Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Goossens, Eugène (I)

Brugge, 25/02/1845 > Liverpool (GB), 30/12/1906

Biografie

Goossens, Eugène (I)

door Annelies Focquaert

Stamvader van de muzikale Goossens-dynastie was de Brugse zilversmid Jean-Baptiste Goossens. Toen "Mynheer Mechelaere", kapelmeester van de Onze-Lieve-Vrouwkerk in Brugge, als vriend van de familie Goossens tijdelijk kwam inwonen, ontdekte hij dat de jonge Eugène en zijn broer Adolphe mooie knapenstemmen hadden. Mechelaere maakte plaats in zijn knapenkoor en al gauw hadden beide jongens een zekere reputatie in Brugge.

Eugène bleek de meest begaafde en werd op 9-jarige leeftijd naar de Brugse Stedelijke Muziekschool gestuurd om vioollessen te nemen. Twee jaar later behaalde hij de de speciale medaille die de 'Société Renaissance' had uitgeschreven bij het 25-jarig ambtsjubileum van koning Leopold I. Samen met zijn broer studeerde hij verder aan het Brusselse Conservatorium: Eugène volgde vioolles bij Meerts en Beumer en lessen notenleer, harmonie, contrapunt en compositie bij Fétis; Adolphe volgde zang- en pianolessen en zou later de koorverenigingen 'Les Artisans réunis' en 'L'Orphéon' dirigeren.

Eugène behaalde de eerste prijs viool in 1864 in de klas van L.-J. Meerts en beëindigde zijn studies bij Fétis in 1870. Met de jonge danseres Célanie Van Dieghem, die zijn vrouw zou worden en als choreografe in Londen naam zou maken als "Madame Sidonie", ondernam hij verschillende tournees doorheen Frankrijk en België, niet alleen als musicus maar ook als acteur. Tijdens één van die rondreizen werd Eugène (II) geboren in Bordeaux en het jonge gezin vestigde zich opnieuw in Brugge. Maar na enkele jaren bleek het concertleven in België financieel niet voldoende en de familie waagde in 1873 de oversteek naar Engeland.

Een hele tijd speelde Goossens in kleine orkesten, maar hij begon ook zelf te dirigeren. Een engagement bij de Comedy Opera Comedy stelde hem in staat om in 1878 een galavoorstelling te dirigeren van H.M.S. Pianfore, in bijzijn van koningin Victoria. Vanaf 1883 was hij tweede dirigent van de beroemde Carl Rosa Opera Company en in die hoedanigheid dirigeerde hij onder meer de eerste uitvoering in Engeland van Manon van Massenet. Na de dood van Carl Rosa in 1889 nam Goossens de fakkel over als eerste dirigent.

In 1893 nam Goossens ontslag als dirigent van de Carl Rosa Company en verhuisde hij naar Liverpool om er zangleraar te worden. Hij had al vanaf 1892 geprobeerd om er een eigen orkest op te richten (onder meer door de organisatie van een reeks Wagnerconcerten), maar toen dat niet lukte richtte hij in 1894 het 'Goossens Male Voice Choir' op, waarmee hij regelmatig Belgisch repertoire uitvoerde (o.m. Limnander, Hanssens, Soubre, Gevaert, Riga, Denepve, ...) en met de bedoeling om dezelfde standaarden te hanteren als de mannenkoren in België. Het koor maakte naam en faam door onder meer alle werken van buiten te zingen en viel als organisatie op omdat het was geschoeid op coöperatieve leest. Goossens dirigeerde het koor, dat in 1902 aangegroeid was tot 200 leden, tot aan het einde van zijn leven. Enkele bronnen vermelden ook dat hij in Liverpool organist was van de St. Anne's Roman Catholic Church.

Zowel zijn zoon Eugène (II) als zijn kleinkinderen, waaronder Sir Eugène (III) Aynsley, zouden een muzikale carrière maken.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert