Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Van Dycke, Jules

Eeklo, 13/10/1871 > Temse, 25/03/1954

Biografie

Van Dycke, Jules

door Adeline Boeckaert

Hoewel Jules Van Dycke in Eeklo geboren werd, speelde zijn muzikale leven zich quasi volledig in Brugge af. Daar studeerde hij aan het Stedelijk Conservatorium bij Louis Maes (orgel), Leo Van Gheluwe (contrapunt) en Ernest De Brauwere (piano). Vervolgens zette hij zijn muziekstudies verder aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, waar hij les volgde bij Joseph Dupont (harmonie) en Alphonse Mailly (orgel). In 1895 behaalde hij een eerste prijs orgel met grootste onderscheiding, waarop de stad Brugge hem officieel huldigde en op het stadhuis ontving.

Van Dycke verdiende de kost als leraar. Hij was achtereenvolgens verbonden aan het Koninklijk Atheneum in Brugge, het Brugse Stedelijke Conservatorium en de Normaalschool in Torhout. Daarnaast gaf hij ook privéles aan diverse Brugse gegoede families. Hij combineerde zijn lesopdracht met een functie als kapelmeester aan de Karmelietenkerk en de Sint-Salvatorkerk in Brugge en was een tijdlang organist in de Sint-Gilliskerk. In 1898 stond Van Dycke als pianist mee aan de wieg van het Brugsch Quintet, waarvan ook August Vander Looven en Oscar De Busschere (viool), Theo Delarivière (altviool) en Adolf De Vlaemynck (cello) deel uitmaakten.

Componeren deed Van Dycke pas later, vanaf 49-jarige leeftijd. Tussen 1920 en 1953 schreef hij 52 werken bijeen. Zijn oeuvre bevat voornamelijk vocale werken, met de nadruk op koormuziek en eenstemmige strofische liederen met klavierbegeleiding. Zijn liederen zijn overwegend Nederlandstalig en Van Dycke koos er vaak voor om teksten van streekgenoten te gebruiken: van de zestien dichters die in zijn oeuvre voorkomen, is de helft afkomstig van West-Vlaanderen. Voor een tiental composities baseerde hij zich op teksten van zijn vrouw Jeanne Lefebure, een letterkundige en lerares dictie, met wie hij in 1906 in het huwelijksbootje getreden was. Zijn bekendste liederen zijn Aan Jezus’ Hart en Bloei in mij, Heer!, respectievelijk naar het Frans en uit het Frans vertaald. Beide werken werden door de Antwerpse muziekuitgeverij De Ring gepubliceerd en besproken in het tijdschrift Muziek-Warande. Volgens de recensies hebben deze composities ‘onloochenbare verdiensten’, maar klinkt ‘de zang ietwat banaal’ en ‘slaat op den duur de volgehouden eenvormige begeleiding tot eentonigheid over’. Toch looft men de componist omwille van zijn dramatische aanleg en de gevoelens die hij in zijn liederen weet te leggen. Jaak Maertens beschreef de compositorische stijl van Van Dycke als volgt: "Ongetwijfeld bezit de componist van nature uit een dramatisch talent. Zijn kleurschakering is gekenmerkt door dissonante akkoorden - tot en met vijfklanken - die leiden tot een keurige, compacte en coloristische harmonisatie. Legio zijn de vele pedaalnoten, chromatische verbindingen en modulaties, gebroken cadensen en de expressieve chromatiek. Hoewel in het begin technisch nog wat onhandig, is zijn werk compositorisch en expressief zeer gevarieerd en contrastrijk."

Op instrumentaal gebied componeerde Van Dycke drie kleine orgelwerken, vier pianowerkjes, een strijkkwartet en een arrangement van zijn pianostuk Kloefjesdans voor harmonieorkest.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Adeline Boeckaert