Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Van Campenhout, Frans

Brussel, 05/02/1779 > Brussel, 24/04/1848

Biografie

Van Campenhout, Frans

door Karolien Selhorst

De Brusselse componist Frans (François) Van Campenhout (of Campenaut) blijft tot op vandaag bekend als componist van de Brabançonne, de nationale hymne van België. Hij was bij leven een begenadigd en gevierd zanger, verbonden aan theater- en operahuizen in onder meer Gent, Antwerpen, Amsterdam en Lyon. Hij componeerde tal van opera's, cantates, en religieuze koorwerken.

Van Campenhout werd geboren in Brussel in 1779 (of 1780 volgens Fétis), als zoon van een herbergier. Muzikaal onderricht kreeg hij van een Franse geestelijke die bij zijn vader onderdak kreeg, en van Jean-Englebert Pauwels, die hem vioolles gaf en hem later aanraadde om zich op het zingen toe te leggen. Tegen de wil van zijn vader, die een administratief-juridische carrière voor zijn zoon zag weggelegd, bood de zestienjarige Van Campenhout zich als violist aan bij het orkest van De Munt in zijn geboortestad, waar hij ook werd aangenomen.

In diezelfde periode werd hij lid van een amateurgezelschap dat komische opera's uitvoerde in het Parktheater. Met zijn mooie contratenorstem oogstte hij al snel veel bijval. Zijn hele verdere leven bleef hij - op de eerste plaats als zanger - verbonden aan het theater. In Gent werd hij aangetrokken door het pas opgerichte 'Théâtre de Rhétorique', maar dit theater sloot reeds na enkele maanden de deuren. Van Campenhout keerde terug naar Brussel, waar hij bij De Munt debuteerde in Azémia van Nicolas Dalayrac.

De daaropvolgende jaren zong hij in Antwerpen (1800), Brest (1801), Parijs (1803, bij het 'Théâtre de la Porte-Saint-Marin'), opnieuw in Brussel (1804) en Amsterdam (1805, bij het 'Théâtre Français'). In 1807 trad hij toe tot het hof van Louis Napoleon Bonaparte, die het jaar daarvoor tot koning van Holland was benoemd door zijn oudere broer Napoleon Bonaparte. Van Campenhout werd in dit hof, dat eerst in Den Haag en daarna in Amsterdam resideerde, eerste tenor bij de muziekkapel en het koninklijk theater.

Het was in Amsterdam dat Van Campenhouts eerste opera in 1808 in première ging: Grotius, ou le château de Loewenstein, echter zonder veel bijval. Het ontbrak Van Campenhout op dat moment aan een degelijke kennis van de harmonie; hij besefte het belang ervan en ging in de leer bij de Franse componisten Guillaume Navoigille en Louis-Jospeh Saint-Amans.

Eind 1809 besliste keizer Napoleon, uit ontevredenheid over het beleid van zijn broer, om Holland te annexeren bij Frankrijk. Louis Napoleon Bonaparte trad af ten gunste van zijn zoontje; zijn hofkapel werd ontbonden. Van Campenhout, die nog in dienst was van de Franse kroon, moest zich aansluiten bij het theater van Rouen. In die stad bleef hij vier jaar.

Hij keerde terug naar Amsterdam eind 1812, maar toen Nederland zich een jaar later afscheurde van Frankrijk, verliet Van Campenhout Amsterdam. In Lyon ging zijn opera Passe-partout in première (in 1814), maar opnieuw zonder veel succes. De daaropvolgende jaren was Van Campenhout aan het werk in Bordeaux (1816), Antwerpen (1818), Lyon (1819) en Parijs (1824). Hij oogstte groot succes in (naar het Frans vertaalde) opera's van Rossini. In 1828 zette hij een punt achter zijn zangcarrière en keerde hij terug naar zijn geboortestad Brussel, waar hij zich voortaan toelegde op het componeren.

Twee jaar later de Belgische revolutie uit, die uiteindelijk zou leiden tot de onafhankelijkheid van België. De jonge acteur Louis-Alexandre Dechet, beter bekend als Jenneval, schreef in september 1830 een (Franstalig) gedicht waarin hij de Nederlandse koning vroeg om de rechten van de Belgen te erkennen. Deze tekst zette Van Campenhout enkele dagen later op muziek. De Belgische nationale hymne was geboren. Althans: de basis ervan, want de tekst werd nadien nog meerdere keren aangepast. In een tweede tekstversie vroeg Jenneval de Belgische onafhankelijkheid (in plaats van slechts erkenning van de rechten van de Belgen). En toen Jenneval kort nadien sneuvelde - op 18 oktober 1830 in gevechten bij Lier - voegde zijn broer er nog een vierde strofe aan toe. Ook werd dertig jaar later de scherpe anti-Nederlandse toon van het gedicht gemilderd, door toedoen van de Belgische premier Charles Rogier. (De huidige Nederlandstalige versie werd pas in 1938 officieel goedgekeurd).

Volgens Fétis bezit de muzikale zetting van Van Campenhout alle kwaliteiten die een nationale hymne nodig heeft: een natuurlijke, ongedwongen melodie en ritmische kracht. Overigens gebruikte Van Campenhout zijn melodie tien jaar later opnieuw in zijn Requiem. Niet toevallig, want het werk was geschreven voor (en werd uitgevoerd op) de plechtigheid bij de tiende verjaardag van de onafhankelijkheid van België, in september 1840.

François Van Campenhout bleef tot aan zijn dood in Brussel. Het grootste deel van zijn oeuvre bleef onuitgegeven en ging verloren. Slechts enkele manuscripten (het geciteerde Requiem, vier missen en enkele andere vocale werken) bleven bewaard en bevinden zich momenteel in de Koninklijke Bibliotheek van België. Volgens Albert Vander Linden is Van Campenhouts compositiestijl sterk beïnvloed door de opera's die hij als zanger uitvoerde: Dalayrac, Rossini, Gluck en Boieldieu. Een zekere compositorische onhandigheid in deze werken verraadt het gebrek aan een grondige muziektheoretische scholing.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Karolien Selhorst