Van der Stucken, Frank

Fredericksburg, TX (US), 15/10/1858 > Hamburg (DE), 18/08/1929

Artikels

Höflich-uitgave: Sinfonischer Prolog zu Heinrich Heine’s Tragödie William Ratcliff (1883)

Van der Stucken werd in Fredericksburg (Texas) geboren, uit een Antwerpse vader en een Duitse moeder. Na de horribele Civil War keerden de Van der Stuckens in 1865 naar Antwerpen terug. Van der Stucken studeerde er aan de muziekschool van Peter Benoit en trok na afloop naar Leipzig. Daar had hij goede contacten met het Skandinavisk Selskap, Scandinavische musici die daar studeerden of werkten. Onder hen Edvard Grieg, met wie Van der Stucken intens bevriend raakte. (De Griegbiografie uit 1906 van de Amerikaanse muziekcriticus Henry T. Finck is gedeeltelijk gebaseerd op informatie van Van der Stucken). In de zomer van 1883 verbleven ze samen in Rudolstadt. Van der Stucken gaf Grieg er Franse les en vertaalde een aantal van zijn liederen in het Frans. Ook droeg hij zijn liedbundel Neun Gesänge aan zijn Noorse vriend op. Grieg bedankte in een Leipzigs tijdschrift met een uitvoerige recensie van Van der Stuckens vroegste liedbundels.

Het is op aanraden van Grieg dat Van der Stucken in 1883 Liszt in Weimar ging opzoeken. Misschien had hij ook wel een aanbevelingsbrief op zak van Benoit, die Liszt goed kende. Feit is dat de genereuze Liszt Van der Stucken goed heeft ontvangen en hem lessen en adviezen heeft gegeven. Ook inviteerde hij hem om samen met de pianist Alexander Siloti whist te spelen. Danzkij Liszts morele en financiële steun kon Van der Stucken op 3 november 1883 in het Hoftheater van Weimar een concert met alleen eigen werk organiseren. Zoals vaak de gewoonte in de negentiende eeuw was het een lang en gevarieerd programma. De mezzo Louise Schärnack zong drie liederen, Siloti speelde enkele pianowerken en Van der Stucken dirigeerde koor en orkest in fragmenten uit zijn lyrisch drama Vlasda, in de toneelmuziek bij Der Sturm (Shakespeare) en in de Sinfonischer Prolog zu Heinrich Heine’s Tragödie ‘William Ratcliff’. Het concert werd bijgewoond door Grieg, Liszt en, zijn opvolger als Hof-dirigent, de Belg Eduard Lassen.

Dit succesvolle concert heeft Van der Stuckens carrière een duw in de goede richting gegeven. Richting geboorteland. Op aanbeveling van Max Bruch volgde hij Leopold Damrosch op als dirigent van de Arion Society, een belangrijke oratoriumvereniging in New York. En die aanstelling was het begin van een grote internationale dirigentencarrière. Hij dirigeerde de Amerikaanse premières van werken van onder anderen Berlioz (Les Troyens), Brahms, Dvorák en Tchaikovsky. Ook zijn leermeester Benoit introduceerde hij in de nieuwe wereld. Hij leidde de Amerikaanse premières van het Symfonisch gedicht voor fluit en orkest, De Schelde, De Pacificatie van Gent en de kindercantate De wereld in, die hij onder de titel Into life zelfs verschillende keren zou dirigeren. Maar in de Verenigde Staten werd hij vooral geprezen voor zijn inzet voor de Amerikaanse muziek. In dit engagement werd hij duidelijk beïnvloed door Benoits opvattingen over de nationale scholen. Van der Stucken droeg de jonge Amerikaanse symfonische muziek ook naar Europa uit. Zo dirigeerde hij op de wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs een exclusief Amerikaans concert met werk van George Chadwick, Edward MacDowell, Arthur Foote en John K. Paine.

In 1895 werd hij de eerste chefdirigent van het Cincinnati Symphony Orchestra, waar hij Leopold Stowowski en Eugène Ysaye als opvolgers had. Maar ook op het oude continent was hij een graag geziene gastdirigent. Zijn dirigentencarrière nam zo’n vlucht dat hij 91 (!) keer de oceaan moest oversteken.

De Sinfonischer Prolog zu Heinrich Heine’s Tragödie William Ratcliff is als opusnummer 6 een van de vroege orkestwerken van Van der Stucken. Heines stuk, dat zich in het oude Schotland afspeelt, vertelt het tragische verhaal van Ratcliff die omwille van een onbeantwoorde liefde in een vlaag van waanzin Marie en haar vader vermoordt en tenslotte zelfmoord pleegt. Het is een bittere familietragedie over erfelijke vervloeking en onafwendbare vergeldingsdrang, die zich afspeelt tegen de toen zo populaire Schotse ‘couleur locale’van kasteelruïnes en dolende geesten. Deze verhaalstof diende ook voor opera’s van César Cui (1861-1868), Emilio Pizzi (1889) en Pietro Mascagni (1894).

In de uitgave van zijn partituur eiste Van der Stucken dat de korte inhoud van het drama en de synopsis van zijn proloog werden afgedrukt. In zijn Prolog combineerde hij vier stukken toneelmuziek: een Prelude, twee orkestrale bewegingen die vader en zoon Ratcliff portretteren en een Postlude. De Duitse muziekpers reageerde enthousiast op dit vroege orkestwerk (opus 6). De critici verwezen naar invloeden van Liszt, Wagner en Berlioz en loofden de moderne orkestratie en de verrassende klankeffecten. Die nieuwe klankeffecten zitten hier onder meer in het samenspelen van harp, piano en slagwerk. Bij een grote strijkersgroep vraagt de componist zelfs vier harpen en twee vleugelpiano’s. De partituur, die begint en eindigt met ‘rhapsodischen Klänge’, bevat enkele koortsachtige passages die beeldend de waanzin en de tragiek verbeelden.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 506, 2005].