Van den Abeele, Hendrik

Brugge, 06/12/1869 > Mol, 27/12/1931

Biografie

Van den Abeele, Hendrik

door Jan Dewilde

Hendrik Van den Abeele stamde uit een muzikale familie: een oom was kapelmeester in Brugge en zijn moeder, van Ierse afkomst, was een niet onverdienstelijke amateurzangeres. 

Aan de stedelijke Muziekschool van Brugge studeerde hij bij de violist-componist Accolay. Daarna trok hij naar het Conservatorium van Brussel, waar hij twee jaar lang studeerde (orgel bij Alphonse Mailly, harmonie bij Huberti) en dan naar Gent, waar hij orgel volgde bij Tilborghs en contrapunt bij Adolf D'Hulst. 

Na zijn studies werd hij kapelmeester-organist aan de Sint-Walburgakerk in Brugge, een functie die hij tien jaar lang bekleedde. Daarna werd hij in Ieper zangmeester in de St.-Maartenskathedraal en directeur van de muziekschool. In die functie besteedde hij veel aandacht aan de schoolconcerten: zo voerde hij cantates van Benoit, Gilson en De Boeck uit. 

In 1913 werden vier van zijn composities bekroond in een internationale compositiewedstrijd in Genua: Twaalf voorspelen voor orgel, Missa Idesbaldi, Perfice voor gemengd koor en orgel en Romance voor cello en piano. Een jaar later werd zijn Poolse dans bekroond in Lyon. Tijdens de oorlog vluchtte hij naar Rognac (in de Charente). Terwijl hij afwezig was ging zijn muziekbibliotheek met veel manuscripten en onafgewerkte composities verloren. In Frankrijk heeft hij veel gecomponeerd, waaronder verschillende liederen op Franse teksten, een hymne voor Jeanne d'Arc en de volkscantate Wie is als God (tekst van Guido Gezelle) die verschillende keren in Frankrijk en Engeland werd uitgevoerd. 

Ieper was na de oorlog helemaal vernietigd: Van den Abeele vond een betrekking als organist in Kortenberg en nadien als leraar aan het Koninklijk Atheneum in Gent. In 1920 werd zijn Requiem tussen 226 inzendingen bekroond in een internationale compositiewedstrijd Parijs en in 1923 werd hij benoemd tot officier d'académie. Nadat een poging om directeur te worden van de Stedelijke Muziekschool van Kortrijk mislukte, trok hij zich terug in Loenhout in de Kempen. In 1926 verhuisde hij naar Mol, waar hij lesgaf in de nieuwe stedelijke muziekschool en tot aan zijn dood koster-organist was in de Sint-Pieterskerk. 

Schreef enigszins zoeterige liederen als In 't diepste van mijn herte, Lieve zuster, Avondmuziek, Hand in hand, Kermislied.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Jan Dewilde