Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Lagye, Benoit

Gent, 23/05/1818 > Gent, 03/09/1892

Biografie

Lagye, Benoit

door Annelies Focquaert

Benoit Lagye was de zoon van een kleermaker die tijdens de veldtocht van Napoleon in Spanje regimentsmuzikant was geweest. Van zijn vader kreeg Benoit een basisopleiding maar eigenlijk was hij autodidact, op enkele lessen van de violist Jean Andries na. Op achtjarige leeftijd speelde hij als wonderkind een concert in het Casino van Gent en toen hij twaalf was, werd hij ingelijfd in het orkest van het 'Grand-Théâtre’ van Gent, waar zijn vader tweede klarinettist was. Karel Lodewijk Hanssens (junior), die het orkest dirigeerde, vatte vriendschap op voor de jongeman en nodigde hem uit voor enkele concerten in Parijs, waar hij zicht tijdelijk vestigde. Volgens biograaf Bergmans leidde Lagye in Parijs een bohémien-leven en sloot hij vriendschap met de schrijvers Henri Murger en Gérard de Nerval. Lagye werd violist in het nieuw opgerichte orkest van de ‘Société du Conservatoire’ onder leiding van François Habeneck en speelde ook mee in orkesten onder leiding van Jules Pasdeloup en Jacques Offenbach. Na zijn huwelijk met de Franse pianiste Zacharie Portret verhuisde hij in 1840 terug naar Gent, waar hij violist werd in het orkest van de Opera (1842), actief was in kerk- en balorkesten en optrad tijdens concerten van de Melomanen en de ‘Société Royale des Choeurs’. Toen zijn leraar Jean Andries als eerste violist van de Opera in 1855 op pensioen ging, nam Lagye diens pupiter over. In 1857 werd hij, als tweede vioolleraar naast Andries, aangesteld  aan het Conservatorium, waar hij eerste vioolleraar werd in 1859 (> 1887) en les gaf in altviool (1860-1873) en instrumentaal ensemble (1861-1875). In zijn huiskamer organiseerde hij wekelijkse kamermuziekconcerten waarop werken van Mozart, Beethoven en Haydn gespeeld werd en waaraan de pianist Max Heynderickx, de violisten Firmin Blondeel en Joseph Rogiers, de altviolist Alexandre De Vigne en de violist Callewaert deelnamen. Later kwamen er nog Gustave Beyer, Désiré Van Reysschoot, Jean-Baptiste Rappé, Karel Miry en Edouard Nevejans bij; deze groep raakte bekend onder de titel ‘de Zeve Straven’. In 1879 werd Lagye ridder in de Leopoldsorde. Hij ging op pensioen in 1889 en overleed drie jaar later.

Bergmans vermeldt dat Lagye weinig componeerde buiten enkele eenvoudige werken voor viool, onder meer Le Rêve d'un Ange (op. 18); toch zouden er ook heel wat kinderliederen, kindertoneeltjes en notenleer voor beginners op zijn palmares staan. Er is mogelijk een naamsverwarring met Benoni Lagaey, een andere Gentse componist.

Zijn dochter Marie was zangeres in Lyon, Straatsburg, Den Haag, Luik en Montpellier en reisde ook naar Amerika. Zijn zoon Gustave was letterkundige en maakte onder meer Franse vertalingen van de Legende von der heiligen Elisabeth van Franz Liszt en verschillende werken van Vlaamse componisten (onder meer Blockx’ Herbergprinses).

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert