Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Dumon, Jean

Brugge, 10/12/1829 > Brussel, 02/05/1889

Biografie

Dumon, Jean

Jan Dewilde

De Brugse fluitist Jean Dumon leerde al op zijn achtste fluit en piano, en drie jaar later gaf hij zijn eerste concerten. Nadat hij eerst les had gekregen van zijn vader, studeerde hij verder aan het Conservatoire royal de Bruxelles bij de fluitist Egide Aerts. Deze Aerts, aanvankelijk een hevig tegenstander van de Bœhm-fluit, was ook eerste solist in de Munt en componeerde symfonieën, ouvertures en verschillende werken voor zijn instrument. Daarnaast zou Dumon ook enkele lessen hebben gekregen van de legendarische Louis Drouet.

Dumon haalde zijn eerste prijs in 1848 en werd kort nadien aangesteld als repetitor. Toen Aerts  op 9 juni 1853 op 31-jarige leeftijd aan een longziekte overleed, verving Dumon zijn leraar ad interim. In 1857 zou hij dan definitief worden benoemd. Na enkele succesrijke tournees doorheen Nederland werd hij in 1857 door de dirigent-avonturier Louis Antoine Julien geëngageerd als eerste fluitist van zijn orkest in Londen. Lang kan deze Engelse episode niet geduurd hebben, want dat jaar maakte Julien in de Royal Surrey Gardens Company enorme schulden (tussen £5000 en £6000) zodat het volgende concertseizoen meteen ook zijn laatste was. Zijn korte Engelse avontuur liet Dumon wel toe om te toeren in Ierland, Schotland en Engeland. Zijn internationale roem groeide en in 1860 werd hij geïnviteerd om te concerteren aan het hof van Berlijn. Op 14 februari 1863 trad hij op in Parijs, aan de piano begeleid door Marie Pleyel, een concert dat in Journal des débats lovend werd gerecenseerd door Pleyels oude liefde, Hector Berlioz: M. Dumon est un habile flûtiste, professeur au Conservatoire de Bruxelles; il a exécuté des morceaux dans lesquels il a prouvé qu’il possède un savant mécanisme et qu’il se joue de toutes les difficultés de son instrument. En outre, il a su rendre avec beaucoup de charme et d’expression la célèbre sonate de Weber pour piano et clarinette, dont la partie de l’instrument à vent a été arrangée pour la flûte. L’adagio de cette sonate est une merveille de mélancolie et de tendresse que les deux virtuoses, Mme Pleyel surtout, ont admirablement rendue.

Die internationale renommee leverde Dumon in 1865 het ridderschap in de Leopoldsorde op. Hij was trouwens ook solo-fluitist aan de koninklijke kapel. Daarnaast was Dumon ook actief als dirigent. Zo leidde hij de Société des chœurs in Sint-Joost-ten-Node en van 1875 tot 1877 was hij tweede dirigent, naast H.J. Duhem, van het casino-orkest van Oostende. In 1884 stichtte hij samen met De Greef, Guidé, Merck, Neumans en Poncelet een concertorganisatie die zich in Brussel inzette voor de uitvoering van werken voor blazers en piano. Het eerste concert vond plaats op 16 november 1884 in het conservatorium van Brussel.

Jean Dumon werd beschouwd als de beste Belgische fluitist van zijn generatie, wat maakt dat verschillende componisten een fluitconcerto voor hem schreven. Onder hen: Hanssens, Fétis en Benoit. Volgens de pers was Dumon de geschikte uitvoerder van Benoits werk. Na de uitvoering op maandag 26 februari 1866 in de Antwerpse Cercle artistique schreef Le guide musical op 8 maart: M. Jean Dumon est un de ces artistes dont les succès sont assurés; c’est un flûtiste de la bonne école, au style élevé et grandiose, qui dédaigne ce qu’on appelle vulgairement la ficelle; il ne joue pas de ses compositions, il n’exécute que des œuvres de maîtres, c’est un instrument classique et sérieux: il a un son rond et sonore, d’une pureté rare sur son instrument. Parler des difficultés qu’il fait, serait amoindrir son talent: rien ne lui est difficile, et nous ne voulons pour preuve que le concerto symphonique de Pierre Benoit qu’il a exécuté. Le concerto se divise en trois parties, la première est une succession continue de cadences mesurées. Benoit a pris à tâche d’introduire dans cette partie tout ce qu’on est capable de faire sur cet instrument.

La 2e partie, l’andante, c’est le chant large et majestueux avec ses sons graves et pénétrants; dans cette partie, nous avons remarqué un écho fait par M. Dumon dans le registre inférieure de la flûte d’une manière surprenante.
La 3e partie, c’est un scherzo d’un grand beauté et d’une richesse harmonique inouïe.
Ce concerto est un chef-d’œuvre et comme conception et comme travail, mais le succès qu’il a obtenu revient en grande partie à l’éminent instrumentiste.

Ook de Antwerpse kranten waren vol lof. Voor Le Précurseur van 27 februari was het duidelijk: M. Dumon est un talent de premier ordre. En een dag later schreef De Koophandel: Het tweede gedeelte van het muziekfeest begon met een Ave Maria, een dubbel koor met begeleiding dat nieuw van effect is, waerop een concerto symphonique voor fluit volgde, dat uitgevoerd door M. Jean Dumon, professor bij het koninklyk conservatorium te Brussel, op eene wijze die wy niet alleen meesterlyk maer ook onberispelyk zullen noemen, niettegenstaende de schier onoverkomelyke moeijelykheden, waermede het gewrocht doorspekt is, en die menigen grooten artist zouden afschrikken. Onnoodig dus te zeggen dat zyn byval uitbundig was en verdiend.