Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Keldermans, Raymond

Mechelen, 17/04/1911 > Springfield, IL (US), 30/07/1984

Biografie

Keldermans, Raymond

door Karolien Selhorst en Annelies Focquaert

Raymond Albert Keldermans werd geboren in Mechelen en was langs vaderszijde een rechtstreekse afstammeling van de beroemde 15e- en 16e-eeuwse kathedraalbouwers Keldermans, ontwerpers van o.m. de Sint-Romboutstoren van Mechelen en de Lierse Sint-Gummarustoren. Als sopraan in het knapenkoor van de Sint-Romboutskathedraal was de jonge Raymond aanwezig bij de inspeling van het nieuwe orgel in 1923, door Flor Peeters en Joseph Bonnet. Zo werd naar eigen zeggen zijn liefde voor het orgel geboren.

Zijn eerste lessen orgel en harmonie zou hij krijgen van Staf Nees, zo zegt Keldermans in een interview uit 1975. Verder volgde hij ook pianoles en kamermuziek in het Stedelijk Conservatorium van zijn geboortestad Mechelen. Aan het Lemmensinstituut behaalde Keldermans in 1932 met onderscheiding de diploma's orgel en compositie. Hij was op dat moment al organist aan de Sint-Pieterskerk in Mechelen, een functie die hij tot vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zou blijven uitoefenen. Hij combineerde zijn studies aan het Lemmensinstituut, waar hij zich voorbereidde op het hoger diploma orgel, met lessen bij Staf Nees aan de beiaardschool (tot 1935), zonder evenwel een diploma te behalen. In 1938 trok Keldermans naar Berlijn, waar hij aan de 'Hochschule für Musik' compositie, koor- en orkestdirectie ging studeren. Terug in België in begin 1940, volgde hij privé compositie-, fuga- en orkestratieles bij Paul Gilson en Arthur Meulemans.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Raymond Keldermans onderdirecteur bij Zender Brussel, die onder Duits toezicht stond, en directeur van het Stedelijk Conservatorium van Hasselt. Daarnaast leidde hij in Mechelen het kamerkoor Cypriaan de Rore, waarmee hij oude muziek uitvoerde.

Kort na de oorlog was hij regelmatig Flor Peeters' vervanger als organist van de Sint-Romboutskathedraal. Verder was hij koster-organist in Hever-Schiplaken, en 's avonds speelde hij in het Mechelse Volkshuis. Een job als beiaardier in Wellington (Nieuw Zeeland) ging aan zijn neus voorbij, maar in 1946 kreeg hij met de hulp van Flor Peeters een plaats als organist in Battlecreek (Michigan) en vertrok hij met zijn gezin definitief naar de VS. Vanaf 1952 was hij organist, muziekleraar en koorleider aan St. Mary's Church in Toledo (Ohio). In die jaren gaf hij regelmatig orgelconcerten doorheen de VS.

In 1960 aanvaardde Keldermans een betrekking als organist aan de Blessed Sacrament Church in Springfield, de hoofdstad van Illinois. Kort nadien vroeg men hem om als adviseur op te treden bij de bouw van een nieuwe beiaard, het Thomas Rees Memorial Carillon. Hoewel Keldermans toen al vele jaren geen beiaard meer gespeeld had, werd hij er aangesteld als beiaardier in december 1961, een positie die hij tot aan zijn pensioen in 1976 zou bekleden. De officiële inspeling van de beiaard vond plaats in juni 1962, en zou de start betekenen van een jaarlijks internationaal beiaardfestival, the Springfield Carillon Festival. Het is een traditie die tot op heden wordt voortgezet.

Keldermans zette rond de periode van zijn aanstelling als beiaardier in Springfield zijn eerdere lessen aan de Koninklijke Beiaardschool in Mechelen voort onder de vorm van een "stoomcursus" bij Piet Van den Broeck. Hij won de Leon Henryprijs voor beiaardspel en behaalde in 1965 het einddiploma bij Staf Nees. In 1965 werd hij Amerikaans staatsburger. Hij bleef tot op het einde van zijn leven ook actief als organist (o.m. aan de Cathedral of the Immaculate Conception in Springfield), en doceerde orgel, beiaard en muziektheorie aan het Springfield College. Keldermans gaf ook het beiaardtijdschrift The Clapper uit. In 1976 trad zijn zoon Karel in zijn voetsporen als beiaardier van het Thomas Rees Memorial Carillon.

Behalve uitvoerend musicus was Raymond Keldermans ook componist. Hij schreef een tweehonderdtal werken voor diverse bezettingen, waarvan verschillende werden uitgegeven, in België, Nederland, Italië, en de VS. Voor orkest schreef hij vier symfonieën, waaronder Symfonie voor groot orkest, een suite voor harmonieorkest Tijl Uilenspiegel, en talrijke kleinere werken. Voor orgel zijn er o.m. een suite, Toccata op Veni sancte Spiritus, Processional op 'Clouds of Night are passed away', en Bijbelse taferelen. Daarnaast zijn er nog koorwerken en kerkmuziek, zoals de cantate The Lord is my shepherd, Latijnse en Engelstalige missen, Hosanna Filio David, Passie op bijbelteksten, en een Magnificat (gecomponeerd voor het Angelakoor in Mechelen).

Van zijn composities blijven zijn werken voor beiaard tot vandaag het meest uitgevoerd. Het vierdelige werk Baroksuite werd in 1964 bekroond met de compositieprijs van het Mechelse Comité voor Toren en Beiaard. Andere werken voor beiaard zijn: Toccata in re klein, de vijfdelige suite Taferelen voor beiaard, Nocturne, en Vier Oude Vlaamse dansen.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Karolien Selhorst en Annelies Focquaert