Van Hoof, Jef

Antwerpen, 08/05/1886 > Antwerpen, 24/04/1959

Artikels

Höflich-uitgave: Symfonie nr. 3 in Es (1945) van Jef Van Hoof

De derde symfonie van Jef van Hoof is ontstaan in bijzonder moeilijke omstandigheden. Zij werd namelijk geschreven in de jaren 1944 en 1945, dus aan het einde van de tweede wereldoorlog, een periode die bovendien in het persoonlijk leven van de componist zeer onaangenaam was. De componist gewaagde zelf van ‘zeer speciale omstandigheden’. In 1942 werd hij volkomen regelmatig benoemd tot directeur van het Koninklijk Vlaams Conservatorium in zijn geboortestad, waar hij zelf destijds was opgeleid en sinds 1936 als leraar harmonie verbonden was.

Leytens, L.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2526, 2016].

Vers van de pers: Missa de Angelis (1956) van Jef Van Hoof

[maart 2015]

Vers van de pers: Symfonie nr. 2 in As van Jef Van Hoof

Höflich-uitgave: Sinfonietta (1932)

Jef van Hoof ondertekende zijn Sinfoniëtta voor koper en slagwerk in zijn woning te Boechout bij Antwerpen in 1932. Het werk situeert zich dus midden in de loopbaan van de componist, vóór de reeks van de zes symfonieën, maar na de drie opera’s (Meivuur, 1916; Vertraagde film, 1922; Jonker Lichthart, 1928).

Leytens, L.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 522, 2006].

Höflich-uitgave: Divertimento voor trombone en orkest

Als student aan het aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van zijn geboortestad, werd Jef Van Hoof doordrongen van het artistieke nationalisme dat door Peter Benoit (1834-1901), de stichter van deze instelling, werd gepropageerd. Onder zijn leraars treffen we namen aan als Joseph Callaerts, Lodewijk Mortelmans en August de Boeck. Het was echter Paul Gilson die de sterkste invloed uitoefende op zijn muzikale vorming. Zelf bleef hij een romanticus in hart en nieren hoewel hij zich afzette tegen de excessen van de laatromantiek.

Leytens, L.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 523, 2006].

Höflich-uitgave: Symfonie nr. 1 in A (1938)

De symfonie kwam in de Vlaamse romantische muziek slechts karig aan bod. Met de opkomst van het neoclassicisme van de jaren 1920 kwam daar langzamerhand verandering in. Menig criticus (o.m. de bekende musicoloog Paul Collaer) toonde zich aangenaam verrast toen Jef van Hoof onverwacht dit terrein betrad. Als boegbeeld van de postromantische strekking werd hij tamelijk eenzijdig gewaardeerd als liedcomponist.

Leytens, L.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 542, 2009].

Höflich-uitgave: Missa de Angelis ad duos voces cum organo (1956)

Naast zes symfonieën, een opera, liederen, koren en kamermuziek heeft Jef Van Hoof ook heel wat religieuze muziek gecomponeerd. Als zoon van een koster-organist, verbonden aan de Antwerpse Sint-Michielskerk, was hij dan ook al van kindsbeen af vertrouwd met de muziek die vanop een kerkdoksaal klonk. Toch zou het tot 1920 duren eer hij met zijn Eerste lof een eerste religieuze werk schreef.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2508, 2015].

Höflich-uitgave: Symfonie nr. 2 in As (1941)

De zes symfonieën van Jef Van Hoof ontstonden allemaal tijdens de laatste eenentwintig jaren van zijn leven. Hij was toen de vijftig voorbij en zijn laatromantische stijl en idioom waren sedert lang gevormd. Hij had zijn populariteit in de eerste plaats te danken gehad aan liederen, voornamelijk zogeheten strijdliederen. En al was zijn oeuvre veelzijdiger dan dat, toch geraakte hij moeilijk van die eenzijdige faam verlost.

Leytens, L.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2516, 2015].

Höflich-uitgave: Symfonie nr. 4 in H (si groot) (1950) van Jef van Hoof

In de opbouw van verschillende meerdelige werken van Jef van Hoof kan een groeiende tendens worden waargenomen naar een zogeheten monothematiek. Met deze term wordt bedoeld dat één thema domineert en een belangrijke rol vervult in zowat elke beweging, uiteraard aangepast aan de wisselende stemmingen. Nergens is deze optie zo duidelijk als in de vierde symfonie in H (si groot), die overigens, net als alle andere, de klassieke vierdeligheid respecteert. Het werk werd voltooid op 18 december 1950 in het Spokenhof, de mooie historische woning van de componist te Boechout.

Leytens, L.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2530, 2016].