Gevaert, François-Auguste

Huise, 31/07/1828 > Brussel, 24/12/1908

Artikels

Höflich-uitgave: Adieux à la mer (1849)

Adieux à la mer - Méditation poétique de A. de Lamartine, mise en musique en forme de choeur avec instruments à cordes (1849)

Niettegenstaande François-Auguste Gevaert pas twintig was toen hij dit koorwerk componeerde, was hij toen al een componist met een zekere naam en faam. In 1847 behaalde hij met zijn cantate België de eerste prijs in een wedstrijd van de Gentse Société des Beaux- Arts en datzelfde jaar werd zijn psalm Super flumina Babylonis in Gent uitgevoerd op de derde bijeenkomst van het Vlaemsch-Duitsch Zangverbond. Nóg in 1847 werd hij met zijn cantate Le roi Lear laureaat van de Belgische Prix de Rome. Een jaar later manifesteerde Gevaert zich als operacomponist: zijn 'grand opéra' in drie akten Hugues de Somerghem ging op 26 maart 1848 in Gent in première en zijn 'opéra-bouffon' La comédie à la ville werd op 5 januari 1849 gecreëerd.

Dit koorwerk werd gecreëerd op het inauguratieconcert van de 'Association des Artistes Musiciens de Gand'. Deze vereniging was op 15 augustus 1848 opgericht "dans le but de soutenir et d'encourager par tous les moyens en son pouvoir le progrès de l'Art musical, et d'assurer aux Artistes Musiciens leur avenir et leur dignité de leur profession" (Le Messager de Gand et des Pays-Bas, 13 maart 1849). Het concert was gepland op 3 maart 1849, maar omwille van een brand in Gent met dodelijke slachtoffers werd het concert uitgesteld tot 10 maart. Het concert, dat plaats vond in de balzaal van het 'Grand Théâtre', was bedoeld om de kas van de vereniging te spijzen, zodat armlastige musici en weduwen en wezen ondersteund konden worden.

Naar de gebruiken van de tijd was het een lang en gevarieerd programma waarin symfonische muziek werd afgewisseld met opera-aria's, koormuziek en virtuoze instrumentale stukken. Naast werk van Beethoven, Weber en Rossini stonden ook twee werken van Gevaert geprogrammeerd: het concert begon met zijn operaouverture Hugues de Somerghem en het eerste deel eindigde met zijn koorwerk Adieux à la mer. De tekst selecteerde Gevaert uit het lange gelijknamige gedicht van de Franse schrijver en politicus Alphonse de Lamartine (1790-1869). Dat bekende zeegedicht werd ook op muziek gezet door Georges Bizet en François Gabriel Grast. Waar Bizet enkel de eerste drie strofes op muziek zette, koos Gevaert voor de strofes 1, 2, 5, 8, 10, 15 en 18 (de slotstrofe). Gevaert behoudt de structuur van de strofes door ze door aparte stemgroepen te laten zingen, door ze met een cesuur van elkaar te scheiden en ze elk een eigen karakter mee te geven. Bovendien heeft hij dit charmante koorwerk delicaat georkestreerd.

Drie dagen na het concert publiceerde de krant Le Messager de Gand et des Pays-Bas volgende bespreking: "Les choeurs étaient composés de cent-vingt exécutants, au nombre desquels comme nous l'avons déjà fait remarquer, se trouvaient cinquante dames. Les Adieux à la mer que M. Gevaert a dédié aux dames qui ont bien voulu prêter leur bienveillant appui à l'Association, est une oeuvre fort remarquable. Les mélodies en sont fraiches et pures, et les effets de la brise heureusement imités. L'orchestration en outre est digne de l'auteur de Hugues de Somergem et de la Comédie à la ville. Ce morceau, attaqué d'abord par les sopranes, repris ensuite par les ténors et répété par toute la masse chorale, a été exécuté avec une admirable précision, et aux dernières mésures de l'accompagnement en sourdine qui semblait faire expirer les voix dans l'immensité, toute la salle a éclaté en transports d'enthousiasme." Het is niet duidelijk of Gevaert zelf het koor dirigeerde of dat François de Vigne die de orkestwerken dirigeerde, ook de koren voor zijn rekening nam.

Herdruk van een kopie uit de bibliotheek van het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen. Voor het orkestmateriaal, gelieve u te wenden tot de bibliotheek van het Koninklijk Vlaams Conservatorium. Deze partituur werd gepubliceerd in samenwerking met het Studiecentrum voor Vlaamse Muziek (www.svm.be).

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 552, 2010].