Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Ceulemans, Ivo

Antwerpen, 18/03/1905 > Mechelen, 05/05/1994

Biografie

Ceulemans, Ivo

door Veerle Bosmans & Adeline Boeckaert

Muziek is goed als bijzaak, als beroep te riskant: dat was de stelregel binnen het ouderlijke huis van violist Ivo Ceulemans. Terwijl de getalenteerde jongeman voor zijn middelbaar diploma studeert, behaalt hij gelijktijdig een eerste prijs notenleer met grote onderscheiding. Nog steeds komen voortgezette studies in muziek niet in aanmerking: Ceulemans moet en zal onderwijzer worden. Op negentienjarige leeftijd wordt hij als leraar aangesteld aan een Antwerpse gemeenteschool. De muziek wordt echter niet vergeten en onder impuls van zijn vioolleraar Peter Saenen (1879-1961), die lesgeeft aan het Antwerpse Conservatorium en hem via concerten in contact brengt met de muziek van onder meer Milhaud, Franck en Pizetti, legt hij zijn muziekdiploma voor de middenjury af. Vanaf 1925 wordt Ceulemans muziekleraar en geeft hij les aan de muziekacademie van Hoboken. Ondertussen vervolmaakt hij zich in harmonie en contrapunt bij Frans D’Haeyer en later in fuga, compositie en orkestratie bij Karel Candael aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen.

Ceulemans wordt ook opgemerkt als eerste violist van het Nieuw Vlaams Kwartet, dat hij samen met componist Peter Frans De Puysseleyr opricht, en als altist in de kamerorkesten van Peter Saenen en Löwenstein, een Oostenrijks-Joodse dirigent in ballingschap in Antwerpen. Pas in de jaren '40 zien zijn eerste composities het levenslicht. Ceulemans schreef opmerkelijk veel instrumentale muziek: zijn kamermuziekoeuvre bevat een zeventigtal composities voor de meest uiteenlopende bezettingen. Hij componeert onder andere een Octet voor viool, altviool, cello, fluit, klarinet, hoorn, trompet en piano (opus 113) en het Saxofoonkwartet Colloque condissonant (opus 177). Daarnaast verschijnen er een tachtigtal liederen, veelal op teksten van zijn vriend Johan Daisne, en een aantal pedagogische koorwerken voor kinderkoor, die zijn activiteiten als leraar notenleer onderstrepen. Ceulemans' composities vallen overigens regelmatig in de prijzen: in 1954 ontvangt hij de Karel Boudry-prijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde te Gent voor zijn Negen kinderliederen. Twee jaar later volgt met zijn strijkkwartet Labor et constantia de tweede prijs van de Sabam-wedstrijd. In 1968 valt zijn Vioolconcerto in de prijzen en krijgt Ceulemans een toelage van het Ministerie voor Nederlandse cultuur. In de jaren '70 gooien zijn koorcomposities hoge ogen en in 1980 behaalt hij de Jef Van Hoof-prijs met zijn Kwintet voor kopers.

Om zich volledig op het componeren toe te kunnen leggen, vraagt Ceulemans in 1956 zijn pensioen aan als leerkracht. In 1959 wordt hij echter alsnog directeur van de muziekacademie van Hoboken, een functie die hij combineert met die van leraar viool, koor en samenspel. Toch blijft het componeren zijn hoofdbezigheid. Zelf schrijft hij hierover het volgende:
"Bij het beoordelen van een kunstwerk schuif ik filosofische strekking of toegepaste werkwijze op het achterplan. Alleen de artistieke inslag bepaalt mijns inziens de waarde. Op muzikaal terrein vind ik mijn gading in de meest verscheiden vorm, maar verfoei de dictatuur van het -isme. Degelijkheid van het muzikaal substraat blijft souverein. Mijn hoofdgedachte, ijverend om degelijk werk voort te brengen, is te schrijven voor onbevooroordeelde oren zonder vooringenomenheid."

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Veerle Bosmans & Adeline Boeckaert