Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Simonis de Berlaere, Maria

Gent, 17/04/1860 > Oudenaarde, 20/06/1903

Biografie

Simonis de Berlaere, Maria

door Jan Dewilde

Op haar tiende begon Maria Simonis haar muziekstudies aan het Conservatorium van Gent, waar ze de componist Leo Van Gheluwe als leraar had. Toen Van Gheluwe in oktober 1871 tot directeur van de Stedelijke Muziekschool van Brugge werd benoemd, volgde zij hem. Twee maal in de week reisde ze onder begeleiding van haar vader (een majoor bij de genietroepen), van Gent naar Brugge. Daar behaalde ze een prijs van uitmuntendheid voor piano (1874) en studeerde ze verder compositie bij Van Gheluwe. Al op haar dertiende schreef ze (onuitgegeven) pianostukjes. En op 10 april 1876 werd tijdens een prijsuitreiking van de Brugse muziekschool haar Fantasie voor piano en klein orkest uitgevoerd. Directeur Van Gheluwe dirigeerde en solist was ene K. Danneels.

Een jaar later werden haar eerste pianocomposities door Schott gepubliceerd. Opus 1 is een zeer klassieke Sonatine met een presto dat canonisch van stapel loopt, een kort adagio en een vrolijk allegro. Ook opus 2 is een Sonatine, opus 3 een aan Van Gheluwe opgedragen Fantaisie. De Nederlandse componist W.F.G. Nicolai signaleerde deze werken in het muziektijdschrift Caecilia (1877) en sprak bij die gelegenheid zijn waardering voor de componiste uit: "Men kan aan de werken der jonge dame zekere zelfstandigheid van vinding en samenstelling niet ontzeggen (...). De componiste is met veel muzikaal talent begaafd; dit blijkt uit elk der voorliggende opussen en wettigt het vertrouwen op steeds rijpere vruchten van haar hand. (...) Misschien is mej. Simonis wel een der weinige dames - componisten, door wie de bewering van Moritz Hauptmann: "dat vrouwen niet bij machte zijn om als goede componisten op te treden", wordt gelogenstraft. Wat mij betreft, ik koester de beste verwachtingen van haar verdere ontwikkeling en wil haar bij deze gaarne aanmoedigen tot volharding op den ingeslagen weg."

Nicolai moedigde haar inderdaad aan. Als lid van de liedcommissie van het Willemsfonds selecteerde hij samen met Peter Benoit, Richard Hol en Van Gheluwe, haar lied Treurig zingen (tekst van Gentil Antheunis) voor publicatie in de zesde reeks Nederlandsche zangstukken van het Willemsfonds. Dat ook Van Gheluwe veel vertrouwen in haar compositorische kwaliteiten had, blijkt verder nog uit het feit dat hij haar in 1876 - ze was zestien - vroeg om hem te assisteren bij het componeren van zijn lyrisch drama Philipinna van Vlaanderen. Ze componeerde enkele entractes, een deel van de apotheose en stak een handje toe bij het orkestreren.

Van Gheluwes vertrouwen beperkte zich trouwens niet tot haar talenten als componiste, want op 3 april 1878 trad hij met haar in het huwelijk.

De oom van Maria Simonis de Berlaere was de beeldhouwer Louis Eugène Simonis. Simonis' bekendste beelden zijn het ruiterbeeld van Godfried van Bouillon en de haut-reliëfs die werden aangebracht op de Congreskolom in Brussel, en het beeld van Simon Stevin in Brugge.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Jan Dewilde