De Pauw, Jean-Baptiste

Brussel, 30/03/1852 > Bussum (NL), 10/06/1924

Historische teksten

Inleiding bij De Pauws orgelpartituur Rêve d'amour

door Evert Cornelis

Jean Baptiste Charles de Pauw werd den 31sten Maart 1852 te Brussel geboren als zoon van den conservator-musicus Liévin de Pauw. Reeds op jongen leeftijd kwam hij op het Brusselsche Conservatorium, waar hij het voorrecht had van mannen als Fétis (toenmaals directeur), Gevaert en Mailly onderwijs te ontvangen. Behalve vele diploma's voor allerlei vakken zooals Harmonie (theoretisch en praktisch), Piano, Orgel en Compositie, behaalde hij op 21-jarigen leeftijd den Prijs van Uitnemendheid voor Orgelspel. In 1879 bovendien den "Prix de Rome" voor Compositie met de Cantate Camoëns. In dit jaar zou hij echter voor goed zijn vaderstad verlaten. Immers, in Amsterdam, waar, in het Paleis voor Volksvlijt, een prachtig orgel gebouwd was door den vermaarden Cavaillé-Col, werd hij aangesteld tot vasten organist, die wekelijks een aantal concerten had te geven: een vereerende taak voor den toen nog jongen De Pauw. 15 jaar lang bleef hij hier werkzaam, en oorgetuigen hebben mij als om strijd verzekerd, dat zijne orgelconcerten een buitengewone plaats in het muziekleven van die dagen innamen. Dat hij voor deze concerten veel studeerde, blijkt wel hieruit, dat alles, naar het Fransch-Belgische voorbeeld, uit het hoofd werd voorgedragen, een praestatie die, in verband met de gecompliceerdheid der orgelspelkunst, wel zeer buitengewoon mocht heeten. Hoe deze gewoonte kan uitgroeien tot een ongelooflijke virtuositeit blijkt uit het volgende, dat De Pauw mij eens zelf mededeelde. Hij had kennis gekregen van de uitgave der Drei Tonstücke van Niels Gade en dit werkje besteld. Rekenende op een prompte toezending van de zijde der uitgevers, had hij het opus geplaatst op een zijner programma's. Het liet echter maar op zich wachten en kwam eerst op den concertdag in zijn bezit. Dienzelfden middag speelde De Pauw het, als gold het een bekend répertoire-stuk, van buiten.

Dat De Pauw naar Amsterdam werd beroepen is van ontzaglijke beteekenis geworden voor het muziekleven der hoofdstad. In 1884 toch behoorde hij tot de oprichters van het Amsterdamsche Conservatorium en vond daardoor overvloedige gelegenheid te bewijzen, dat zijne buitengewone gaven van uitvoerend kunstenaar nog rijkelijk werden overtroffen door die van paedagoog. Tal van uitnemende organisten en pianisten hebben dan ook aan hem hunne vorming te danken. De Rêve d'Amour was tot nu toe in het bezit van slechts enkele uitverkoren leerlingen, en het is een gelukkige gedachte, dat door de uitgave van dit bekoorlijke werkje de herinnering aan onzen grooten De Pauw wordt levendig gehouden.

EVERT CORNELIS

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Jean Baptiste Charles De Pauw (1852-1924), Chevalier de l'ordre de Léopold

Jean Baptiste Charles de Pauw, naquit le 31 Mars 1852 à Bruxelles, ou son père, Liévin de Pauw, était conservateur-musicien. Etant encore jeune il fréquenta le Conservatoire de  Bruxelles ou il eut l'avantage d'avoir pour professeurs des célébrités comme Fétis (qui était alors directeur),  Gevaert et Mailly. Outre plusieurs diplômes pour toutes sortes de branches spéciales, telles que l'Harmonie (tant théorique que pratique), le Piano, l'Orgue et la Composition, il obtint à l'âge de 21 ans le Prix d'Excellence pour orgue. En 1879 il obtint d'ailleurs le "Prix de Rome" pour composition par la Cantate Camoëns. C'est pendant cette année-lá qu'il quittait pour tout de bon sa ville natale. En effet, on avait fait construire pour le Palais d'Industrie à Amsterdam un orgue magnifique par la célèbre maison Cavaillé-Coll à Paris, et c'est dans cette ville qu'il fut nommé organiste, étant obligé de donner chaque semaine un certain nombre de concerts: tâche honorable pour le jeune De Pauw. Ce poste, il le remplit durant quinze ans, et des témoins auriculaires m'ont affirmé à qui mieux mieux que ses concerts pour orgues occupèrent une place extra ordinairement exceptionnelle dans la vie musicale de cette époque-là. A preuve qu'il étudiait beaucoup pour ces concerts, c'est qu'il jouait tout par coeur, à l'imitation de l'exemple franco-belge, prestation qui en égard à l'organisation compliquée du jeu d'orgue, passera toujours pour quelque chose de fort unique.

Combien cette habitude peut devenir une virtuosité merveilleuse, à peine croyable, est prouvé par ce qui suit, et que nous tenons de feu De Pauw lui-même, qui nous l'a racontée de son vivant. Il avait appris à connaître l'édition des Drei Tonstücke de Niels Gade et avait commandé cet ouvrage. Comptant sur un prompt envoi de la part des éditeurs, il avait fait  figurer cette oeuvre-là sur un de ses programmes. Toutefois  l'envoi se faisait attendre et n'arriva que le jour même ou le concert aurait lieu. Ce même jour, dans l'après- midi, De Pauw joua par coeur cette musique, comme s'il ne s'agissait que d'un numéro connu de répertoire. Que De Pauw a été appelé à Amsterdam, son séjour est devenu d'une importance immense pour la vie musicale de la capitale. En 1884 il fit partie des fondateurs du Conservatoire d' Amsterdam, ce qui lui fournit amplement l'occasion de prouver que ses dons extraordinaires d'artiste exécutant étaient surpassés encore par ses talents pédagogiques. Quantité d'organistes et de pianistes éminents lui doivent leur éducation musicale. Jusqu'ici le Rêve d'Amour n'était en possession que de quelques élèves élus, et c'est sans doute une heureuse inspiration que la  publication de ce ravissant opuscule servira à conserver la mémoire de notre grand De Pauw.

EVERT CORNELIS

 

Cornelis, E.: Jean Baptiste Charles De Pauw (1852-1924), Ridder in de Leopoldsorde, / Chevalier de l'ordre de Léopold, inleiding bij de partituur Rêve d'amour van J.B.C. De Pauw (Amsterdam: Seyffardt, 1924).