Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Vyverman, Jules

Mechelen, 06/01/1900 > Antwerpen, 15/12/1989

Biografie

Vyverman, Jules

Naast zijn studiën aan het Groot Seminarie te Mechelen volgde hij de lessen aan het Lemmensinstituut, waarvan hij in  1926 tot laureaat werd uitgeroepen. Van 1926 tot 1935 was hij leraar aan het St.-Stanislascollege te Berchem bij Antwerpen en het was in die jaren, dat hij de meeste van zijn omvangrijke composities schreef: de jubelcantate “Naar U” – de diptiek “Geen Beeld is ‘t” – en het oratorium “Pastor Bonus”. Van 1935 af ontpopte hij zich als een graag gezien leraar vooreerst in het Lemmensinstituut voor gregoriaans, zang, harmonie, latijn en liturgie en vanaf 1945 aan het Groot Seminarie voor gewijde muziek en als leider van de “Schola Cantorum”. Hij volgde Mgr. Van Nuffel op als leider van het eerste kathedraalkoor in België en in 1953 als bestuurder van het Lemmensinstituut. Ondertussen was hij in 1951 benoemd tot Ere-Kanunnik van het “Metropolitaans Kapittel” en in 1952 door de Gouverneur van de Provincie Antwerpen tot lid van de keurraad van de jaarlijkse provinciale compositiewedstrijd. Het is slechts op rijpere leeftijd, dat hij aan zijn compositorische aanleg uiting heeft gegeven. Hij beperkt zich bijna hoofdzakelijk tot religieuze werken voor soli, koor en orkest. Naast een diep godsdienstig aanvoelen getuigt zijn muziek van een heldere en gezonde soliede bouw en een opvallend persoonlijke tint. Onze Vlaamse muziek met religieuze inslag heeft zeer veel aan hem te danken. Weinige kunstenaars kunnen op een zo rijk gevulde en vruchtbare loopbaan terugzien. Hij speelde een voorname rol bij internationale congressen voor kerkmuziek en ijverde in ruime mate voor de verspreiding ervan door talrijke bijdragen in tal van tijdschriften in binnen- en buitenland. Naast zijn vele godsdienstige composities, waaronder zijn cantaten “Kampen Gods” en zijn “Maria Kantate” te vermelden zijn, schreef hij enkele instrumentale werken o.a. suite voor orkest uit “De danser van O.-L.-Vrouw” en “Elegische Fantasia” voor orgel.

Onder zijn veelvuldige profane liederen werden er enkele bekroond: “Als de brem bloeit” – en “Vlaanderen die Leu”. De voorname rol die hij gespeeld heeft als toondichter, als musicoloog, als pedagoog en dirigent is niet ongemerkt voorbijgegaan aan de Katholieke en burgerlijke overheid. Hij werd door de Paus benoemd tot Geheid Kamerheer en door de koning tot ridder in de Leopoldsorde.

Historische tekst uit Const gaet voor cracht: zestien Vlaamse volksliedcomponisten, dl. 2, Lier, s.a., p. 23-24.