Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Moortgat, Alfons

Opdorp, 08/09/1881 > Tiegem, 04/01/1962

Biografie

Moortgat, Alfons

door Veerle Bosmans

Alfons Moortgat werd geboren in 1881 in Opdorp in Oost-Vlaanderen en kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader. Op tienjarige leeftijd zong en begeleidde de jonge Moorgat in zijn geboortedorp de gregoriaanse missen en gaf hij voor de pastoor van het dorp en enkele vrienden regelmatig kleine orgelrecitals. Tijdens zijn middelbare schoolstudies in Tienen logeerde Moortgat bij zijn oom Frans Moortgat, die hem ondertussen ook in muziek onderrichtte. Frans had orgel gestudeerd aan het Conservatorium van Brussel en was organist aan de Sint-Germanuskerk van Tienen.

Na zijn studies vond de jonge Moortgat het erg moeilijk een keuze te maken tussen de letteren en de muziek. In zijn studieperiode werd hij door zijn leerkracht Edward De Keyser ertoe aangezet een dichtbundel uit te geven. In 1898 verscheen Uit Woud en Weide, een bundel die niet overal even enthousiast werd onthaald. In de Dietsche Warande en Belfort verscheen een recensie van ene A.C. die deze niet mis te verstane opmerking neerschreef: "Ik houd het voor een slechten dienst, een jongeling van achttien jaar wijs te maken dat hij dichter is als hij nog enkel verzenmaker mag heeten".

Toch bleef Moortgat zich bezighouden met de letterkunde, ook toen hij zich reeds ten volle op de muziek had toegelegd. Zijn woning groeide uit tot een ontmoetingsplaats van vooraanstaande kunstenaars: Stijn Streuvels, Hugo Verriest, Valerius De Saedeleer, Ernest Claes en Gustaaf Van de Woestijne behoorden tot zijn vriendenkring. Af en toe schreef hij zelf de teksten voor zijn liederen of maakte hij een Franse vertaling van andermans teksten. Hij werd in 1903 ook opgenomen in de Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal, Letterkunde en Geschiedenis en in 1920 bekroonde de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde hem voor zijn omvangrijk wetenschappelijk werk Germanismen in het Nederlands (Gent, 1925).

Net zoals Moortgat autodidact was in de studie van de letteren, zo volgde hij ook maar weinig lessen in de muziek. Hij ging korte tijd naar het Lemmensinstituut waar hij les kreeg van onder meer Edgar Tinel. In 1902 werd hij organist in St.-Genesius-Rode en Lembeek, tot hij in 1905 kapelmeester werd aan de Onze-Lieve-Vrouwkerk van Halle, waar hij bleef tot 1919. Het componeren leerde hij al doende: hij schreef verschillende geestelijke en profane liederen, motetten en missen.

Bekend werd hij vooral door het mysteriespel Maria's leven op tekst van Aloys Walgraeve, gecomponeerd ter ere van de 500e verjaardag van de kerkwijding in Halle. Dit majestueuze werk componeerde Moortgat in 1909-1910 en onmiddellijk was het erg succesvol. De vergelijkingen met de beroemde passiespelen in Oberammergau waren dan ook talrijk. Aangezien de oorspronkelijke zaal van Halle te klein was om het talrijk opgekomen publiek te plaatsen, werd er in 1911 een nieuwe zaal gebouwd met 2000 plaatsen. Emiel Hullebroeck schrijft over Moortgats mysteriespel in de Muziek-Warande: "Moortgat is hier wezenlijk een lyrieker, die de heele gevoelsgamma, van af het helder-kalme tot het tragisch-sombere, het zoet-droomerige tot het geestdriftige, weet weer te geven in eenvoudige toonschakeeringen, gelijk de tekst het meestal vereischt." Deze kenmerken gelden ook voor Moortgats geestelijke en wereldlijke liederen, die vaak zijn opgebouwd als kleine sfeerstukjes die de tekst zo getrouw mogelijk volgen. Hij gebruikt eenvoudige melodieën die gemakkelijk zingbaar zijn en zet daaronder een gevarieerde pianobegeleiding.

Moortgat wijdde zich vooral met veel overgave en ernst aan de verspreiding van de religieuze muziek in Vlaanderen. In 1904 startte hij met de uitgave van Geestelijke Liederenkrans, waarvan een zestal bundels verschenen en herdrukken beleefden. In het voorwoord van zijn eerste bundel schrijft Moortgat: "Kan dit werk eenigszins meehelpen tot ontginning van den nog half braak liggende akker van 't echt kerkelijk lied, dan aanzien wij onzen arbeid als rijkelijk beloond." Deze wens kwam zeker in vervulling aangezien hij in 1909 van Paus Pius X het ereteken 'Pro Ecclesia et Pontifice' toegekend kreeg voor zijn medewerking aan de heropleving van de meerstemmige kerkmuziek.

In 1923 werd hij bekroond tijdens een internationale wedstrijd voor kerkmuziek uitgeschreven door de 'Procure Générale de musique religieuse' in Frankrijk. In 1953 ontving hij nog het Kruis van Ridder in de Leopold II-orde; in 1956 ontving hij bij zijn 75e verjaardag het pauselijk ereteken van Sint-Sylvester.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Veerle Bosmans