Van Wassenhoven, Paul

Lier, 16/06/1877 > Lier, 29/01/1953

Biografie

Van Wassenhoven, Paul

door Annelies Focquaert

Paul Van Wassenhoven stamde uit een kunstzinnige familie: zowel zijn grootvader Simon als zijn vader Theodoor waren musici. Na zijn humaniora in Lier ging Paul Van Wassenhoven muziek studeren aan het Lemmensinstituut in Mechelen (1894), waar hij onder leiding van Edgar Tinel de klassen van klavier, orgel, harmonie, contrapunt en fuga volgde. Midden tijdens zijn laatste mondelinge en praktische examens - hij behaalde het hoogste diploma voor orgel, de Prijs Lemmens-Tinel - overleed zijn moeder. Vlak nadien nam hij de functies over van zijn vader, die kapelmeester en organist was in de Sint-Gummaruskerk in Lier. Paul bleef tot aan zijn dood, meer dan 50 jaar lang, op post. Hij componeerde heel wat religieuze muziek voor ‘zijn’ kerk, bijvoorbeeld een tweehonderdtal motetten, drie missen (Missa in honorem Sctae Caeciliae, Missa pro pace, Missa festiva in honorem Sancti Gummari) een Requiem en een Te Deum. Daarnaast schreef hij liederen zoals Het Kindje, Kom rust op mijn harte, mijn engel, Vliegt de Blauwvoet!, Mijn huis, mijn dorp, mijn land, O, ’t ruischen van het ranke riet en Communielied. In de reeks De Vlaamsche Zanger verschenen de liederen De Vlaamsche Officier en De dag des Heeren.

Als bestuurder van de Koninklijke Zangmaatschappij Orpheus, waar hij vanaf 1897 de fakkel overnam van zijn vader, componeerde Van Wassenhoven talrijke koorwerken, zoals Vermeetlen, De stemme Gods, Aan de Maas, De helden van 1302, God in de Lente, Uchtendhymne en De Noren (1908). Daarnaast was hij ook dirigent van het populaire Lyra-orkest (waarmee hij verschillende operettes uitvoerde) en van de symfonische vereniging De Lier die hij zelf oprichtte in 1927. Hij was ook voorzitter van de syndicale vereniging ‘Toonkunstenaarskamer’ (opgericht in 1919). Als muziekleraar aan het Sint-Gummaruscollege (1899-1932) en de Rijksnormaalschool (1910-1937) schreef hij ook verschillende gelegenheidswerken en nadat hij met de harmonie ‘de Xaverianen’ (waarvan hij ondervoorzitter was) de opera Joseph van Méhul had uitgevoerd, componeerde hij zelf de zangspelen Esther en Fabiola (1932, zijn grootste succes). Ook verschillende kinderoperettes stonden op zijn actief, onder meer Gerrit en Greetje, Het gouden kasteel en De blauwe diamant. Renaat Veremans kreeg les van hem, al is niet duidelijk waar en wanneer. Het Stadsarchief van Lier bewaart een groot deel van zijn partituren.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert