Boogaerts, Frans

Lier, 23/07/1888 > Lier, 19/08/1950

Biografie

Boogaerts, Frans

door Annelies Focquaert

Hoewel hij door zijn pleegouders was voorbestemd tot het beroep van kleermaker, werd het muziektalent van Frans Boogaerts toch opgemerkt in het Lierse café waarin hij als wees opgroeide. Hij was autodidact toen hij zich in 1905 als 17-jarige inschreef aan het Conservatorium van Antwerpen, waar hij onder meer les volgde bij Jan Blockx, Emiel Wambach en Arthur De Hovre. Hij behaalde eerste prijzen notenleer (1908), orgel en de prijs Callaerts (1910) en harmonie (1912). Al in 1910 - nog voor hij afgestudeerd was - richtte hij een a capellakoor op in Lier, maar de successen die hij hiermee behaalde, werden gebroken door de oorlog. Lier werd zwaar getroffen door bombardementen en ook Boogaerts’ bezittingen gingen in vlammen op. Om de frontsoldaten te steunen, organiseerde hij verschillende concerten en in 1916 componeerde hij het lied Vadervreugde, ‘een innigen groet aan een krijgsgevangene te Soltau’. In juni 1926 werd zijn cantate Onze Torens in Lier opgevoerd, ter gelegenheid van de inhuldiging van het ‘Monument der Liersche Gesneuvelden’. Bij de inhuldiging van de Zimmertoren (1930) klonk deze muziek opnieuw. Hij zou ook pianobegeleidingen van stille films gespeeld hebben in cinema De Roskam.

Andere liederen van zijn hand zijn onder meer Vlaanderen, Scheldezang, Zelfvertrouwen, Morgenlied, Moeder, Voor ’t lieveken; ze werden uitgegeven in reeksen als die van De Ring (Berchem), het Willemsfonds en Het Vlaamsche Lied. In Lier is zijn Lied van Carnaval nog steeds bekend. Verder worden enkele koorwerken en missen vermeld, een mazurka voor piano, Vlinders (feestmars) voor harmonie, Hymnus aan de Zon en Nieuwe Mei voor koor en orkest en een bewerking van het lyrisch-dramatische toneelsprookje Ridder Arnold voor kamerorkest.

Hij werd benoemd tot als eerste directeur van de muziekacademie van Lier in 1922, waar hij zelf de klavierlessen gaf en in 1951 werd opgevolgd door Jos Van Looy. Rond 1936 was hij voorzitter van het koor De Vlaamse Leeuw. Door het inrichten van kosteloze concertavonden bracht hij ook minder gegoede luisteraars in contact met klassieke muziek. Als organist en kapelmeester was hij verbonden aan de Kluizekerk (Dominicanenkerk).

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek - Annelies Focquaert