Gregoir, Edouard

Turnhout, 07/11/1822 > Wijnegem, 28/06/1890

Historische teksten

Antwerpse concerten, april 1865

door Edouard Gregoir

ANTWERPEN.

Het tooneeljaar van onzen schouwburg werd den 5den April op eene uitmuntende wijze besloten met eene voorstelling van Mermet's Roland a Roncevaux. Al de artisten werden teruggeroepen en vooral viel den geachten tenorzanger Sapin onderscheiding ten deel. Hoe weinig hoop wij gekoesterd hadden, het door den directeur sints lang beloofd optreden van mevr. Cabel, uit Parijs, nog in dit saizoen verwezenlijkt te zien , toch werd die hoop nog vervuld, toen deze artiste op 3 April als Marie in Donizetti's la fille du régiment ten tooneele verscheen. Sedert vier jaren, toen mevr. Cabel ons verliet, heeft zij van hare goede hoedanigheden niets verloren. Stem, school, vurig en geestrijk spel, alles, wat men in eene goede zangeres verlangt, staat haar ten dienste, het was alleen te betreuren, dat zij in eene zoo gebrekkige omgeving optrad, waarop slechts de tenor de Suremont, die de rol van Tonio met bekwaamheid vertolkte, eene uitzondering maakte.

Op 11 April had hier, in de zaal van den oud-gouverneur Teichmann, eene belangrijke muziekale soiree onder directie van den heer Bessems plaats, waar de volgende compositiën werden ten gehoore gebragt:
Kyrie van Orlando Lasso. Drie koren van Mendelssohn Bartholdy. Aria, met obligate violoncel, uit de St. Caecilien-Ode van Handel. Sanctus van Bach. Stabat Mater van Haydn.

Zulke uitvoeringen hoort men hier zelden, en alle eer komt toe aan zoo velen als daartoe medewerkten. Onze groote Harmonie gaf naar gewoonte eenige promenadeconcerten, die zeer onbeduidend moesten genoemd worden. Nogtans trad er een jong talentvol violist op, de heer Herman, en werd er eene geestelijke compositie, van den heer Bossaerts, organist der Augustijne-kerk, uitgevoerd, die zeer voldeed. De schrijfwijze en de orchestratie van dit stuk mogen geprezen worden.

Op 27 April had het laatste concert plaats van de koor-maatschappij: Antwerpsche liedertafel, gedirigeerd door den heer Henri Possoz. Het programma was aldus zamengesteld:
Ouverture Euryanthe van v. Weber. Duitsche hymne, voor koor en orchest, van F. Lux. Allegro van het klavier-concert in C-mol van v. Beethoven, voorgedragen door den heer Stephany. Loreley, voor solo's, koor en orchest, van Hiller. Symphonie in D-dur van Haydn. De 114de psalm, voor koor en orchest, van Mendelssohn Bartholdy.

De directie dezer maatschappij is bezield voor het schoone en de uitvoering voldeed vrij goed. De heer Possoz verdient hulde voor zijn ijver en talent.

In de zaal der Variétés had eenige dagen te voren een volks-concert plaats. Het getal hoorders kon op bijna twee duizend geschat worden. De heer en mevr. Caussade, van het fransche tooneel, de pianist Huberti, uit Brussel, en de violist Madier-Monjau, eerste prijs van het conservatorium te Luik, traden er op. De Antwerpsche liedertafel zong drie koren met eene gelijkheid, die ieder trof. Tillez, een onzer beste zangers, verwierf ook grooten bijval met het krachtige Werkmanslied, woorden van Lenaerts, muziek van Bosiers. De volksconcerten behooren tot de schoonste en nuttigste ondernemingen op het gebied der kunst; het is toch niet te ontkennen, dat de muziek een zeer weldadigen indruk op het gemoed van het volk uitoefent.

E. G. J. GREGOIR.

Gregoir, E.: Antwerpen, in: Caecilia, Algemeen Muziekaal Tijdschrijft van Nederland, jrg. 22, nr. 12, 15 juni 1865, p. 121-122.