Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

de Burbure, Gustave

Dendermonde, 22/07/1815 > Brussel, 25/10/1893

Biografie

de Burbure de Wesembeek, Gustave

door Jan Dewilde

Broer van de componist en musicoloog Léon de Burbure (1812-1889). Hij was een gepassioneerd muziekliefhebber die als klarinettist en als zanger optrad en vooral voor koor en harmonieorkest componeerde.

Waarschijnlijk kreeg hij, zoals zijn broer, zijn eerste muzieklessen van Joseph Troch, kapelmeester van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Dendermonde. Later bestudeerde hij samen met zijn broer verschillende harmoniemethodes. Die samenwerking tussen beide muzikale broers werd nog intenser nadat Léon aangesteld werd tot directeur van de Dendermondse muziekvereniging 'Société philharmonique de Sainte Cécile'. Daarnaast hadden de broers er ook 'La Lyre académique' onder hun hoede.

Rond die tijd raakte Gustave de Burbure, samen met zijn stadsgenoot en vriend Prudens van Duyse, in opspraak. Na een orangistisch getint artikel in Le Journal de Gand van 3 oktober 1832 werd hij beschuldigd van smaad aan de Belgische vlag. Uiteindelijk werd de klacht geseponeerd en hij werd zelfs benoemd tot muziekmeester van het kantonnaal legioen van de Dendermondse burgerwacht.

Gustave de Burbure studeerde rechten aan de universiteit van Gent. Na zijn huwelijk in 1841 vestigde hij zich in Gent, waar hij werkte als ontvanger van de Registratie en Domeinen en, vanaf 1859, als hypotheekbewaarder. Hij maakte er zich ook verdienstelijk als lid van de administratieve commissie van het Muziekconservatorium. In die functie ijverde hij om deze stedelijke instelling de rang van Koninklijk Conservatorium mee te geven, een doel dat hij in 1879 kon realiseren. Kort daarop werd hij voorzitter van de administratieve commissie van het Conservatorium.

Daarnaast was hij actief als directeur van het Gentse koor 'Le Cercle lyrique' en als majoor van het eerste legioen van de Gentse burgerwacht. Voor de harmonie van die burgerwacht componeerde hij vele marsen, pas redoublés, galops, walsen en airs variés en bewerkte hij opera-ouvertures (o.a. La prison d'Edimburg, L'aspirant, La princesse de Grenade) en schreef hij variaties op populaire operathema's. Zijn fantasie op Le choeur de baigneuses uit Les Huguenots stond op het repertoire van het muziekkorps van de Gidsen.

Naast die harmoniemuziek schreef hij ook kerkmuziek (zoals een Tantum ergo en een Salve Regina), piano- en gitaarmuziek, romances en koormuziek (vooral geschreven voor het koor 'La lyre gantoise', dat hij zelf ook dirigeerde). Een deel van zijn werken werd gepubliceerd in Journal royal de musique militaire (Parijs). Andere composities werden uitgegeven in Gent en Brussel.

In 1882 werd Gustave de Burbure hypotheekbewaarder in Brussel en verhuisde hij naar de hoofdstad. Daar overleed hij op 25 oktober 1893. Gustave de Burbure was erelid van de Academia de Santa Cecilia in Rome en ridder (1873) en officier (1890) in de Leopoldsorde. In 1889 werd hij in de adelstand (ridder) verheven.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Jan Dewilde