Servais, Adrien-François

Halle, 06/06/1807 > Halle, 26/11/1866

Biografie

Servais, Adrien-François

door Annelies Focquaert

Hallenaar Adrien-François Servais was al vroeg in muziek geïnteresseerd. Na lessen in klarinet en viool schakelde hij over op cello. Van 1827 tot 1829 volgde hij in het Conservatorium in Brussel cello bij Nicolas-Joseph Platel en compositie bij Charles Hanssens jr. Zijn eerste openbaar concert speelde hij - met een zelfgeschreven concerto - in Brussel in 1830, en daarbij kreeg hij al dadelijk zeer lovende perskritieken. Na het behalen van zijn eerste prijs bleef hij nog enkele jaren assistent van Platel. Van 1829 tot 1833 dirigeerde hij de Harmonie van Halle, en in dezelfde periode speelde hij ook in het orkest van de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel. In 1835 benoemde de koning hem tot eerste cellist van zijn privé-ensemble. 

Na verschillende optredens in België, waar hij vooral eigen werk speelde, trad Servais voor het eerst in Parijs op in eind 1833, daarna in Londen (1835). Van toen af aan ging het erg snel, met concertreizen die hem naar Frankrijk, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Polen, Rusland en Oekraïne brachten; concerten in Engeland, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Roemenië, Turkije, Hongarije, Tsjechië, Slovakije, Estland, Letland, Litouwen en Wit-Rusland. Er wordt van hem gezegd dat hij meer dan 10.000 concerten heeft gespeeld, wat allicht niet ver naast de waarheid is. 

Toen Servais in februari 1843 nogmaals in Parijs speelde, stak La France Musicale haar lof niet onder stoelen of banken: "Sous son archet le violoncelle a un caractère noble,  grandiose, passionné, brillant, mélodieux, tel enfin qu’aucun violoncelliste encore ne l’a compris." Ook Berlioz was vol lof na een concert in 1847: "Le second concert nous a revélé un talent de premier ordre, un paganinien, qui étonne, attendrit et entraîne par sa hardiesse, ses élans de sensibilité et son impétueuse allure: je veux parler du grand violoncelliste Servais." In 1848 werd Servais celloleraar in het Brusselse Conservatorium, waar hij tot aan zijn dood in 1866 meer dan 30 cellisten opleidde (waaronder zijn zoon Joseph, die in 1872 celloleraar werd aan hetzelfde instituut). 

Servais wordt beschouwd als één van de grootste cellisten van zijn tijd. Als virtuoos leverde hij een omvangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de cellotechniek: hij breidde de technische mogelijkheden uit, en speelde steeds met steunpin, wat al vlug navolging kreeg. Zijn talrijke optredens droegen bij tot de doorbraak van de cello als solo-instrument, en zetten de Belgische celloschool op de kaart van Europa. Ook als componist liet hij zich niet onbetuigd: hij componeerde meer dan honderd werken. Bekend zijn vooral Souvenir de Spa en Six Caprices

Hij kreeg talrijke onderscheidingen, onder meer van koning Leopold I van België, koning Willem II en III van Nederland, de koning van Denemarken en de keizer van Oostenrijk. Servais was ook erelid van diverse muziekverenigingen. 

Hij kreeg een buste in het Koninklijk Conservatorium van Brussel en een standbeeld in Halle (1871), met als opschrift: "Unique dans son art, il y rayonne en maître. Il fut aimé de tous et fut digne de l’être."

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert