Opsomer, Jaak

Lier, 05/11/1873 > Lokeren, 28/10/1952

Biografie

Opsomer, Jaak

door Veerle Bosmans en Annelies Focquaert

Jaak Opsomer (broer van kunstschilder Isidoor Opsomer) studeerde orgel aan het Lemmensinstituut, toen nog te Mechelen. Na drie studiejaren bij Edgar Tinel (1889-1892) trok hij naar het Conservatorium van Brussel waar hij zich verder vervolmaakte bij orgelleraar Alphonse Mailly, de opvolger van Jacques-Nicolas Lemmens. Ondertussen volgde hij ook de leergang praktisch harmonie bij Adolphe Samuel. Toen Opsomer daarna naar het Conservatorium van Gent ging, kreeg hij er opnieuw les van Samuel, ditmaal voor contrapunt. In de klas van Jozef Tilborghs perfectioneerde hij zijn orgelspel verder. Hij behaalde in 1896 voor al zijn vakken (orgel, contrapunt en fuga) schitterende eerste prijzen. Naast zijn reguliere conservatoriumstudies kreeg Opsomer ook nog privé-onderricht van August De Boeck in compositie en orkestratie.  

Opsomer vond na zijn studies meteen een betrekking als organist aan de Sint-Laurentiuskerk te Lokeren, als opvolger van Arthur De Hovre. Hij was een veelzijdig improvisator aan het orgel, een gave die zijn compositorische activiteit zonder twijfel beïnvloed heeft. In 1898 werd Opsomer ook leraar notenleer aan de muziekschool van Lokeren. Beide betrekkingen zei hij in 1919 op, om zich volledig aan de muziek te kunnen wijden. Met de Lokerse muziekschool bleef hij echter nog lange tijd verbonden, aangezien hij van 1932 tot 1938 directeur was en nadien voorzitter werd van de Raad van beheer, een taak die hij vervulde tot aan zijn dood in 1952.

Jaak Opsomer was een zeer actief componist: hij schreef verschillende werken voor kamermuziek, koorwerken, cantates en een vaderlands oratorium, een operette, twee opera’s en drie balletten. Zo had de Koninklijke Opera van Gent in het seizoen 1949-1950 tegelijkertijd zijn opera Een avond te Bagdad en zijn ballet Pan en de Nimfen op het repertoire staan. Maar eerst en vooral wijdde Opsomer zich aan het lied: hij schreef er zo’n driehonderdtal, zowel kunstliederen als verhalende volksliederen. Voor zijn teksten deed hij beroep op Vlaamse dichters als René De Clercq en Lambrecht Lambrechts. Een vijftigtal liederen werd gebundeld in de liedverzameling De Vlaamsche Zanger, waarvan het zesde deel volledig aan Opsomer werd gewijd.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Veerle Bosmans en Annelies Focquaert