ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Nieuwsbrief 52 - december 2006

1. Leuke muziekversjes van Edward Loos

Edward Loos (1906-1968) was naast organist, beiaardier, dirigent en componist ook nog verzenmaker. Zijn versjes beschouwde hij als 'enkele grepen uit de muziekgeschiedenis in een notendop, waarin de bekendste en voornaamste werken worden aangehaald'. Hier een greep uit zijn verzameling.

Beethoven
Man van het zwaarwichtig accoord
Wie heeft niet van uw vijfde gehoord
Wie kent er niet uw Album blad?
Was 't Elise die gij zo aan bad.

Strawinsky
Strawinsky sakkerde, de Lente is weer voor bij
Petroesjka, zij danste als een vuurvogel in Mei
Een soldaat zong wat verzen als hij er tijd voor had
Stopte zijn oren als er een dissonant in zat.

Smetana
Op 'De Moldau' vaarde Smetana, en tuurde naar het strand
Hij zag Cecilia komen met bloemen in haar hand,
Toch was het hem droef te moede, 'k zit met die 'Verkochte bruid'
'Smetana zei e'n moeder; sinds uw doofheid spreekt gij zo luid.

Auber
Nu zingt niemand, niemand meer,
'Amour Sacré de la Patrie',
Die 'Stomme' draagt nu een geweer,
En vraagt zich af voor wie, voor wie !

Coctail
Brahms vond Bruckner een flater
Schumann vond troost in het water
Rossini schoot menige kater
Liszt werd later een halve pater.

2. Kamermuziek : August Baeyens (1895-1966)

Voor strijkers & piano

  • Goudoogs verhaal voor viool & piano
  • Sonate voor viool & piano
  • Concerto voor altviool & piano
  • Voor strijkers

  • Strijkkwartet nr. 1
  • Strijkkwartet nr. 2
  • Strijkkwartet nr. 3
  • Strijkkwartet nr. 4
  • Strijkkwartet nr. 5
  • Strijkkwartet nr. 6         
  • Voor blazers & piano

  • Concerto voor trompet & piano
  • Rhapsodie voor klarinet en piano
  • Voor blazers

  • Blazerskwintet voor fluit, hobo, klarinet, hoorn & fagot
  • Concertino voor hobo, klarinet & fagot
  • Treurmuziek voor kamerkoperensemble
  • Varia

  • Piranesi-suite voor fluit & cello
  • Etude nr. 14 voor vier pauken & piano
  • 3. Liedkunst op teksten van Gezelle : Edward Loos (1906-1968)
    door Veerle Bosmans

    Naar aanleiding van het project 'Muziek en Woord – Liedkunst op teksten van Guido Gezelle' dat loopt in de bibliotheek van het Antwerpse conservatorium belichten we elke maand een Gezellecomponist. Dit keer is het de beurt aan Edward Loos (Sint-Truiden, 1906 - Sint-Truiden, 1968).

    Met Edward Loos voegen we opnieuw een organist-componist aan ons rijtje Gezellecomponisten toe. Ook Loos kwam reeds vroeg in contact met muziek, zijn vader was organist en koster en liet Edward al vroeg kennismaken met orgel- en pianomuziek. Op z’n dertiende schreef Loos zelfs al zijn eerste van vele Gezelleliederen op het gedicht O 't ruischen van het ranke riet, een lied dat samen met het andere Gezellelied 't Groeit een blomken werd uitgegeven door Melodia. Loos zou uiteindelijk vijftien Gezelleliederen schrijven.

    Toen Edward Loos in 1918 organist van de Sint-Gangulfuskerk en in 1920 van de Pater Redemptoristen te Stenaart werd, studeerde hij nog aan de Limburgse Orgelschool van Arthur Meulemans te Hasselt. Hij volgde ook harmonie en contrapunt bij Jef Van Hoof en nam privé-lessen bij Staf Nees. In 1925 werd hij organist aan de hoofdkerk te Sint-Truiden. Na zijn studies aan de orgelschool werd Loos leerling aan de Koninklijke Beiaardschool Jef Denijn te Mechelen, waar hij in 1935 met grootste onderscheiding afstudeerde en de Prijs Kardinaal Mercier – Scholarship behaalde.

    In 1942 werd Loos aan het Klein Seminarie van Sint-Truiden, drie jaar later werd hij organist aan deze school. Loos was eveneens werkzaam als pianoleraar aan de Stedelijke Muziekacademie van Sint-Truiden en werd muziekdirecteur van de Limburgse Orgelschool tussen 1956 en 1961. Loos werd echter vooral bekend als dirigent van het Gregoriuskoor te Sint-Truiden, dat onder zijn leiding van mannenkoor tot gemengd koor werd en steeds meer prestige kreeg in zijn streek.

    Loos werd meermaals onderscheiden voor zijn composities, zo kreeg hij in 1953 en 1955 de Staf Nees-prijs voor beiaardcompositie voor zijn werken Variaties voor beiaard op het oud-Nederlands volkslied Pierlala en Variaties voor beiaard op Des winters als het regent. Deze werken werden zelfs uitgevoerd op beiaarden in New York en Chicago. Het Vlaamse lied was een niet aflatende inspiratiebron voor Edward Loos, veel van zijn beiaardwerken en koorwerken waren variaties op bekende Vlaamse volksliederen.
    Loos' oeuvre bestaat uit verschillende orgel- en beiaardwerken, kunstliederen, geestelijke liederen, naast een aantal orkestwerken en toneelmuziek. Loos was ook een begenadigd improvisator. Na één van zijn concerten schreef de recensent van De Nieuwe Gids :

    "Weinige luisteraars zullen hebben bevroed dat de 'partituren' van het uur-lang concert met eigen werken van de heer Loos uit één enkel blad notenpapier bestonden. Het feit is dat wij in Edward Loos een Limburgse meester bezitten, die naar zijn eigen woorden, tijd noch lust heeft het werken die in zijn hoofd en vingers staan 'gegrift', op papier neer te schijven. Hij verkiest veel meer ze, naargelang zijn fantasie en inspiratie van het ogenblik, telkens opnieuw te scheppen en te variëren." 

    Op 23 januari 1968 stierf Edward Loos na een leven ten dienste van de Limburgse muziekcultuur. 

    Gezellewerken van Edward Loos

  • 't Groeit een blomken voor zang en piano
  • O 't ruischen van het ranke riet voor zang en piano
  • Dit voetje en dat voetje voor sopraan en piano
  • De avond komt zo stil voor vierstemmig gemengd koor   
  • Ego Flos voor vierstemmig gemengd koor
  • Hangt nen truisch voor vierstemmig gemengd koor
  • O Maria die daar staat voor vierstemmig gemengd koor
  • De averulle en de blomme voor vierstemmig gemengd koor
  • Het schrijverke voor vierstemmig gemengd koor
  • Kom e keer hier voor vierstemmig gemengd koor
  • 't Meezeken voor vierstemmig gemengd koor  
  • Het Vlaamse lied voor zang en piano
  • Mijn Vlaanderen
  • O blomme
  • 's Avonds voor vierstemmig gemengd koor 
     
  • 4. Een eeuw(igheid) geleden : december 1906
    door Jan Dewilde

    Een eeuw(igheid) geleden... op 15 december 1906

    Op zaterdag 15 december 1906 stuurde Claude Debussy volgende brief aan Maurice Kufferath en Guillaume Guidé, de directeurs van de Muntschouwburg:

    "Chers Messieurs,

    Pouvez-vous me dire quand et pour combien de jours vous aurez besoin de Claude Debussy…? J’ai besoin de le savoir quelques jours à l’avance pour des raisons d’économie domestique.
    Répondez-moi le plus vite possible et croyez-moi votre amicalement dévoué.

    Claude Debussy"

    Met deze brief polste Debussy naar de dagen waarop hij zich moest vrijmaken om de repetities van Pelléas et Mélisande in de Muntschouwburg bij te wonen. Na de wereldpremière op 30 april 1902 in de Opéra-Comique (Salle Favart) in Parijs, was de Muntschouwburg het eerste operahuis buiten Frankrijk dat Debussy’s 'drame lyrique' monteerde.
    Uit een brief van kerstmis 1906 aan musicoloog en muziekcriticus Louis Laloy weten we dat Debussy enigszins tegen zijn zin op 27 december naar Brussel afreisde, 'car je vais vers de l’ennui, des discussions falotes'.

    In Brussel nam hij zijn intrek in Hôtel Métropole, maar ook dat prachtige hotel kon hem niet met Brussel verzoenen. Op 2 januari schreef hij aan zijn vriend, de loodgieter Vital Hocquet:
    "Je reçois ta lettre à Bruxelles où la pluie plus belge que méchante ne compense pas l’ennui des répétitions de Pélléas dont la Monnaie va donner prochainement la représentation."

    Wordt vervolgd...