Potjes, Eduard

Nijmegen (NL), 13/08/1860 > Seattle, WA (US), 12/01/1931

Biografie

Potjes, Eduard

door Annelies Focquaert

Eduard (of Edouard / Edward) Potjes (of Potjès) werd geboren in Nijmegen op 13 augustus 1860 uit Nederlandse ouders. Hoewel sommige bronnen vermelden dat hij in 1868 werd geboren uit Belgische ouders, is dit volgens informatie van de familie niet correct.

Eduard toonde reeds als kind dat hij muzikaal talent had. Hij kwam dan ook uit een zeer muzikale familie: zijn vader speelde piano en viool en zijn oom Hendrik Potjes uit Boxmeer, die een bekende meester-edelsmid was, stond bekend als een zeer verdienstelijk amateur-pianist. Eduard kreeg in het pensionaat van Rolduc, waar hij zijn rhetorica volgde, zijn eerste pianolessen bij P. Van Merkestein, gevolgd door lessen harmonie en contrapunt bij Grégoire Van Dyck in Boxmeer. Tussen september 1878 maart 1880 was hij in Utrecht om zich onder de leiding van Richard Hol verder te bekwamen in piano en compositie. In het najaar van 1880 deed hij ingangsexamen voor de compositieklas van Ferdinand Hiller in het Conservatorium van Keulen, waar hij ook pianoles volgde bij Jacob Kwast. Hij vestigde zich na zijn studies in Antwerpen als muziekleraar.

In 1885 raadde Liszt - bij wie Potjes enkele lessen had kunnen volgen - hem aan om te solliciteren als pianoleraar aan het Pädagogium in Straatsburg. Potjes werd er aangenomen maar bleek echter een 'wandering soul': hij bleef maar korte tijd in Straatsburg, ondernam een tournee naar Nederland, vestigde zich opnieuw in Antwerpen en vertrok van daaruit voor concerttournees in Engeland en Frankrijk. In 1893 waren zijn zwerfjaren voorlopig voorbij en werd hij aangesteld als pianoleraar van de virtuositeitsklas in het Conservatorium van Gent, maar hij bleef ook als reizend pianovirtuoos actief. Zo speelde hij in januari 1897 in de Salle Pleyel in Parijs een groot concert met werken van Bach, Liszt, Chopin en Rachmaninoff.

Bergmans' biografie over Potjes houdt op rond 1900 en het is moeilijk om vanaf dan zijn spoor terug te vinden. Potjes leek naast zijn pedagogische activiteiten vooral actief te zijn als operacomponist, want op 23 maart 1903 vond in het Grand Théâtre van Gent de première plaats van Potjes' opera Ariane (opus 3, libretto van Charles Duprez). Op 31 oktober 1912 kreeg de opera  Lorenzo Murano zijn eerste opvoering in Antwerpen (eveneens onder opus 3 geklasseerd, libretto van Gustave Toudouze). Waarschijnlijk kenden geen van deze werken succes, want Le guide musical vermeldt of bespreekt deze premières niet (al maakte The Musical Times wel degelijk melding van de première van Lorenzo Murano als 'successfully produced'). Daarna verdwijnt Potjes van de radar. Volgens Roquet ging hij op pensioen als pianoleraar van het Gentse Conservatorium in 1919 en overleed hij in Seattle (Washington, VS) op 12 januari 1931.

De website van Washington University brengt waarschijnlijk de uitkomst. De bibliotheek van deze instelling bezit immers een fonds 'The Edouard Potjes Papers'. De bijhorende Preliminary Guide to the Edouard Potjes Papers leert dat Potjes in 1887 afstudeerde aan de "University of Belgium" (waarschijnlijk wordt de Vrije Universiteit Brussel bedoeld), zonder duidelijk te maken wat hij er studeerde. In 1917 emigreerde hij naar de VS als oorlogsvluchteling, nadat hij in België zijn ontslag gegeven had als pianoleraar. Hij vestigde zich in 1922 in Seattle (Washington) en werd in 1924 Amerikaans staatsburger. Wel bleef hij in Europa concerttournees geven. Een jaar lang was hij pianoleraar aan de Cornish School of music in Seattle, daarna wijdde hij zich verder aan privéles en compositie.

Dat Potjes in 1917 in Amerika aankwam blijkt uit een krantenknipsel uit het archief van de New York Times. Op 2 juni van dat jaar wordt immers vermeld in het overzicht van de kerkdiensten: "Church Services tomorrow. [...] Presbyterian. Fort Washington, Broadway at 174th Street. [...] Rev. Walter H. Semple preaches 8 P.M. - Special musical service, with Monsieur Edouard Potjes at the piano". Mogelijk was dit zijn eerste activiteit op Amerikaanse bodem, na zijn aankomst in New York.

Andere scholen waar Potjes lesgaf waren de Somer High School, Somerville (Massachusetts) en de Ward-Belmont-school te Nashville (Tennessee). In het tijdschrift Milestones, het jaarboek van Ward-Belmont, wordt Potjes voor de jaren 1918 en 1919 vermeld als 'Director School of Piano', en de bijhorende achtergrondinformatie luidt als volgt: "Graduate Cologne Conservatory of Music; Pupil of Ferdinand Hiller and Franz Liszt; formerly Teacher of Piano, Conservatory of Music, Strassburg; recently Director Piano Department and Professor of Virtuoso Piano, Royal Conservatory of Music, Ghent, Belgium."

In Potjes' nagelaten documenten in 'The Edouard Potjes Papers' bevindt zich informatie over Potjes' opleiding voor hij naar de VS kwam. The Musical Courier van 21 juni 1917 vermeldt: "Mr. Potjes commenced his studies in  at the Conservatory in Cologne, where he enjoyed the instruction of Ferdinand Hiller. His studies there finished, Potjes went to Antwerp, where he became acquainted with Franz Liszt. Having played several times before the great master, Liszt offered to hear Potjes play his whole repertoire, and to give him lessons. Thus he followed Liszt, and was almost his last pupil, as the illustrious man died a year afterward."

Concertbrochures van het Seattle Symphony Orchestra (SSO) uit een latere periode geven een ander verhaal, dat waarschijnlijk iets verder van de waarheid ligt. In 1928-1929 lezen we: "His early education was received at private schools, at the Latin School in Holland, and later he attended the University of Belgium. His musical training was received from Hans von Bulow, Brassin and Gavert, of the Royal Conservatory at Brussels. He had the privilege, when a boy of fifteen, to take a series of lessons under that greatest of all teachers, the immortal Liszt, just a few months preceding Liszt's death." [Liszt stierf in 1886].

De werklijst die Bergmans geeft, loopt tot en met 1901 en bevat hoofdzakelijk werken voor piano: een sonate, fantasieën en diverse genrestukken, waarvan enkele verwijzen naar Liszt's stijl (Quatre consolations, Fantaisie hongroise Czardas). Bergmans vermeldt verder liederen op Duitse teksten, een mis, een Sonate voor piano en viool en een pianokwintet. Potjes componeerde na de eeuwwisseling nog de opera's Ariane en Lorenzo Murano, een blijspel Het spookt en een lyrisch drama Le coffret de Salomé. De voorlopige inventaris van zijn nagelaten papieren in de Universiteit van Washington bevat een symfonie en het manuscript van een symfonisch werk At Dawn - Eastermorning (circa 1931).

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert
Met dank aan Frans van Pallander (Zuid-Afrika).