Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Baeck, Jozef

Grembergen, 03/09/1912 > Antwerpen, 25/10/1989

Biografie

Baeck, Jozef

door Annelies Focquaert

Geboren te Grembergen (Dendermonde) maakte hij al op jeugdige leeftijd als fluitist deel uit van de stadsharmonie waarin zijn vader klarinet speelde. Hij behaalde eerste prijzen fluit (1932) en notenleer (1934) en een tweede prijs harmonie (1934) aan het Conservatorium te Gent. Tijdens zijn legerdienst volgde hij privéles compositie bij Prosper Van Eechaute. In 1933 ging hij in dienst van het Belgisch leger als fluitist bij de muziekkapel van het 2e Linieregiment. Van 1935 tot 1936 was hij leraar houten blaasinstrumenten aan de muziekacademie van Ninove. In 1936 was een van de eerste Vlamingen die slaagden in het examen voor militair kapelmeester. Als kapelmeester van het 6de Linieregiment te Antwerpen werd Jozef Baeck krijgsgevangen in 1940, maar hij keerde  in 1941 naar Dendermonde terug. Tijdens de oorlogsjaren schreef hij zich in aan het Conservatorium van Brussel, waar hij in 1943 nog eerste prijzen contrapunt (bij Marcel Poot) en fuga (bij Jean Absil) behaalde. Hij volgde ook compositie bij Léon Jongen en orkestdirectie bij Franz André. Van 1941 tot 1942 werkte Baeck als Afgevaardigde Financiën bij het plaatselijk comité van Winterhulp (afdeling Dendermonde) en in 1942 gaf hij voordrachten over muziekgeschiedenis voor de studiekring 'Trouw en Volhardend' te Dendermonde. Na zijn ontslag uit het leger (in 1945, wegens lidmaatschap van de Luitenant De Windekring tijdens zijn krijgsgevangenschap) werd hij dirigent van verschillende harmonieën en fanfares, zoals de Koninklijke Harmonie van de Katholieke Burgerskring in Dendermonde (1950-1969) en muziekverenigingen in Wilrijk, Temse, Bornem, Merchtem, Aalst en Wachtebeke. In Dendermonde werd hij in 1957 directeur van de Stedelijke Muziekacademie en voorzitter van Jeugd en Muziek. In 1978 ging hij op pensioen en wijdde zich verder aan het componeren.

Hij werd ridder der Oranje-Nassau-orde, ridder in de Orde van Leopold II, ridder in de Kroonorde en kreeg erepenningen en medailles van SABAM, de Vlaamse minister van cultuur, Fedekam, Muziekverbond van België en CISM (Confédération Internationale des Sociétés Musicales).

Baeck schreef vooral werken voor fanfare en harmonie, onder meer Colombo, Heistse Zeemars, Aalterse Jubelmars, Huldigingsmars, Bokkerijdersmars, Optimist, Voorwaarts, Jubelmars, Concordia, Blijmoedig, Vrolijke Mars, Herinnering (wals) en Noëlla (gavotte). Daarnaast componeerde hij ook voor koor en harmonieorkest, bijvoorbeeld muziek voor het Legendespel van de HH. Hilduardus en Christiana waaruit later een Ie Orkestsuite werd samengesteld; werken voor symfonisch orkest, religieuze koormuziek (Vier geestelijke liederen, Tu es sacerdos, Missa brevis); kamermuziek zoals Chanson et Badinerie en Polonaise en andante voor fluit en piano; pianowerken, liederen, een luisterspel voor de radio Hoe een koning zijn koninginnetje vond (1946) en een bewerking van het Oratorio di Santa Theodoria van Alessandro Scarlatti.

Als dirigent van de Harmonie van Dendermonde, die het Ros Beiaard in de stoet telkens voorafging, componeerde hij verschillende werken rond het oude volkslied 't Ros beiaard en maakte zo in Dendermonde de ommegang mee populair na de Tweede Wereldoorlog. Zo schreef hij een Ros Beiaard-mars voor harmonie (1952), Ros Beiaard-Fantasie voor harmonieorkest; Grote Fantasie op 't Ros Beiaard voor harmonieorkest(1955-1959) en tot slot een Ros Beiaard-Fantasie voor koperensemble (1985).

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert