Delvaux, Albert

Leuven, 31/05/1913 > Jette, 16/05/2007

Biografie

Delvaux, Albert

door Jan Dewilde

Albert Delvaux studeerde aan het Stedelijk Conservatorium van zijn geboortestad Leuven. Het Conservatorium werd toen geleid door vooraanstaande componisten als Martin Lunssens (1921-1924) en Henry Georges D'Hoedt (1924-1936). Daarna trok Delvaux naar het Koninklijk Conservatorium van Luik waar hij de virtuositeitsprijs voor cello (1935), het hoger diploma voor kamermuziek (1936) en eerste prijzen voor contrapunt en fuga behaalde. Hij had er Rodolphe Soiron (cello), Joseph Leroy en François Rasse (contrapunt, fuga, compositie en orkestratie) als belangrijkste leraars. Daarna volgde hij aan het Mozarteum in Salzburg een dirigentencursus bij Igor Markevitsj.

Delvaux maakte vooral carrière binnen het muziekonderwijs. Hij was leraar aan de normaalschool van Tienen (1941) en aan het Stedelijk Muziekconservatorium van Leuven (1942-1953); hij was docent contrapunt en fuga aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel en van 1946 tot 1978 was hij directeur van de Stedelijke Muziekacademie van Sint-Niklaas. In die functies besteedde hij veel aandacht aan muziektechniek, voor hem het fundament van alle muziek.

Zijn oeuvre omvat slechts een tachtigtal nummers, maar spreidt zich over vele genres uit: kamermuziek, liederen, koorwerken, cantates, symfonische werken en concerto's. Ook in zijn composities hechtte hij veel belang aan ambacht, traditie en klassieke structuren. Zijn vroege werken baden in een impressionistische sfeer, zoals het weelderig georkestreerde Poème symphonique (1943), geïnspireerd door Verhaerens gedicht Le chant de l'eau. In latere composities gebruikt Delvaux dodekafonische elementen en modi die hij aan Olivier Messiaen ontleent.

Zijn Sinfonia burlesca werd in 1961 bekroond in de compositiewedstrijd van de Koningin Elisabethwedstrijd. Marcel Poot was voorzitter van de jury, die verder nog bestond uit Henri Gagnebin, Norman Demuth, Henk Badings, Alfred Uhl en de Belgische componisten Francis de Bourguignon en Raymond Chevreuille. In 1970 ontving hij een prijs van het Algemeen Nederlands Verbond voor zijn Concerto voor fluit, hobo, klarinet, fagot en kamerorkest (1970).

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Jan Dewilde