Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Veremans, Renaat

Lier, 02/03/1894 > Antwerpen, 05/06/1969

Biografie

Veremans, Renaat

door Karolien Selhorst

Renaat (Franciscus Gommarus) Veremans werd door zijn vader ingewijd in de notenleer en het pianospel - zoals later ook het geval zou zijn met broer Maurits (1904-1964). Hij volgde orgel en harmonie bij Paul Van Wassenhoven, die organist was van de Sint-Gummaruskerk in Lier, en ging studeren  aan het Lemmensinstituut in Mechelen. Zijn leraars waren Arthur Meulemans, Oscar Depuydt en Aloys Desmet. Veremans was amper 16 toen hij met zijn lied Vlaanderen een wedstrijd won van de Maatschappij voor Taal en Volk. In 1914 behaalde Veremans aan het Lemmensinstituut eerste prijzen orgel en piano, maar hij besloot zich nog verder te vervolmaken en schreef zich in aan het Conservatorium van Antwerpen (1914-1917). Hij kreeg er les van Arthur De Hovre (orgel) en August De Boeck (harmonie). Hij volgde ook privélessen contrapunt, fuga en compositie bij Edward Verheyden. 

Intussen werd Veremans aangesteld tot organist in de Dominicanerkerk in Lier. Daarna volgde hij Jan Broeckx op als kapelmeester en organist aan de Sint-Pauluskerk in Antwerpen. Een persbericht van 8 juli 1918 in het oorlogsdagblad Het Vlaamsche Nieuws meldt dat Renaat Veremans door het ministerie werd benoemd tot 'leeraar in de notenleer' aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium in Antwerpen, maar deze benoeming werd niet uitgevoerd. Tien jaar later werd hij er alsnog leraar notenleer, en in de periode van 1928 tot 1959 heeft Veremans vele honderden jonge Vlaamse musici gevormd. Hij was bovendien - van 1921 tot 1941 - dirigent van de Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen, waar hij ook enkele van zijn eigen zangspelen (Het mirakel, Anne-Marie, Bietje) met succes uitvoerde. Daarnaast gaf hij gedurende 35 jaar les aan het Stedelijk Conservatorium van zijn geboortestad Lier.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Renaat Veremans directeur van het Stedelijk Conservatorium in Brugge. Dit bracht hem nadien in moeilijkheden, maar in Antwerpen werd hij, na een korte schorsing, in zijn functie als leraar notenleer hersteld. Hij werd verkozen tot ondervoorzitter van de Raad van Beheer van de Belgische auteursmaatschappij (SABAM), en tot muzikaal adviseur en dirigent van de Vlaamse Nationale Zangfeesten van het ANZ en de Ijzerbedevaart. 

Veremans was een van de populairste componisten van zijn generatie. Dat had hij deels te danken aan het plotse succes en de ruime verspreiding van zijn lied Vlaanderen, maar ook door zijn toegankelijke, romantische schrijfstijl en uitgesproken melodische gave. Hij heeft zo goed als alle genres beoefend. Zijn uitgebreide oeuvre omvat ruim 200 liederen, een drietal operettes en vier opera's (Het mirakel, Anne-Marie, Bietje en Lanceloot en Sanderien), tal van koorwerken, oratoria, (zoals De bloedige dagvaart ons Heeren, het Maria-Oratorium), enkele missen, een Requiem, Stabat Mater,...…Voor orkest schreef hij onder meer drie symfonieën, enkele symfonische gedichten (Pallieter, Morgenschemer), concerti voor fluit, voor hoorn, voor hobo, en voor trompet. Voor de opening van de Waaslandtunnel in Antwerpen in 1933 schreef hij, in zuivere Peter Benoitstijl, de inhuldigingscantate Tunnelgroet. Ook componeerde Veremans toneelmuziek, zoals bij Macbeth van Shakespeare, bij Jozef in Dothan van Vondel en bij Judas van Cyriel Verschraege. De polyvalente componist bewoog zich ook reeds vroeg op het terrein van de filmmuziek, en schreef in 1934 de muziek bij De Witte van Jan Vanderheyden, de eerste belangrijke langspeelfilm in Vlaanderen, naar het gelijknamige boek van Ernest Claes. Er volgden nog een zestal filmscores. Veremans schreef ook mee aan een boek over zijn vriend en stadsgenoot Felix Timmermans, dat door het provinciebestuur van Antwerpen met een letterkundige prijs werd bekroond.

Kenmerkend voor Veremans' schrijfstijl waren - en bleven tot op het einde van zijn leven - zijn grote melodische gave en lyrische gevoeligheid, zijn gedegen vakkennis en zijn trouw aan de traditionele harmonie. Zijn oeuvre staat in het teken van een bijna kinderlijke aanhankelijkheid, een grote liefde voor de natuur, voor Vlaanderen, voor het katholieke geloof. Veremans was een op-en-top romanticus. In tegenstelling tot zijn leeftijdsgenoten August L. Baeyens, Karel Albert en Jef Van Durme, die antiromantische, puur abstracte muziek schreven, bleef Veremans trouw aan de 19e-eeuwse Vlaamse muzikale traditie, met verfijnde harmoniseringen en orkestraties à la August de Boeck. Het spontane in zijn schrijfstijl verklaart ook het succes van zijn filmmuziek: Veremans was de eerste onder de Vlaamse componisten die zich zo volledig bij de techniek en de speciale vereisten van het nieuwe medium wist aan te passen.

Het grootste deel van zijn manuscripten bevindt zich in het Letterenhuis (voormalig AMVC) in Antwerpen.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Karolien Selhorst