Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Cartol, Hendrik

Antwerpen, 15/01/1819 > Turnhout, 04/09/1896

Biografie

Cartol, Hendrik

door Lien Alaerts

Het belangrijkste deel van Hendrik Cartols muzikale carrière speelde zich af in Turnhout vanaf de late jaren 1860. Over wat hij voordien deed of waar hij zijn opleiding genoot, zijn de bronnen schaars. In elk geval was hij een tijdlang actief in het muziekleven in Antwerpen, waar hij directeur was van muziekverenigingen zoals het 'Vlaemsch Zanggenootschap de Scheldezonen' en waar hij ook lid was van het Nederlandsch Kunstverbond. In augustus 1848 dirigeerde Cartol er een concert voor de 'Association royale de Sociétés Lyriques' (1848-1852). Tussen 1854 en 1861 zou hij in Borgerhout de directeur geweest zijn van de 'Société Mozart' (1852-1861) ter opvolging van Alphonse Lemaire. In het boek Historique des sociétés chorales de Belgique (1861) is er sprake van dat Cartol zich zou gaan vestigen in de provincie Henegouwen als directeur van de 'Société de musique' te Wasmes. Latere literatuur vermeldt naast Wasmes ook het nabijgelegen Pâturages als zijn werkplaats.

Na zijn Waalse periode verhuisde Cartol naar Turnhout. De precieze data van zijn verhuis zijn niet gekend maar er kan wel gezegd worden dat hij zijn stempel op het muziekleven van Turnhout gedrukt heeft. Hij was lid van de kring Amicitia, waar hij als professor muziek, componist en uitvoerder gekend was. Aan de Staatsmiddelbare Jongensschool was hij muziekleraar van juni 1869 tot oktober 1871 en hij leidde het koor van de Turnhoutse kring Orpheus. Daarenboven werd hij aangesteld als eerste directeur van de Stedelijke Muziekschool van Turnhout. Die functie oefende hij uit tussen december 1868 en mei 1872. Hij gaf les in notenleer, houten en koperen blaasinstrumenten en viool.

Naast zijn functies als directeur, leraar en koorleider, vond Cartol nog tijd om te componeren. Hij leefde in een tijd waarin het bewustzijn op vlak van eigen taal en volk op de voorgrond kwam en dat is te merken in zijn oeuvre, daar hij voor zijn koorwerken de voorkeur geeft aan Nederlandse teksten. De bronnen over zijn composities zijn schaars. Er wordt melding gemaakt van verscheidene koorwerken zoals De Boschgeuzen, Op de Schelde en De Waterloosche Leeuw. Hij schreef ook enkele blijspelen: Theodoor van Rijswijck, of schuw de plaetsen waer de plagen vallen en Au drapeau de l’Echo de la Campine. In 1896 werd zijn Vrijheidslied uitgevoerd ter gelegenheid van de inhuldiging van de nieuwe spoorhal en de buurttram in Turnhout. Tot slot bestaat zijn oeuvre uit enkele orkestwerken, een aria voor saxofoon Souvenirs et Regrets en een pianowerk Souvenir et Regret: Elegie, dat bewaard wordt in het stadsarchief van Turnhout.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Lien Alaerts