarvan alle leden rasechte muzikanten zijn, die niet alleen over een goed orgaan maar ook over een goede dosis wilskracht beschikken.

Karel ALBERT

P.S.: In den Columbia catalogus dezer maand vonden we een uitsluitend in 't Nederlandsch gesteld bijvoegsel biezonder gewijd aan de laatst verschenen Vlaamsche platen. Buiten de hier reed aangehaalde opnamen van het Caecilia-koor, van A. de Munnynck en Ria Lenssen, vinden we nog: Koekoek (oud Vl. Lied) en Serenade (L. De Vocht) Caecilia-koor (D 19346) en Ik ken een lied (W. De Mol) en Daar was 'n meid (K. Mestdagh) gezongen door A. de Munnynck. (D. 19342). Een nieuwe reeks is in voorbereiding, waaronder: Klokke Roeland (Veremans), Artevelde-lied (Gevaert) enz.