Devaere, André

Kortrijk, 27/08/1890 > Calais (FR), 14/11/1914

Biografie

Devaere, André

door Jan Dewilde

"Als 'n hagelstorm die losbreekt over 'n korenveld,
Als 'n windhoos die vernielend over 'n mooie streke jaagt,
Zoo is de oorlog over Vlaanderen gekomen."

Zo begint een biografische studie over de pianist en componist André Devaere, een van de vele slachtoffers van de Grote Oorlog.

André Devaere kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader Oktaaf Devaere, die een eerste prijs orgel aan het Conservatorium van Brussel had behaald en organist was aan de Sint-Maartenskerk in Kortrijk. André Devaere was een wonderkind en al op zijn elfde was hij zelf organist aan het Sint-Amandscollege in Kortrijk. In 1904 trok hij naar Brussel om daar aan het Conservatorium te studeren bij de componist en pianovirtuoos Arthur De Greef. Op 25 juni 1907 behaalde hij met grootste onderscheiding een eerste prijs piano. Het verhaal gaat dat directeur François-Auguste Gevaert als juryvoorzitter zijn emoties niet in bedwang kon houden en tegen alle geplogenheden in het publiek vroeg om de jonge pianist toe te juichen.

Op 15 september 1907 mocht Devaere onder de leiding van Léon Rinskoff optreden in het Kursaal van Oostende. Zijn vertolking van het Pianoconcerto in c van Saint-Saëns en van solowerk van Chopin werd alom toegejuicht. De plaatselijke krant, l'Écho d'Ostende schreef: "D.V.; voilà un nom à retenir! C'est une étoile qui se lève à l'horizon de la virtuosité. Puisse-t-elle arriver au zénith, où brillent celles des Pugno, Padarewsky, Sauer et De Greef!" Hij gaf verschillende recitals maar studeerde ondertussen in Brussel verder. Hij haalde eerste prijzen voor harmonie en, bij Edgar Tinel, contrapunt en fuga. In 1909 behaalde hij ook nog het bekwaamheidsdiploma en het virtuositeitsdiploma voor piano. Bij die gelegenheid schonk zijn geboortestad hem een Pleyel-vleugelpiano. Niettegenstaande zijn jonge leeftijd bezat hij een breed repertoire van Bach en Scarlatti over Chopin en Brahms tot Debussy, Ravel, de Séverac en Schmidt. Jeux d'eau van Ravel was een van zijn lievelingsstukken. Er werd verteld dat hij meer dan tweehonderd pianowerken en zes concerto's uit het hoofd kende.

Hij bereidde zich voor op deelname aan de Prijs van Rome en droomde van internationale pianowedstrijden, maar het uitbreken van de oorlog doorkruiste zijn plannen. Zijn laatste recital vóór de oorlog speelde Devaere op 17 mei 1914 in het stadhuis van Kortrijk. Op het programma stond werk van Johann Sebastian en Carl Philip Emmanuel Bach, Beethoven, Schumann, Chopin en Balakirew. Hij werd opgeroepen als soldaat bij het 7e Linieregiment en naar het front gestuurd. Op 10 november 1914 werd hij in Sint-Joris bij Nieuwpoort ernstig gewond. Vier dagen later overleed hij in Calais.

Als componist heeft Devaere een klein aantal werken nagelaten: liederen op Franse teksten van Gautier en Sully-Prudhomme, muziek voor orgel en de cantate Geneviève die, volgens Ernest Closson, onder de invloed van Debussy staat. Enkele symfonische werken zijn verloren gegaan.

Nog tijdens de oorlog werd een Devaerecomité opgericht dat de herinnering aan de jonge musicus levendig wou houden. Op 14 november 1920 werd in de Kortrijkse stadsschouwburg een bas-reliëf aangebracht dat Devaere aan de piano voorstelt.

De componist Godfried Devreese eerde in 1918 zijn nagedachtenis met het lied Aan André Devaere (voor alt en orkest of piano). Ook stelde het Conservatorium van Brussel een Prijs Devaere in.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek - Jan Dewilde