Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Timmermans, Armand

Antwerpen, 20/01/1860 > Antwerpen, 12/07/1939

Biografie

Timmermans, Armand

door Annelies Focquaert

Armand Timmermans was door zijn vader (die professor was aan de Rijkshandelshogeschool in Antwerpen) voorbestemd om handelaar te worden. Armand was echter liever met muziek bezig en toen hij op zijn 16e afstudeerde aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen, schreef hij zich in aan het latere Conservatorium. Daar volgde hij vanaf 1877 lessen piano (Jos Bosiers), orgel (Joseph Callaerts), zang en contrapunt en werd hij een leerling van Benoit voor compositie. In 1882 verliet hij de Muziekschool en nam hij les bij organist Jozef Tiloborghs. Zijn oudste werk Na den slag - Klavierpoëma werd gecomponeerd in 1878. Timmermans ondertekende zijn manuscripten uit deze periode met het Vlaamse Herman, dat later weer werd doorstreept tot Armand.

Tijdens de Antwerpse Van Dyck-feesten in 1899 werd hij aangeduid om het verplichte koorwerk te schrijven voor de internationale samenzangwedstrijd: Gevloekt zij den oorlog. Het Gemeentebestuur vroeg hem om de cantate te schrijven voor de Nationale Feestdag van 1904: Vaderlandsch Zangdicht werd uitgevoerd met orkest en niet minder dan 1200 schoolkinderen, en het slotkoor Ik heb U lief mijn Vaderland bleef nog lang daarna populair. Vanaf november 1887 tot augustus 1914 was hij muziekrecensent voor de Antwerpse kranten Le Matin en L'Opinion, soms met 'Ut' als pseudoniem. Waarschijnlijk gaf hij in deze periode ook muziekles in de Gemeentescholen. 

Een manuscript wijst uit dat hij bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland vluchtte: een kladversie van La petite Refugiée voor piano draagt immers het opschrift Rotterdam Oct 14 (en exil), de verbeterde versie is gedateerd Anvers, 7 Février 1915, pour Didi (zijn dochter?). Onder een dramatisch thema in dit manuscript staat geschreven: navrances - ruw geweld. Heel waarschijnlijk ligt hierin de kiem voor de compositie van zijn opera Oorlogswee (Navrances de Guerre), waaraan hij in deze periode begon. Met 11 leidmotieven schetste Timmermans in een sobere setting het verdriet van een moeder die tijdens de oorlog tracht te overleven, terwijl haar - onzichtbare en nooit aanwezige man - vecht aan het front; tot een vriend des huizes de onheilstijding brengt van een moedige maar zinloze dood. Op 6 maart 1919 ging de opera in première in de Vlaamse opera in Antwerpen, en de perscommentaren waren zo unaniem positief dat Timmermans ze gebundeld uitgaf. Zoals Auguste Monet in De Telegraaf (Amsterdam) schreef: "Het stukje zelf is niets… en àlles! ’t Is een bladzijde, gescheurd uit het levensboek van honderdduizenden - wat zeg ik; van millioenen in dezen tijd. “Oorlogswee” werd geschreven midden in den oorlog. De sentimentaliteit, waarvan het stukje over loopt, heeft nog de smaak van ’t echte lijden. De smart, die er in uitgedrukt wordt, kan thans naïef schijnen, maar opgewarmd tenminste niet. Wat er van zij, het publiek laat er bij iedere opvoering nog even gemakkelijk z’n hart door vangen."

In het élan van dit succes begon hij aan de schetsen van zijn opera Margarita. Op 1 november 1923 ging dit werk in première in de Koninklijke Franse Schouwburg in Antwerpen, de oorspronkelijk Vlaamse tekst werd in het Frans vertaald: het beleefde 7 opvoeringen in hetzelfde seizoen.

Doorheen vele van zijn kleinere composities, waarvan het overgrote deel niet werd uitgegeven, loopt de oorlog als een rode draad: bijvoorbeeld in Achteruit, voor tenor en orkest, volgens het manuscript "gecomponeerd in augustus 1914, voor het eerst uitgevoerd in de zaal van de zoologie in Antwerpen onder leiding van H. Rimbout, op 27 november 1918." Of ook: Het Nationaal Leger, Volksmarsch (1910); België aan Holland : Verbroederingslied, (z.d.); Hymne à la paix, volgens het manuscript geschreven op "Armistice - Nov 1918, exécuté à la zoologie par M. De Herdt"; of ook nog een Treurzang voor de gefusilleerden (1919).

Daarnaast telt zijn oeuvre vooral gelegenheidswerken voor huwelijken, verjaardagen, jubilea en zelfs carnavalsoptochten; ook eenvoudige pianowerkjes komen veelvuldig voor. 

Zijn laatste levensjaren werden ernstig bemoeilijkt door zware gehoorproblemen. Een vriend van Timmermans vertelde hierover: "Hoe vaak heeft hij het ons niet met tranen in de oogen verteld - bij hem was ieder geluid al dadelijk tot een verward, verwarrend en chaotisch klankkompleks uitgegroeid en verworden, dat hem belette zelfs het geluidsbeeld van zijne schepping in zijne herinnering te mogen bewaren."

Zijn laatste grote werk, het lyrisch drama Vae victis, werd nooit uitgevoerd, hoewel hij het in 1926 had aangeboden aan de Vlaamse Opera en ondanks herhaalde aanbevelingen in de pers. Na 1927 componeerde hij niet meer, gedesillusioneerd door deze afwijzing en door zijn gehoorproblemen. 

Zijn overlijdensbericht vermeldt hem als "Armand, August, Florent Timmermans - Toondichter, oud-Muziekleeraar der Gemeentescholen, Ridder der Kroonorde, Vereerd met de Burgerlijke Medalie van 1e Klas."

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert