Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Loos, Edward

Sint-Truiden, 16/08/1906 > Sint-Truiden, 23/01/1968

Biografie

Loos, Edward

door Lien Alaerts

Het muzikale talent van Edward Loos werd al vroeg geprikkeld toen zijn vader, organist en koster van beroep, hem op jonge leeftijd liet kennismaken met orgel- en pianomuziek. Loos ging vanaf 1921 aan de Limburgse Orgelschool van Arthur Meulemans te Hasselt studeren, volgde daarnaast harmonie en contrapunt bij Jef van Hoof en nam privélessen bij Staf Nees. Ondertussen verving hij regelmatig zijn vader als organist. Nog voor hij zijn studies beëindigde, werd Loos in 1918 organist van de Sint-Gangulfuskerk en in 1920 van de Pater Redemptoristen, beide in Sint-Truiden. Vijf jaar later werd hij aangesteld als organist aan de hoofdkerk te Sint-Truiden. Na zijn studies aan de orgelschool in 1932, werd Loos leerling aan de Koninklijke Beiaardschool Jef Denijn te Mechelen. Daar studeerde hij in 1935 af met grootste onderscheiding en behaalde hij het Cardinal Mercier Scholarship.

In 1942 werd Loos muziekleraar aan het Klein Seminarie in Sint-Truiden, waar hij in 1945 ook werd aangesteld als organist. Daarnaast was hij piano- en zangleraar aan de Stedelijke Muziekacademie van Sint-Truiden. Tussen 1956 en 1961 nam hij de functie van technisch directeur van de Limburgse Orgelschool op zich. In Sint-Truiden was hij hulpbeiaardier van Anatole Van Assche in het belfort, om vanaf 1958 zelf als stadsbeiaardier te fungeren als opvolger van Van Assche, die op pensioen ging in 1960.

Naast componist was Loos ook dirigent. In 1930 werd hij aangesteld als dirigent van het Gregoriuskoor te Sint-Truiden. Onder zijn leiding kende het koor een groot succes en in 1961 werd het uitgebreid van een mannenkoor tot een volwaardig gemengd koor. Hij bleef dit koor leiden tot aan de vooravond van zijn overlijden. Veel van zijn composities schreef hij ook in functie van dit koor.

Loos verkreeg meerdere onderscheidingen voor zijn composities. In 1953 werden zijn Variaties voor beiaard op het Oud-Nederlands volkslied Pierlala bekroond in een compositiewedstrijd, uitgeschreven door de Koninklijke Beiaardschool. In 1955 behaalde hij de Staf Neesprijs voor beiaardcompositie met zijn Variaties voor beiaard op Des winters als het regent. Beide werken werden tot in Amerika uitgevoerd, onder meer op beiaarden in New York en Chicago.

Hij componeerde - in de traditie van de Vlaamse school - met een laatromantische en enigszins devote stijl. Daarnaast was Loos zeer ontvankelijk voor de harmonische kleuren van andere stijlen. Stravinsky boeide hem uitermate en zeker naar het einde van zijn leven toe, vertoonden zijn werken moderne trekken. Hij was ook gekend als een getalenteerd improvisator.

Loos’ oeuvre bestaat overwegend uit orgel- en beiaardwerken en vocale muziek. Een van zijn bekendste beiaardwerken is de Suite op het thema Daar ging ne pater. Loos haalde vaak zijn inspiratie uit het Vlaamse lied: veel van zijn beiaard- en koorwerken waren variaties op bekende Vlaamse volksliederen. Zelf schreef hij ook kunstliederen, geestelijke liederen en een vijftiental Gezelleliederen, waarvan het eerste al ontstond toen Loos dertien was. Andere vocale muziek van zijn hand: elf missen voor een, twee, drie en vier stemmen, twee cantates, een Te Deum, motetten en Latijnse gezangen. Tot slot componeerde hij een zestal orkestwerken, het werk Dans voor harmonie of fanfare en toneelmuziek voor het historisch spel Lodewijk van Loon op tekst van J. Van Daele.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Lien Alaerts