Tilborghs, Jozef

Kalmthout, 28/09/1830 > Nieuwmoer, 27/02/1910

Biografie

Tilborghs, Jozef

door Annelies Focquaert

Jozef Tilborghs werd in 1847 als leerling toegelaten aan de normaalschool van Lier waar hij les kreeg van Edouard Gregoir. Daarna trok hij naar het Conservatorium van Brussel, waar hij in 1851 en 1852 zijn eerste prijzen van orgel bij Lemmens en compositie bij Fétis behaalde. Edouard Gregoir meldt met enige fierheid dat de jonge Tilborghs zijn prijzen heel snel behaalde, namelijk bij het eerstvolgende concours dat volgde op zijn toelating. In 1855 werd hij aangesteld in de normaalschool van Lier, waar hij bleef lesgeven tot in 1881. Tilborghs was vanaf 1861 gedurende vele jaren Lemmens’ vervanger tijdens diens buitenlandse reizen. In 1871 werd hij tot orgelleraar benoemd aan het Conservatorium van Gent. In 1881 werd hij leraar contrapunt en fuga in het Conservatorium van Antwerpen, een functie die hij bleef uitoefenen tot aan zijn dood. Hij werd regelmatig gevraagd als orgelexpert, zoals bijvoorbeeld in 1884 voor het bestuderen van de plannen en het controleren van de werken aan het nieuwe Anneessens-orgel in de Sint-Jacobskerk te Antwerpen. Hij was ook samen met Callaerts aangesteld door directeur Benoit om het nieuwe Schyven-orgel voor het Antwerpse Conservatorium te keuren op 20 juli 1889.

Hij schreef hoofdzakelijk orgelwerken en religieuze vocale werken. Dat hij wel zeer bescheiden was toont een anekdote die verteld wordt door Emile Hullebroeck: "De klas van professor Tilborghs heeft ons heel wat jolijt bezorgd. Wij hielden veel van die oude heer, die goed als koek was, zacht als een lam en zijn onderwijs zeer ter harte nam. Toch lieten wij niet na, de orgelblazer met een kleinigheid om te kopen, opdat midden in een fortissimo plots, bij gebrek aan wind, een leemte zou ontstaan. Tilborghs’ improvisatielessen zijn zeer nuttig gebleken en een aanzienlijk deel van onze practische muzikale vorming danken wij de vriendelijke man, die steeds eenvoudig bleef, ook in zijn kleding. Wij wisten dat hij te Lier woonde en een ietwat kwezelachtige gastvrouw had. Wat zij gezegd of gedacht heeft, toen wij de goed Tilborghs op zekere dag met reukwater bespoten hadden, is ons onbekend gebleven."

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert