Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

van Elewyck, Xavier

Elsene, 24/04/1825 > Tienen, 28/04/1888

Biografie

van Elewyck, Xavier

door Kim De Brabander

Componist, dirigent en muziekrecensent Xavier-Victor-Fidèle van Elewyck (van Elewijck) kwam uit een adellijke familie. Hij was de zoon van Henri-Joseph van Elewyck, advocaat aan het Hof van Beroep in Brussel en burgemeester van Elsene. Ook zijn grootvader Arnold van Elewyck, heer van Stockel, had rechten gestudeerd en was lid van de Raad van Brabant. Bij koninklijk besluit van 12 december 1871 werd aan Xavier de erfelijke titel ‘ridder’ verleend.

De jongeman Xavier van Elewyck groeide op in een omgeving die hem heel wat muzikale mogelijkheden bood. Hij volgde privélessen piano bij Laurent-François Boutmy, bekend als pianoleraar van één van de kinderen van koning Willem I en viool bij een zekere M. Kim, die verbonden was aan de Muntschouwburg. Op zevenjarige leeftijd kreeg hij reeds de kans om zijn muzikale vaardigheden te tonen tijdens een concert van de ‘Société d’harmonie’ van Elsene. Deze vereniging werd opgericht door zijn vader en zou gedurende enkele jaren één van de grootste van het land zijn. In het Brusselse Sint-Michielscollege volgde hij de humaniora en kreeg hij ook compositieles van de Spaanse jezuïet Joachim Gimeno en harmonie van Charles Bosselet, beiden als muziekleraar aan deze school verbonden.

Van Elewyck zette zich reeds op negentienjarige leeftijd aan het componeren. De eerste werken van zijn hand waren onder meer pianowerken (Rose d’hiver) en religieuze composities (Ave verum, Ave Maris Stella).

Hij rondde zijn humaniorastudies met succes af en schreef zich vervolgens in aan de universiteit van Leuven. Net zoals zijn vader koos hij voor een studierichting in de diplomatie. In 1849 behaalde hij met de grootste onderscheiding zijn doctoraatstitel in de politieke en administratieve wetenschappen, maar een verdere loopbaan in deze sector was niet voor hem bestemd. Zijn hart lag bij de muziek, waar hij een groot deel van zijn leven aan zou wijden. Zo dirigeerde hij al tijdens zijn studententijd het koor van de Leuvense muziekschool (1844-1854), waar hij ook secretaris en voorzitter was. Na zijn huwelijk met de Leuvense Anne Philipinne de Busscher vestigde hij zich definitief in de universiteitsstad, waar hij zijn hele loopbaan sterk betrokken zou blijven bij het muziekleven.

In 1859 zette hij zijn activiteiten als koorleider verder bij het door hem opgerichte mannenkoor, de ‘Société de Ste-Cécile’, waarmee hij smaakvolle religieuze muziek trachtte naar voren te brengen. Tot in 1867 bleef hij directeur van dit genootschap.

In 1860 maakte van Elewyck een opmerkelijk optreden als vertegenwoordiger van de Belgische bisschoppen op het ‘Congrès pour la restauration du plain chant et de la musique d’église’ te Parijs. Voor maar liefst tweehonderd aanwezige intellectuelen uit Frankrijk, België, Engeland en Duitsland voerde hij een debat rond de religieuze muziek in België: hij verzette zich met succes tegen het voorstel om het orkest uit de kerk te bannen. Ook tijdens de congressen van de Belgische katholieken in Mechelen in 1863 en 1864 kwamen gelijkaardige onderwerpen aan bod. Daar was van Elewyck medeorganisator en secretaris van de sectie religieuze muziek. De verslagen van deze congressen bundelde en publiceerde hij samen met kanunnik Theodore-Joseph Devroye, onder de titel: De la musique réligieuse: les congrès de Malines (1863 et 1864) et de Paris (1860) et la législation de l'église sur cette matière.

Van Eleywck was sterk geïnteresseerd in het Vlaamse muziekleven en had een voorliefde voor orgelmuziek. In 1862 publiceerde hij een belangrijke studie over de Belgische organist en beiaardier Matthias Van den Gheyn, met als titel: Matthias Van den Gheyn, le plus grand organiste et carillonneur belge du dix-huitième siècle, et les célèbres fondeurs de cloches de ce nom depuis 1450 jusqu’à nos jours. Hij kreeg er heel wat lovende reacties op.

In 1868 werd van Elewyck kapelmeester aan de Sint-Pieterskerk te Leuven. Onder zijn leiding groeide de kerk uit tot een muzikaal centrum: op zon- en feestdagen vonden er hoogwaardige concerten plaats met uitgebreid koor en orkest. Ook in zijn riante woning aan de Dijle organiseerde van Elewyck concertavonden. In 1870 werd de concertzaal die hij voor deze gelegenheden liet bouwen, plechtig ingehuldigd door het kwintet van het Hof. De zaal telde driehonderd zitplaatsen en er concerteerden heel wat bekende Belgische en buitenlandse componisten, waaronder Jacques Lemmens, Alphonse Mailly, Charles Gounod, Camille Saint-Saëns en Jules Massenet.

In 1875 kreeg van Elewyck de opdracht van de Belgische regering om in Italië het muziekonderwijs en de kerkkoren te gaan bestuderen. Dit resulteerde in het rapport De l’état actuel de la musique en Italie, dat later ook in het Engels verscheen. Het muziekonderricht was voor van Elewyck geen onbekend studiedomein: als lid van de Leuvense ‘Section de Musique’ onderzocht hij het Belgische officiële muziekonderwijssysteem, dat in die tijd ingang vond. Hij diende verscheidene voorstellen in met betrekking tot een verbetering van de structuur en organisatie ervan. Verder publiceerde van Elewyck van 1876 tot 1887 talrijke artikels over diverse onderwerpen in het tijdschrift Journal des Beaux-Arts et de la Littérature.

In 1883 werd van Elewyck corresponderend lid van de ‘Académie royale de Belgique’ en de stad Leuven bracht een publieke hommage aan hem. Hij was ook lid van verscheidene buitenlandse verenigingen waaronder de ‘Accademia di Santa Cecilia’ in Rome en de ‘Société des compositeurs de musique de France’. In 1886 stelde hij zijn ‘enregistreur musical’ voor: een toestel verbonden met een klavier (piano, harmonium of orgel) dat onmiddellijk registreert wat je speelt. Deze uitvinding, die hem tot bij de koning bracht, liet in die tijd een grote indruk na.

Ridder Xavier van Elewyck componeerde onder meer pianowerken, liederen, motetten met orgel en orkest en heel wat fantasieën. Met zijn brede interessegebied en nauwgezet onderzoek leverde hij als musicoloog avant-la-lettre een belangrijke bijdrage tot het Belgische muziekonderzoek, met diepgravende muziekstudies en publicaties over het Vlaamse muziekleven in de 18e eeuw. Bovendien liet van Elewyck een waardevolle verzameling aan partituren, transcripties en didactische werken na. De kroon op dit verzameld werk is zijn Collection d’oeuvres d’anciens et célèbres clavecinistes flamands.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Kim De Brabander