Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Verschraegen, Gabriël

Elsaarde, 11/08/1919 > Gent, 13/11/1981

Biografie

Verschraegen, Gabriël

door Lien Alaerts

Gabriël Verschraegen kwam als kind al in aanraking met muziek. Zijn vader, bakker van beroep, nam deel aan het muziekleven in Eksaarde-Doorslaar bij de dorpsfanfare en het plaatselijke kerkkoor. Het was de dirigent van dit koor, Alfons Platel, die het talent van Verschraegen opmerkte en er bij diens ouders op aandrong om dit talent aan te wakkeren. Dankzij een welgesteld familielid volgde Verschraegen zijn eerste lessen bij de Brusselse organist Jean Collot. Verschraegen kreeg gedurende drie jaar een intense studie van notenleer, harmonieleer, klavier en orgelspel. Collot raadde hem vervolgens aan om orgel te gaan studeren bij Flor Peeters aan het Hoger Interdiocesaan Instituut voor Kerkmuziek (Lemmensinstituut) in Mechelen. Naast orgel studeerde hij daar ook notenleer en harmonieleer bij Henri Durieux, praktische harmonieleer bij Staf Nees, harmonieleer, contrapunt en klavier bij Marinus de Jong en zang en gregoriaans bij Jules Van Nuffel. Hij studeerde af als laureaat met onderscheiding in 1939. Vervolgens trok hij naar het Conservatorium van Gent. Daar behaalde hij bij Flor Peeters het hoger diploma voor orgel in 1943, met grote onderscheiding. Naast orgel behaalde hij zijn diploma voor fuga, harmonie en compositie bij Jules-Toussaint De Sutter.

Verschraegen was een drukbezet man als organist, leraar en directeur. In 1944 werd hij als organist-titularis van de Sint-Baafskathedraal te Gent aangesteld. Dit ambt ging gepaard met het opluisteren van de dagelijkse kapittelmis en de zondagsdiensten en met het begeleiden van het kathedraalkoor. Als organist maakte hij verscheidene concertreizen in binnen- en buitenland, onder andere naar de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Vanaf 1948 volgde hij zijn oud-leraar Flor Peeters op als orgelleraar aan het Conservatorium van Gent. Tussen 1962 en 1968 was hij directeur van de Stedelijke Muziekacademie van Lokeren, om vanaf 1968 directeur te worden van het Conservatorium van Gent, een functie die hij bekleedde tot aan zijn dood in 1981.

In 1946 richtte hij samen met Berten De Keyser het eerste Vlaamse orgeltijdschrift De Schalmei op, dat in 1950 al ophield te bestaan. Toen Verschraegen in 1951 het orgelcongres van Tongerlo mee organiseerde, stond hij ook aan de wieg van het tijdschrift De Praestant, dat als opvolger kan beschouwd worden voor De Schalmei. Hij stichtte in 1956 het Gentse Orgelcentrum, dat de jaarlijkse orgelcycli in de Sint-Baafskathedraal en de vijfjaarlijkse internationale Johann Sebastian Bach-wedstrijd organiseert. Vanuit het Gentse Orgelcentrum kwam ook de impuls voor het oprichten van het Festival van Vlaanderen in Gent. Samen met Gaby Moortgat presenteerde hij de reeks ‘Oude orgels in Vlaanderen’ voor de radio. Daarnaast was hij voorzitter van de Gentse afdeling van Jeugd en Muziek. Tot slot fungeerde hij vaak als jurylid in orgel- en compositiewedstrijden te Gent, Genève, München en Praag.

Hij werd zeer geprezen om zijn inzicht in de oude orgelliteratuur. Daarnaast was hij een Reger- en Bruckner-kenner en was hij een van de zeldzame César Franck-vertolkers uit zijn tijd. In zijn eigen composities zijn deze beide facetten terug te vinden: men hoort er een harmonieuze synthese van de Franse en Duitse stijl met neoklassieke invloeden. Zelf omschreef hij zijn composities als werken die tot stand kwamen door middel van "een stevige constructie, zuivere contrapuntiek, klare lijnen, een heldere en doorzichtige schrijfwijze en vooral de suprematie van de melodie". Zijn belangrijkste werken zijn de orgelcomposities die vanaf 1950 ontstonden en die vaak geïnspireerd waren op gregoriaanse melodieën. Naast orgelmuziek componeerde hij ook kamermuziek, werken voor piano, koorwerken en liederen op teksten van Guido Gezelle, Yvonne Waegemans en Jozef Staes.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Lien Alaerts