Höflich-uitgave: Interlude to the sea (1994)
Alain Craens studeerde aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen hobo, Engelse hoorn, kamermuziek, harmonie, analyse en compositie. Hij kreeg er onder meer les van de eminente componisten August Verbesselt (1919-2012) en Willem Kersters (1929-1998). Bij componist Rafaël D’Haene (1943) behaalde hij aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel de diploma’s contrapunt en fuga. Tussen 1978 en 1998 was hij zelf als leraar hobo, kamermuziek en harmonie aan verschillende muziekscholen verbonden. Hij is ook docent en, sinds 2001, artistiek directeur aan het Antwerps Conservatorium. Als hoboïst was hij jarenlang verbonden aan de Vlaamse Kameropera en het Vlaams Kamerorkest. Daarnaast is hij ook een veelgevraagd jurylid op muziekconcoursen.
Craens is een productief componist die voor de belangrijkste Vlaamse musici, ensembles en orkesten schrijft, waarbij hij er steeds een punt van maakt om een brug naar het publiek te slaan. Hij werd verschillende keren bekroond en heel wat van zijn werk is op cd opgenomen.
De componist aan het woord over dit werk: ‘Interlude to the sea, voor hobo, fagot en piano, was een opdracht van het Festival van Vlaanderen – Mechelen en werd gesubsidieerd door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
De creatie gebeurde door Luk Nielandt (hobo), Luc Loubry (fagot) en Régine Willems (piano) in 1994. Verschillende ensembles hebben dit werk op hun vast repertorium staan. Een cd-opname werd gerealiseerd door Joris Van den Hauwe (hobo), Francis Pollet (fagot) en Jean-Claude Vanden Eynden (piano) onder het label ARSIS.
Deze compositie heeft een impressionistisch idioom. Het beeldt een sfeerevocatie van de zee uit met haar vele schakeringen van kleuren, rustgevende zachte golven, maar ook met de kracht en wildheid die er soms kan van uitgaan.
In dit doorgecomponeerd werk worden de drie instrumenten gelijkwaardig behandeld. Er vormt zich dikwijls een dialoog tussen de piano en de blazers. De piano is niet louter begeleidend maar ook een solistisch instrument.
Het thematisch materiaal wordt zowel ritmisch als melodisch aangebracht. Het is vanuit de specifieke klankkleur en de technische mogelijkheden van het instrument gedacht.’
Deze partituur werd in samenspraak met de componist geëditeerd door Stijn Saveniers
Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2610, 2022].