Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Ostijn, Willy

Izegem, 13/07/1913 > Roeselare, 30/03/1993

Biografie

Ostijn, Willy

door Annelies Focquaert

Aan het St.-Jozefscollege in Torhout kreeg Willy Ostijn (Ostyn) pianoles van Jozef Ghesquiere, zoon van componist Remi Ghesquiere. In 1930 ging Ostijn in het Mechelse Lemmensinstituut piano studeren bij Marinus de Jong en volgde hij orgellessen bij Flor Peeters; ook Lodewijk Mortelmans en Staf Nees waren er zijn leraars. Tijdens zijn studies was Ostijn hulpleraar aan het Lemmensinstituut, tweede organist van de St. -Romboutskathedraal en pianist-repetitor bij het St.-Romboutskoor onder leiding van Jules Van Nuffel. In 1935 studeerde hij af als laureaat en na zijn legerdienst (1937) vervolgde hij zijn studies aan Conservatorium van Gent, waar hij eerste prijzen piano, kamermuziek, orkestcompositie en orgel (1939, Flor Peeters) behaalde, naast het lerarendiploma en een eervolle vermelding voor contrapunt (1938, Joseph Ryelandt). Vanaf 1938 tot 1973 was hij muziekleraar in de Rijksmiddelbare School en het Atheneum in Roeselare. Gedurende tien jaar was hij pianoleraar aan de muziekschool in Izegem (1939-1949). 

Voor WO II vormde hij samen met Jacqueline Clarysse (viool) [1] en Gaston Mannes (cello) het pianotrio Willy Ostijn, waarvoor hij ook vaak zelf werken componeerde. Daarnaast was hij ook als pianosolist actief. Tijdens de oorlog begon hij, op aanraden van zijn vrienden Gaston Feremans en Paul Douliez, grotere werken te componeren en in 1942 werden zijn Drie Vlaamse Dansen uitgevoerd door het orkest van Zender Brussel (wat hem, samen met zijn regelmatige amusementsoptredens voor Duitse soldaten in Roeselare, politieke problemen opleverde). Na de oorlog kreeg hij steeds meer opdrachten vanwege het Omroeporkest en tussen 1945 en 1975 volgden verschillende creaties, veelal door het Omroeporkest, het Kamerorkest of het Filharmonisch orkest van het NIR, de BRT of de BRTN, die tot in het buitenland werden uitgezonden. Belangrijke dirigenten waren Paul Douliez, Leonce Gras, Pieter Leemans, Jozef Verhelst, Fernand Terby en Ernest Maes. De reorganisatie en de herprofilering van de openbare radio (vanaf 1961-1962) betekende omstreeks 1975 het einde van deze episode in zijn carrière. 

Willy Ostijn componeerde in de periode voor WO II vooral werken in functie van zijn trio, met een intieme, quasi-impressionistische inslag. De contacten met de nationale radio en het omroeporkest betekenden een vrij definitieve heroriëntatie van zijn werkveld. Voortaan stond hij in voor de compositie van uitgebreide symfonische werken in een transparante en eenvoudig assimileerbare romantische stijl, die de radioluisteraars cultuurverheffing en vermaak boden. Deze eis vanwege zijn opdrachtgever maakte Ostijn naar eigen zeggen tot een ‘randgeval’ onder de professionele componisten. Zijn toegankelijke stijl is te horen in nog steeds populaire werken als Pastorale voor hobo en orkest, Concert-ballade voor klavier en orkest, Romance voor viool en orkest, Beelden uit Broadway (1950), Orkestsuite of Beelden uit Zeebrugge. Vanaf de jaren 1960 begon hij meer pianowerken, liederen en werken voor kleinere bezettingen te componeren. Zijn oeuvre omvat verder nog ouvertures zoals De dramatische, Flandria, Blijspel en Westland; stukken voor strijkorkest, een Vlaams capriccio en concertante werken zoals Concertstuk en de Rapsodie, beide voor piano en orkest. Hij schreef ook orgelwerken zoals Orgelsymfonie (1939), Preludium, Elegie, een Toccata in Frans-romantische stijl en Roosvensters; liederen, koren, cantates en missen. Tenslotte schreef hij ook twee operettes: Het Meisje van Damme en het verdwenen Lied der meeuwen.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek - Annelies Focquaert

NOTEN
[1] Verschillende bronnen vermelden als achternaam Catrysse.