Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Vanderghinste, Pieter

Kortrijk, 20/11/1789 > Kortrijk, 21/10/1861

Biografie

Vanderghinste, Pieter

door Kim De Brabander

De toondichter, dirigent en muziekleraar Pieter (Peter) Jozef Vanderghinste groeide op in Kortrijk. Hij was de oudste zoon van Adriaan Amand, een schoenmaker-laarzenmaker, en Isabella Rosa Vandeputte. Van de negen kinderen van Adriaan en Isabella was hij - voor zover bekend - de enige met een muzikale carrière.

Pieter Vanderghinste kreeg zijn eerste muzieklessen hoogstwaarschijnlijk van Pieter van Eeckhout, kapelmeester van de Sint-Maartenskerk in Kortrijk. Later volgde hij hem op als kapelmeester van dezelfde kerk. Zijn oudst gekende werk, een Benedictus voor twee stemmen (1807), was opgedragen aan zijn leermeester. Vanderghinste bleef maar liefst veertig jaar verbonden aan de Sint-Maartenskerk.

Naast zijn ambt als kapelmeester ging Vanderghinste ook aan de slag als muziekleraar. Vanaf 1812 gaf hij muziekles in Harelbeke, in de Sint-Salvatorskerk. Harelbeke had in die tijd ook een eigen orkest, waar de vader van Peter Benoit - een polyvalent muzikant - onder andere viool speelde. Dit orkest bracht onder meer werken van eigen regionale componisten als Pieter Vanderghinste. Later zou Vanderghinste ook contacten hebben gehad met Peter Benoit zelf.

Vanderghinste profiteerde optimaal van het cultuurleven in Kortrijk. Van bij het ontstaan in 1812 was hij lid van de ‘Maatschappy der vrienden van Schoone Kunsten te Kortryk’ of ook de ‘Société des Amis des Beaux-Arts à Courtrai’. Deze vereniging verzorgde voornamelijk de promotie van plastisch werk, maar behartigde ook muziek en literatuur. In een kroniek van de Kortrijkzaan Jan Baptist Filleul staat dat tijdens het feest van de officiële erkenning van het genootschap in 1816 een lied van Pieter Vanderghinste weerklonk. Vanderghinste was niet alleen lid van deze vereniging maar werd ook voorzitter van het bestuur. Hij was nog steeds ingeschreven als lid in 1842, maar zijn taak als voorzitter beëindigde hij enkele jaren vroeger.

In 1817 deed Vanderghinste een poging om een a-capella mannenkoor op te richten. Vermoedelijk werd hij geïnspireerd door een rondreizend Europees koorgezelschap waarmee hij in contact kwam. Dat Vanderghinste een grote voeling had met koormuziek zien we dertig jaar later bevestigd in zijn activiteiten voor het Kortrijks Zanggenootschap. Hij stond mee aan de wieg van de oprichting van dit koor in 1847 en trad er voor een lange tijd op als voorzitter. Als dirigent nam hij met dit koor deel aan festivals en wedstrijden in onder meer Gent, Brussel en Brugge. Het gezelschap organiseerde ook op zijn beurt enkele festivals, voornamelijk ter gelegenheid van lokale, feestelijke gebeurtenissen.

Ook de wereld van de harmonieorkesten en fanfares sprak Vanderghinste aan. In 1836 was hij mede-oprichter van de ‘Société des fanfares’. Dit initiatief werd opgestart met als aanleiding de opheffing van het muziekkorps van de burgerwacht of de ‘Koninklijke Harmonie Societeit’, waar Vanderghinste lange tijd actief lid van was. Hij was voorzitter van de sociëteit en vermoedelijk ook dirigent van de fanfare. Deze fanfare kende echter een kort bestaan.

Van 1843 tot 1860 dirigeerde Vanderghinste de filharmonie van Ingelmunster, dat toen onder de naam’ Muziekminnend Genootschap of Société Philharmonique’ functioneerde. Zijn komst gaf het genootschap een nieuwe impuls.

Toen in 1850 een stedelijke 'Académie de Musique' werd opgericht in zijn geboortestad, werd Vanderghinste aangesteld als een van de eerste drie muziekleraars. Gedurende negen jaar, totdat de academie sloot omwille van het uitblijvend succes, gaf hij er les. De tweeënvijftig leerlingen die toen school liepen konden cello, bazuin en fagot bij hem volgen.

Pieter Vanderghinste had samen met zijn vrouw Constance Albertina Simoens negen kinderen, waarvan de vier zonen eveneens een grote artistieke belangstelling toonden. Vooral Leopold (1835-1884) vond zijn gading in de muziek en volgde zijn vaders voetsporen; hij was onder andere componist en organist van de Sint-Michielskerk en kapelmeester van de Sint-Maartenskerk in Kortrijk.

Van de componist Vanderghinste zijn wel tweehonderd werken bekend. Het overgrote deel bevindt zich in de privé-verzamelingen Peel (Kortrijk) en Roelstraete (Heule). Zijn rijke oeuvre bestaat bijna uitsluitend uit religieuze werken, die hij hoofdzakelijk schreef in functie van zijn kapelmeesterschap. Talrijke missen, treurzangen en misfragmenten als cantates, hymnen, enz. zette hij op papier. Voor zijn koorgenootschap componeerde hij een aantal koorwerken, zowel op Nederlandse als op Franse teksten. De overige werken waren vooral gelegenheidscomposities naar aanleiding van huwelijken, huldes en begrafenissen. De instrumentale werken die hij naliet zijn eerder beperkt in aantal. Opvallend zijn de nationale geïnspireerde werken in Brabanconne-stijl, die Vanderghinste componeerde na 1830. Een typerend voorbeeld is: A Léopold, roi des Belges, op tekst van Godfried Donche.

Pieter Vanderghinste is voornamelijk bekend als auteur van een van de eerste opera’s gecomponeerd op een Vlaams libretto, Het Pruisisch Soldatenkwartier, op tekst van Jan Baptiste Joseph Hofman.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Kim De Brabander