Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Matthijssens, Maria

Antwerpen, 20/04/1861 > Kingston-Hampton (GB), 31/07/1916

Biografie

Matthijssens, Maria

door Jan Dewilde

Maria Matthijssens was zonder twijfel de populairste Vlaamse vrouwelijke componist uit het einde van de 19de, begin 20ste eeuw.

Over haar meisjesnaam bestaat nogal wat verwarring. Sommige bronnen noemen haar Schewki of Schweski - waar enkele auteurs dan Slavische roots aan vastkoppelen - of Scheweyck. Maar volgens de gegevens van de burgerlijke stand is ze op 20 april 1861 in Antwerpen geboren als Marie Schewyck. Na haar huwelijk op 30 augustus 1881 met de architect George Matthijssens ging ze met de naam van haar echtgenoot door het leven. Over dat leven hangen trouwens nogal wat mistsluiers. Volgens een brief uit 1914 aan de tekstschrijver Lambrecht Lambrechts speelde ze als kind al goed piano en had ze een mooie sopraan. Als componiste ging ze in de leer bij enkele grote namen uit het Antwerpse muziekleven: Jan Blockx, Emile Ergo, Emile Wambach en Flor Alpaerts.

Matthijssens heeft wel degelijk veel gecomponeerd, maar toch beschouwde ze zich zelf niet als een professionele musicienne. Ze schrijft zelf: "Mme Matthyssens n'est pas professionnelle; elle est mère de famille et adore son foyer. Elle cultive l'art de la musique essentiellement comme art d'agrément. Maar dat deed ze dan toch met veel kunde. Ze componeerde orkestwerken (met titels als Feestgalm, Suite de ballet, Impromptu, Souvenir de village), pianostukken (de eenvoudige gavotte Marquisette) en zangspelen (Le sire du coucou en Reine de Mai). Maar ze zou vooral naam maken als componiste van volkse liederen die de rest van haar oeuvre in de schaduw stelden.

Helemaal in de lijn van de vele, druk bijgewoonde liedavonden die in het begin van de 20ste eeuw door organisaties als het Willemsfonds, Davidsfonds en het Algemeen Nederlands Verbond (ANV) werden georganiseerd, schreef ze een serie "liederen in de volkstrant." Haar lied Prins karnaval (tekst van Willem Gijssels) werd door het ANV bekroond en was vóór de Eerste Wereldoorlog het lijfstuk van de Brusselse ANV-liederavonden. Nóg populairder was het vrolijke Schoentje lap! (Ernest De Weert), dat in 1909 gehonoreerd werd met de eerste prijs in de liedwedstrijd van de stad Antwerpen. Het werd een enorme hit. De Antwerpse muziekuitgeverij Gebroeders Janssens zag de partituur de winkel uitvliegen (à rato van 1 frank); de beiaard van de kathedraal klingelde de melodie om het uur en de stokerij Élixir d'Anvers bracht het lied uit op de keerzijde van een postkaart met een grijnzende schoenlapper en - bij wijze van "productplacement" - een fles van het mierzoete drankje. En zeggen dat liederen toen ook als wapen werden gebruikt in de strijd tegen de plaag van het alcoholisme!

Maar het langst bleef Matthijssens doorleven met het lied Omdat ik Vlaming ben (tekst van Lambrechts), een lied dat tot lang in de 20ste eeuw op vele Vlaamse bijeenkomsten werd gezongen.

Haar Vlaamse volkse en strijdende liederen beletten Matthijssens niet om ook vele Franse liederen te schrijven. Voor die luchtige salonliederen koos ze teksten van onder anderen Léon Solvay, Gustave De Graef of Marguerite Copin. Een zeldzame keer schreef ze zelf de tekst, zoals voor Bouderie, "petit poëme en prose pour ténor" of Chant d'hyménée (opgedragen aan haar kinderen). Enkele liederen neigen meer naar het kunstlied, zoals Missel d'amour, dat ze opdroeg aan Jean Bourbon (een bariton die vanuit de Muntschouwburg een grote internationale carrière heeft gemaakt). Haar werken werden gepubliceerd door diverse uitgeverijen als Schott, Katto, Breitkopf & Härtel, Janssens, Faes, De Vlaamsche Muziekhandel en de Parijse muziekuitgeverijen Pitault en Colombier.

Matthijssens vluchtte voor de Eerste Wereldoorlog naar Engeland. Op 31 juli 1916 stierf ze, in duistere omstandigheden, in Kingston-Hampton. Ze zou het slachtoffer van een overval zijn geworden.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Jan Dewilde