Arthur Meulemans: Stadspark
Preludium en Scherze
Arthur Meulemans (Aarschot 19/5/1884 – Etterbeek/Brussel 29/6/1966) moet ongetwijfeld tot de belangrijke componisten van zijn generatie worden gerekend. Hij was een rechtstreekse leerling van Edgar Tinel en bracht in de Vlaamse muziek de band tussen de XIXde en de XXste eeuw tot stand. Zo was hij bijvoorbeeld een van de eersten die in zijn land de betekenis van Claude Debussy inzagen.
Meulemans werd steeds sterk aangetrokken tot het zuiver symfonische, zonder dat hij daarom de andere genres verwaarloosde. In “Pliniusfontein” van 1913 toonde hij al een grote technische beheersing. Toch zal de symfonicus eerst voor goed aan bod komen na 1930, toen hij zich definitief te Brussel vestigde en als dirigent van het symfonie orkest van de radio werd aangesteld. De reeks van 15 symfonieën die de kern van zijn orkestraal oeuvre uitmaken, neemt en aanvang in 1931.
De diptiek “Stadspark” dagtekent van 1928, dit is dus op het einde van de zogenaamde Limburgse periode, toen Meulemans te Tongeren woonde. Van bij de eerste uitvoering te Maastricht op 1 april 1929, door het Maastrichts Stedelijk Orkest onder leidding van Henri Hermans, aan wie de partituur was opgedragen, is “Stadspark” een van zijn meest succesvolle werken gebleven.
Niet enkel door deze opdracht maar ook door de inspiratiebron is “Stadspark” ten nauwste met de Nederlandse stad Maastricht verbonden. De componist getuigde hierover: "Geen programmamuziek zoals de titel zou kunnen doen vermoeden. Deze oriënteert enkel omtrent de aanleiding van het werk: Maastricht in uitbundige feestvreugde - de componist verloren in de vrolijke menigte.”
De bezetting is tamelijk uitgebreid en laat een rijke schakering toe. Het Preludium draagt de ondertitel “Inleiding tot de nacht”. Ruisende arpeggio’s van strijkers en harpen worden soms onderbroken door brede akkoorden. Naast enkele hoornstoten verschijnen korte motieven als flarden die in de nevel verdwijnen. “Feest in het Park” is de titel van het eigenlijke scherzo. Hier kon de componist zijn klankpalet ten volle laten schitteren. De hoorns, begeleid door de dartele ritmische figuur, vertolken eerst het hoofdmotief dat verder verwerkt wordt in de verschillende orkestgroepen. Naar het einde toe duikt even een herinnering op aan de Prelude. Het briljante slot klinkt als een vuurwerk.
Luc Leytens (typoscript, s.a.) - SVM