Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Van Eeckhout, Ernest-Bernardin

Mechelen, 15/01/1907 > Sint-Pieters-Woluwe, 03/03/1979

Biografie

Van Eeckhout, Ernest-Bernardin

door Annelies Focquaert

Als zoon van de Mechelse beeldhouwer Jan Van Eeckhout groeide hij op in een artistiek gezin. In het Stedelijke Conservatorium van zijn geboortestad volgde hij lessen notenleer en fluit en speelde hij mee in het schoolorkest onder leiding van directeur August De Boeck. Vanaf zijn twaalfde leerde hij orgel spelen, waardoor hij af en toe de organist van de Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk kon vervangen. Toen hij 15 was, richtte hij een klein harmonie-orkest op onder de naam Aulodia, dat onder zijn leiding concerten gaf in culturele en sportieve kringen in en rond Mechelen.

Tijdens zijn humaniorastudies aan het Sint-Romboutscollege maakte hij samen met zijn broers deel uit van het beroemde koor dat Van Nuffel er dirigeerde en kreeg hij een voorliefde voor het Gregoriaans en de 'oude muziek'. Die interesse zorgde ervoor dat hij van oktober 1927 tot september 1932 leraar Gregoriaans was in de middelbare school van de Benedictijner Sint-Andriesabdij in Zevenkerken bij Brugge. Hij was er ook opgenomen in het abdijleven en droeg het habijt van de Benedictijnen, maar sprak de geloften nooit uit.

Tussen 1932 en 1938 volgde hij lessen harmonie, contrapunt en fuga, onder meer in het Conservatorium van Brussel bij Raymond Moulaert, Fernand Quinet en Jean Absil. Bij de organist Charles Hens volgde hij privé-les orgel. In 1939 behaalde hij een tweede prijs contrapunt aan het Conservatorium van Brussel in de klas van Moulaert.

Van Eeckhout was vanaf 1932 organist van de parochie van de H. Familie in Sint-Lambrechts-Woluwe, waar hij in 1934 ook een koor oprichtte. Tot aan zijn dood zou hij aan deze kerk verbonden blijven. Voor de duur van de Wereldtentoonstelling van 1935 in Brussel (mei-november) was hij organist en kapelmeester van de Sint-Pauluskerk in het Paviljoen van het Katholieke Leven, met als opdracht om er het muzikale leven in goede banen te leiden en een wekelijks concert op zaterdagavond te organiseren. Onder meer Alfons Desmedt was er te horen op het Delmotte-orgel, en Staf Nees op de beiaard. Daarnaast speelde Van Eeckhout ook orgel in andere kerken in het Brusselse, bijvoorbeeld de Notre-Dame du Sacré-Cœur van Etterbeek (1934>1942) en de Basiliek van Koekelberg (1943>1945). Van Eeckhout gaf naast zijn taken als organist en koorleider vanaf de late jaren 1950 ook muzieklessen in de meisjesscholen van het 'Institut de l'Enfant-Jésus' in Etterbeek en van het 'Institut des Dames-de-Marie' in Ukkel.

Na de oorlog dirigeerde hij regelmatig jubileumconcerten van katholiek-syndicale verenigingen zoals de KAV (Katholiek Arbeiders Vrouwengilde), ACW (Algemeen Christelijke Werkers), KAJ (Katholiek Arbeiders Jeugd) en hun respectievelijke Waalse tegenhangers. In 1950 werd Van Eeckhout kapelmeester van de heropgerichte 'Chapelle de Bourgondie', een ensemble voor oude muziek dat was gebaseerd op de werking van het voormalige hoforkest van Philips de Goede in Brussel. Voor de opzoekingen naar de historische muziekpraktijk werkte Van Eeckhout samen met de Italiaanse musicoloog Antonio Tirabassi. Toen het ensemble in 1954 ophield te bestaan, richtte Van Eeckhout het Kamerorkest van Sint-Lambrechts-Woluwe op, dat hij gedurende tien jaar dirigeerde.

Als componist schreef hij een honderdtal werken: liederen, kamermuziek en muziek voor kamerorkest, maar vooral heel wat religieuze muziek (missen, motetten, Requiem, Te Deum). Zijn Nieuw-Liturgische mis uit 1965, in Gregoriaanse stijl en op Nederlandse tekst, werd deels opgenomen in het kerkliedboek Zingt Jubilate en op plaat werd gezet door de Norbertijnen van Tongerlo. Daarnaast componeerde hij ook toneelmuziek voor Athalie van Racine en het mysteriespel Marie la Misérable / Lenneke Mare, uitgevoerd in Sint-Lambrechts-Woluwe in 1952, 1954 en 1969. Tussen schreef hij tussen 1957 en 1965 muziek voor minstens tien documentaires en voor de film Vive le Duc, volledig opgenomen in en rond Sint-Lambrechts-Woluwe. Als beeldend kunstenaar nam hij deel aan enkele tentoonstellingen, met schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerk waarin vaak muzikale inspiratie terug te vinden is (onder meer in Brussel, 1943 en Mechelen, 1961).

Van Eeckhouts nalatenschap werd door zijn weduwe aan de Bibliotheek van het Brusselse Conservatorium geschonken.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert