Componisten menu

ShareShare | print|
E-mail deze pagina

Falck, Jules

Antwerpen, 28/02/1881 > Antwerpen, 10/02/1959

Biografie

Falck, Jules

door Jan Dewilde

In 1895 begon Falck hogere muziekstudies aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Hij volgde er de cursus notenleer bij Julien Vienne en haalde in 1896 een tweede en in 1897 een eerste prijs. Hij studeerde er ook piano bij Arthur De Greef en diens assistent Van Dam, maar al in september 1897 verliet hij het Conservatorium. Ondertussen was hij sinds het schooljaar 1896-1897 ook ingeschreven aan de Vlaamsche Muziekschool in Antwerpen. Het is niet gekend bij wie hij daar gestudeerd heeft.

Falck was van 1901 tot 1914 met onderbrekingen verbonden aan het 'Théâtre royal d'Anvers'. In zijn contract werd zijn functie omschreven als "pianiste et tout service incombant à cet emploi." Vanaf 1905 was hij "pianiste - répétiteur - organiste" en tussen 1912 en 1914 was hij "pianiste - accompgnateur - organiste, donnant les leçons aux petits rôles". In het interbellum kwam Falck aan de kost als muziekleraar. Als bestuurslid van de Antwerpse Toonkunstenaarsvereniging gaf Falck les aan jonge musici die lid van deze organisatie wensten te worden. In de jaren 1920 werkte hij ook als cinemapianist. Met de opkomst van de geluidsfilm kreeg hij het financieel erg lastig.

Falcks vroegst gekende orkestwerk, de suite Nieuwigheden, is gecomponeerd in 1935. Ongetwijfeld waren er vroegere werken, die verloren zijn gegaan. In 1937 schreef hij Judas, toneelmuziek bij het gelijknamige toneelwerk van Cyriel Verschaeve, en de opera Het Hooglied (libretto van Herman Van Puymbrouck). Niettegenstaande het werk bij de Koninklijke Vlaamse Opera door het Comité voor toonkunst werd aanbevolen, werd het nooit opgevoerd. Voor Falck een zware morele en financiële slag. Uit het verslag van Lodewijk Mortelmans, lid van het Comité voor toonkunst, blijkt diens waardering voor Falcks orkestratiekunst: « On peut feuilleter cette partition d’un bout à l’autre, nulle part on ne découvre des plaquages ni des remplissages, bien au contraire, l’orchestre n’en finit pas à se mouvoir de façon soignée et intéressante. » Mortelmans wees in de partituur wel op Wagner-invloeden.

In 1938 componeerde Falck nog het orkestwerk Breughelbeelden, maar vanaf 1940 werd hij regelmatig opgenomen in psychiatrische instellingen. De financiële moeilijkheden - hij leefde van OCMW-steun - en het gebrek aan erkenning bezorgden hem veel psychische spanningen. Hij kreeg epileptische aanvallen en leed aan vervolgingswaanzin. Op enkele manuscripten verwijderde hij zijn naam en verving die door Vanderkeel.

Niettegenstaande zijn psychische problemen bleef Falck componeren. In1945 schreef hij het orkestwerk Zeelandia; in 1946 componeerde hij het lied Die Wallfahrt nach Kevlar (op tekst van Heinrich Heine); in 1951 voltooide hij Contemplation (viool en piano) en rond die tijd moeten ook het Trio (pianotrio) en het ballet Broeder Jakob zijn ontstaan. Tijdens zijn vijf laatste levensjaren componeerde hij nog een Kamercantate (tekst van Pieter G. Buckinx), die hij in 1953 zonder resultaat instuurde voor een compositiewedstrijd van het Antwerps provinciebestuur, naast het kerstoratorium Epiphanie (1954) en de liederen Nevel en Klokke. In de loop van 1955 ondernam Falck twee zelfmoordpogingen en werd hij voor langere tijd geïnterneerd. Hij stierf, totaal miskend en in armoede, op 10 februari 1958.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Jan Dewilde