Tinel, Edgar

Sinaai, 27/03/1854 > Brussel, 28/10/1912

Artikels

Höflich-uitgave: Kollebloemen op. 20

Op 15 maart 1879 noteerde Edgar Tinel in zijn dagboek dat hij een nieuwe compositie op een prachtig gedicht is begonnen: dit is meteen het eerste spoor van zijn cantate Kollebloemen. De tekst vond hij bij de jonge dichter Pol De Mont (1857-1931) die het gedicht in 1878 schreef en het een jaar later in zijn bundel Rijzende sterren publiceerde. Dit dramatische gedicht is een scherpe aanklacht tegen de oorlogsgruwel: de kollebloemen (verouderd woord voor klaprozen) voorspellen het oorlogsgeweld en hun rode kleur verwijst naar het bloed dat zal vloeien.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 572, 2012].

Höflich-uitgave: Au printemps, cinq morceaux de fantaisie pour le piano, op. 14

Edgar Tinel studeerde piano aan het Conservatoire royal van Brussel bij Jean-Baptiste Michelot, organist-componist Alphonse Mailly en de Wagneriaan Louis Brassin. Nadat hij in 1873 zijn eerste prijs piano had behaald, schreef Maurice Kufferath (musicograaf, dirigent en operadirecteur): "Ceux de ma génération n’ont pas oublié la sensation énorme produite par lui aux concours de l’année 1873 où il obtint le premier prix à l’unanimité.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 574, 2012].

Höflich-uitgave: Te Deum pour choeur à six voix et orgue op. 46 (1905)

Normal 0 21 false false false NL-BE X-NONE X-NONE

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 514, 2006].

Höflich-uitgave: Trois tableaux symphoniques tirés de la tragédie “Polyeucte” de P. Corneille, op. 21

[inleiding bij de Höflich-uitgave van januari 2014] 

Trois tableaux symphoniques pour orchestre tirés de la tragédie “Polyeucte” de P. Corneille, op. 21

Ouverture - Songe de Pauline - Fête dans le temple - Cortège - Danses - Irruption soudaine de Polyeucte et de Néarque

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 591, 2014].

Höflich-uitgave: 3 Morceaux de Fantaisie, op. 2 en Scherzo, op. 3

  • 3 Morceaux de Fantaisie, op. 2
  • Scherzo en ut mineur, op. 3

Edgar Tinel begon zijn carrière als pianist-componist. Aan het Conservatoire Royal van Brussel studeerde hij piano bij Jean-Baptiste Michelot, Alphonse Mailly en de Wagneriaan Louis Brassin. Na in 1873 zijn eerste prijs te hebben behaald, maakte hij als pianovirtuoos een korte carrière die hem bracht tot in Aken en Londen. Ondertussen volgde hij contrapunt en fuga bij Hubert Ferdinand Kufferath (een leerling van Mendelssohn) en compositie bij directeur François-Auguste Gevaert.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 594, 2014].

Höflich-uitgave: Franciscus op. 36 (1886-1888)

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 521, 2006].

Höflich-uitgave: Cantique nuptial (Bruiloftsgezang), op. 45

Cantique nuptial (Bruiloftsgezang), op. 45 voor tenor of sopraan solo, orgel zonder pedaal en harp of klavier (1902)

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 549, 2010].

Höflich-uitgave: Bunte Blätter op. 32 (1885)

"Je suis fou! J'ai fait la connaissance de Brahms, et Brahms m'a parlé!" Zo noteerde een enthousiaste Edgar Tinel op 18 mei 1883 in zijn dagboek. Vier dagen later blokletterde hij in een brief: "C'EST LE PLUS GRAND HOMME DU SIÈCLE." Samen met enkele Belgische collega's had hij van 13 tot 16 mei het door Ferdinand Hiller geleide Niederrheinische Musikfest in Keulen bijgewoond. Dat prestigieuze Rijnfestival was voor zijn zestigste editie opgebouwd rond Johannes Brahms.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 559, 2011].

Höflich-uitgave: Hochzeitsmarsch (Bruiloftsmars) op. 30

In mei-juni 1884 componeerde Edgar Tinel deze bruiloftsmars voor vierhandig piano, en dit ter gelegenheid van het zilveren huwelijksjubileum van Paul Alberdingk-Thym en zijn vrouw Emilia Gfrörer, een bevriend koppel. De oorspronkelijke titel van het werk luidde Jubelmars, maar toen hij in april 1902 het pianowerk voor symfonisch orkest bewerkte, herdoopte hij het als Hochzeitsmarsch. De pianoversie werd in december 1884 gepubliceerd, terwijl de orkestversie in mei 1903 werd uitgegeven, beide door Schott in Brussel.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 567, 2012].

Höflich-uitgave: Te Deum pour choeur mixte à six voix, orgue et orchestre op. 46 (1905)

Edgar Tinel studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel piano bij Alphonse Mailly en Louis Brassin, harmonie bij Joseph Dupont en Adolphe Samuel, contrapunt en fuga bij Hubert-Ferdinand Kufferath en François-Joseph Fétis en compositie bij François-Auguste Gevaert. Het was als concertpianist dat Tinel voor het eerst van zich liet horen. In de tweede helft van de jaren 1870 concerteerde hij enkele keren in Keulen één keer in Londen. Maar nadat hij in 1877 de Prijs van Rome won, manifesteerde hij zich steeds meer als componist.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 590, 2014].

Edgar Tinel over de grenzen: de internationale triomftocht van Franciscus

Franciscus van Edgar Tinel (1854-1912) is een van die legendarische composities uit de Vlaamse muziekgeschiedenis. Tinels muzikale hagiografie van ‘Il Poverello’ ging de geschiedenis in als het werk dat nog vóór de dood van zijn auteur meer dan duizend keer uitgevoerd werd. Althans, zo staat het in verschillende muziekgeschiedenisboeken. Wie die duizend concerten heeft geturfd of waarop die bewering is gesteund, is niet meer te achterhalen.

Höflich-uitgave: Orgeltranscripties uit Franciscus op. 36 (1888) van Edgar Tinel

Het oratorium Franciscus op. 36 van Edgar Tinel was een van de populairste werken uit de Vlaamse muziekgeschiedenis: na de wereldpremière op 22 augustus 1888 in Mechelen begon dit werk met de steun van uitgeverij Breitkopf & Härtel aan een indrukwekkende internationale tournee. Tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd Tinels muzikale hagiografie van Franciscus van Assisi honderden keren uitgevoerd.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2569, 2019].

Höflich-uitgave: Sonate in f-moll, opus 9 van Edgar Tinel

Edgar Tinel studeerde piano aan het Conservatoire royal van Brussel bij Jean-Baptiste Michelot, organist-componist Alphonse Mailly en de Wagneriaan Louis Brassin (een leerling van Ignaz Moscheles in Leipzig). Nadat hij in 1873 zijn eerste prijs piano had behaald, schreef musicograaf en dirigent Maurice Kufferath: ‘Ceux de ma génération n’ont pas oublié la sensation énorme produite par lui aux concours de l’année 1873 où il obtint le premier prix à l’unanimité.

Sels, L.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2574, 2019].

Höflich-uitgave: Zes Marialiederen, op. 34 (1885) van Edgar Tinel

Niettegenstaande Edgar Tinel rond die tijd met gezondheidsproblemen kampte, was 1885 een productief compositiejaar, waarin hij naast tal van andere werken ook drie koorcycli schreef op teksten van de priester-dichter Guido Gezelle (1830-1899): Geestelijke Gezangen, op. 33, Marialiederen, op. 34 en Adventliederen, op. 35. Pas een jaar eerder had Tinel de dichtende priester leren kennen, en dat was meteen het begin van een vriendschap die hun diepe religiositeit, hun Vlaamsgezindheid en wederzijdse bewondering als bindmiddel had.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2577, 2019].