Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Busschaert, Pieter Lodewijk

Damme, 28/07/1840 > Vichte, 10/01/1892

Biografie

Busschaert, Pieter Lodewijk

door Adeline Boeckaert

Pieter Lodewijk Busschaert werd geboren in Damme en doorliep de humaniora in het Sint-Lodewijkscollege in Brugge, waar hij les kreeg van onder meer Leonard Lodewijk De Bo (1827-1885), leraar poësis en retorica en vooral gekend als samensteller van het Westvlaamsch Idioticon. In 1859 vatte Busschaert priesterstudies aan in het Klein Seminarie in Roeselare, waar Guido Gezelle les gaf. Met Gezelle bleef hij zijn hele leven bevriend, het gedicht Kom e keer hier, flieflodderke dat Gezelle in 1860 schreef, werd 'aan Pieter Busschaert van Damme' opgedragen. Tijdens zijn studies dirigeerde Busschaert de Schola Cantorum. In die tijd componeerde hij ook een Stabat Mater, dat jaarlijks tijdens de Heilig-Bloedprocessie in Brugge werd gezongen. Toch zou hij geen muziek ‘studeren’, wat volgens het artikel van Edgar Tinel in Musica Sacra één van Busschaerts frustraties was. Als autodidact schreef hij wel verschillende missen van de zestiende-eeuwse componist Giovanni Pierluigi da Palestrina over om zich diens schrijfwijze eigen te maken. Later leerde hij ook het oeuvre van Bach, Haydn, Beethoven, Schumann en Brahms kennen.

Op 17 december 1864 werd Busschaert tot priester gewijd, op dezelfde dag als Hugo Verriest. Beiden werden kort nadien aangesteld als leraar aan het Sint-Lodewijkscollege in Brugge. In 1877 zou Busschaert onderpastoor in Blankenberge worden, en in 1883 pastoor in Vichte. Op al deze plaatsen werd hij erg gewaardeerd als muziekkenner, zijn reputatie ging van 'L’artiste professeur de poésie au collège de Bruges' of 'Le musicien vicaire de Blankenberghe' tot 'Le fameux musicologue curé de Vichte'. Als goede vriend van de Brusselse conservatoriumdirecteur François-Auguste Gevaert (1828-1908) zetelde Busschaert regelmatig in de jury bij orgelwedstrijden aan deze instelling. Ook bij het eindexamen van de 'Ecole de musique religieuse' in Mechelen maakte hij dikwijls deel uit van de jury.

Dat Busschaert veel belang hechtte aan de muziek in de kerkdienst, blijkt uit het feit dat hij 'sponsoring' zocht om het oude orgel van de kerk in Vichte te vervangen. Op 12 maart 1891 was het zover: het nieuwe instrument werd ingespeeld door Alphonse Mailly. Lang heeft Busschaert er echter niet van kunnen genieten. Op 10 januari 1892 stierf hij.

Busschaert schreef, naast een groot aantal gedichten, vooral vocale kerkelijke muziek. Deze werken werden uitgegeven in bundels als 30 Gezangen voor Congregatiën (Brugge: Edward Gailliard, 1870) en 42 Gezangen voor Congregatiën ook dienstig voor scholen (Brugge: Karel Beyaert-Storie, 1881). Kenmerkend voor deze composities is het gebruik van oude gregoriaanse gezangen die werden verrijkt met modale of contrapuntische begeleidingen. Van zijn Vijf oude liederen voor de kersttijd (O Schepper God; ’t Is geboren; God zij lof gegeven; Aan U, O Jezus; Tussen os en ezel) en zijn Vijf Jezusliederen (Wat is de naam van Jezus; Aan Jezus denken; Mijn zonden hebben menig keer; Jezus mensgeworden God; De Godheid woont in mij) maakte Herman Roelstraete een koorzetting voor vier gemengde stemmen a capella.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Adeline Boeckaert